De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Regiozaterdag, 5 januari 2013

In Haïti wordt het weinige gedeeld dat ze nog hebben

Margot de Greef uit Twijzel werkt in Haïti, dat nog altijd in wederopbouw is na de aardbeving van 12 januari 2010. Drie jaar na dato ziet ze dat er veel is verbeterd.

Sippie Miedema
Port-Au-Prince | Drie jaar na de aardbeving in Haïti leven nog 360.000 mensen in tentenkampen, volgens de Internationale Organisatie voor Migratie. De cijfers zouden de indruk kunnen wekken dat er nog weinig is gebeurd aan de wederopbouw van het land. Margot de Greef, die oorspronkelijk uit Twijzel komt, weet beter. Zij ziet hoeveel werk er is verzet.
Het doorzettingsvermogen van Haïtianen is bewonderenswaardig, vindt De Greef. ,,Als je ervan uitgaat dat God de mens niet meer te dragen geeft, dan hij aankan, dan moeten de Haïtianen wel enórm sterk zijn.” Ze zag het met eigen ogen. Ze was erbij toen de zware aardbeving de hoofdstad Port-au-Prince verwoestte in 2010, en in 2008 zag ze de destructie van een orkaan. Haar nieuwe landgenoten krabbelden op. Ze woonde tijdelijk met hen in een tentenkamp en werd bij vrienden uitgenodigd om bij hen te gaan wonen. ,,Haïtianen zijn enorm vrijgevig. Ze zorgen voor elkaar. Het weinige dat ze hebben wordt nog gedeeld. In Nederland vertrouwen we op de techniek en gaan we er vanuit dat we het wel redden. Hier vertrouwen ze op God en op elkaar.”
De Greef kwam met het land in aanraking toen ze voor World Servants een tijdje in het land werkte. Via de Mennonite Central Committee kon ze terugkomen. Inmiddels werkt ze voor Church Wold Service als countrymanager. Zij coördineert het werk van de organisatie met lokale partijen. Inmiddels heeft ze met negen Haïtianen ook een stichting KDRe (Konbit pou Devlopman Reyel, oftewel Samenwerken voor realistische ontwikkeling) opgericht. Het geld dat de kerkgemeente in Drogeham ophaalde (bijna zeventigduizend euro) ging voornamelijk naar KDRe.
De stichting richt zich op het platteland. ,,Voor de organisatie waarvoor ik werkte, kwam ik met gebieden in aanraking waar de hulporganisaties niet naar toegingen. We zagen een gat en zijn daarop ingesprongen.”

Meewerken

De stichting vindt het belangrijk om niet alleen te geven, maar om de begunstigden zelf te laten meewerken. Zo zijn er met het geld van onder meer Drogeham, in het gebied Duvier zeventig huizen gebouwd ter vervanging van de huizen die waren ingestort. ,,De mensen zelf moesten zorgen voor stenen en water. We willen dat mensen een eigendomsgevoel krijgen.” In Mayonbe, een afgelegen dorp in de bergen, werd dankzij de giften een school gebouwd. ,,Al het materiaal moest te voet en op hoofd en schouders de berg op worden gedragen: een wandeling van ruim een uur.”
Met de bijdragen zijn ook microkredieten verstrekt. KDRe heeft een bijdrage gegeven aan een plaatselijke organisatie. Mannen kopen met de lening een geit of zaden, vrouwen gebruiken het vaak om een handel op te zetten. ,,Ze kopen bijvoorbeeld een ezel zodat ze meer rijst of graan kunnen inkopen en dus ook meer kunnen verkopen.” Voorheen moesten deze mensen vaak een rentepercentage van 30 procent betalen voor een lening: nu 3 procent.
Dankzij het extra geld dat er wordt verdiend, kunnen de kinderen naar school. De opbrengst van de rente wordt gebruikt om de docenten te betalen. De docenten worden een keer per jaar op cursus gestuurd. ,,De kwaliteit van het onderwijs is omhoog gegaan. Je kunt het zien aan de slagingspercentages van de kinderen bij het landelijke examen.”
De stichting zet ook programma’s voor herbebossing op. ,,Haïti bestond ooit grotendeels uit bos. Daarvan is nog maar een paar procent over. Dit heeft enorme consequenties. Bij orkanen zie je ook grote aardverschuivingen. Het land wordt niet beschermd waardoor de gevolgen van een orkaan veel groter worden. Deze programma’s hebben niet meteen nu effect: dat heeft tijd nodig.”
De Greef heeft nog veel meer wensen. Het liefst ziet ze dat er in de dorpen die haar stichting nu ondersteunt, ook een ziekenhuis komt. Vanuit deze gebieden is het vijf uur lopen naar de dokter. ,,De meesten komen niet eens aan: ze sterven onderweg.”
De geboren Twijzelse leest ook de Nederlandse media en de kritiek die er komt op de trage wederopbouw. ,,Maar het zou ook niet best zijn als al het geld nu al was uitgegeven. Voor de noodhulp was lang niet alles nodig. Het komt er nu op aan om het geld duurzaam in te zetten.” Bovendien gaat de wederopbouw van een ontwikkelingsland nu eenmaal langzaam. ,,Kijk maar eens naar Sandy en New York en hoe langzaam het daar gaat. Dan is het logisch dat ze hier niet nog verder zijn.”

Gebeden

Zelf houdt ze haar eigen donateurs geregeld op de hoogte van de ontwikkelingen in Haïti. Ze houdt tweewekelijks een website bij en publiceert eens in de twee maanden een nieuwsbrief voor haar kerkgenoten in Drogeham. ,,Ik vind de betrokkenheid van de gemeente in Drogeham echt heel bijzonder. Ik ben natuurlijk al een tijdje weg, en zou het niet raar vinden dat ze me waren vergeten. De betrokkenheid gaat ook verder dan alleen financieel. Er wordt ook voor mij en Haïti gebeden en dat is mij heel wat waard.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties