De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Sportmaandag, 11 februari 2013

Zoon-prins of sportjournalist: bijna hetzelfde
Daan Rieken, sportredacteur
Vertwijfeld stond ik voor de doos die ik net uit de zolderkast had getrokken. Ik bekeek het oorlogstafereel dat ik had aangericht eens goed. Het aan de kant geschoven bed waarvan de lakens op de grond bungelden; de oude heksenpruik die op de dekens was gegooid, net als het Thunderbirds-hoedje dat ik in 1995 op had gehad. Ze waren te groot voor die kartonnen opbergbak, vandaar.
De doos was inmiddels versleten door jarenlang haastig gerommel van vertierzoekers. Door de gaten piepten kleurrijke plooien naar buiten van ooit gedragen plezierkleding. De clownsjas, piratenshirts, een paar veren van de indianentooi. Zo had ik er al zo vaak bijgestaan als ik weer geen nieuwe carnavalskleding had aangeschaft, maar de optocht wel over vijf minuten voorbij zou komen. Legerbroek, bloemenkrans, rare bril: uiteindelijk trok ik altijd hetzelfde aan. In de wetenschap dat het bier me straks toch wel dronken zou maken, ongeacht mijn outfit. Net als de onbereikbare meisjes ondanks de Tirolerjurkjes die ze droegen toch onbereikbaar zouden blijven.
Maar voor mijn gevoel was alles dit jaar anders. Een paar weken geleden was mijn vader in een feestzaal uit een houten kist gesprongen en moest ik hem ineens delen met de andere bewoners van mijn dorp. Hij kreeg veren op zijn hoofd en in zijn kont en ze noemden hem prins carnaval. Dat heeft impact op een hele familie. Mijn moeder moest hem nu escorteren naar ontmoetingen met andere hoogwaardigheidsbekleders en ik werd ineens overal aangesproken over mijn invloedrijke verwekker. Voor het eerst in mijn leven voelde ik enige verwantschap met Willem-Alexander.
Met dat idee stond ik nu voor onze verkleedkist. Niet meer als bijna-brallende feestganger, maar als zoon-prins. Ik voelde dat er iets veranderd was in mijn verhouding tot die oude kartonnen doos, maar niemand kon me vertellen wat precies. Hoe gedraag je je als zoon van? Moest ik de schijnklasse van het tijdelijke beroep van mijn vader uitstralen? Zoon-prins zijn is niet niks. Het is als het prinsenschap zelf. Je krijgt maar n keer de kans. Mijn vader was nu de belangrijkste man van het hossende deel van het dorp. Zelfs vier dagen de baas van de eerste Nederlandse plaats waar ze dit jaar al Koningsdag gaan vieren. Plots leek geen enkel koeienpak uit onze doos meer te passen bij mijn status.
De optocht kon ondertussen niet ver meer zijn. Zo lang had ik nog nooit bij de verkleedkist gestaan. Ondefinieerbare gedachten: zoon-prins, prins pils, troonswisseling. Ik dacht aan de zaak in Leeuwarden waar ik vaak een prinsheerlijk broodje haalde na werktijd. Brood dat ik verdiende door te schrijven over sport. Een wereld die even vol is van pure emoties als van schijn en mensen met een masker op. Net carnaval. Atleten worden toegejuicht, beschimpt en dan weer op een voetstuk geplaatst. Allemaal individuele prinsjes, met wie ik het hele jaar werkte. Ineens wist ik het. Zoon-prins of sportjournalist: het is bijna hetzelfde. Snel griste ik een stofjas uit de doos, propte nog een blocnote met pen in de borstzak en was klaar voor het feest.
* Reageren? Twitter: @FD_sport
E-mail sport@frieschdagblad.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties