De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Hoofdartikeldonderdag, 4 april 2013

SyriŽ minder in het nieuws: minder geld
SyriŽ haalt al lang niet meer dagelijks de voorpagina. Het nieuws over de oorlog in dat land, met zín vele tienduizenden slachtoffers, wordt verdrongen door nieuwer nieuws. Mede daarom is te verklaren dat de hulpactie via de televisie maar weinig geld opleverde: een schamele 1,2 miljoen.
Maar er is meer aan de hand. Bijvoorbeeld dat de televisie-actie vooral informatief was. Anders dan in andere grote televisie-acties overheerste niet het amusement. Kennelijk werkt - voor het geld - het optreden van bekende Nederlanders beter dan een journalistieke aanpak van een dramatisch onderwerp.
De actie voor SyriŽ trok 350.000 kijkers. Op diezelfde avond keken twee miljoen mensen naar Radar, het consumentenprogramma van de Tros. Omdat de actie zo weinig mensen trok, hebben ook weinig mensen de portemonnee getrokken.
Deze feiten liggen in het verlengde van de verminderde aandacht voor SyriŽ in de media. Kennelijk zijn we SyriŽ-moe geworden. Berichten over aanslagen, over ontploffingen of raketaanvallen zijn gewoon geworden. Het is kennelijk onmogelijk om hoofd en hart gedurende langere tijd Ďopení te houden voor dramatische gebeurtenissen. Mensen raken zelfs gewend aan de ergste dingen.
Er is nog meer over te zeggen: de internationale gemeenschap heeft er geen belang bij om in te grijpen in SyriŽ. Het land staat wel op de politieke agenda, maar niet op de actielijst. De redenen daarvoor zijn divers; van heel platte economische redenen tot en met ingewikkelde geo-politieke en strategische redenen. Ingrijpen verhoogt de kans op overslaande onrust in de regio en lokt tegenacties uit van bijvoorbeeld Iran. En als er al ingegrepen zou moeten worden, ten gunste van wie? Van de opstandelingen? Maar die vormen onsamenhangende groepen, die onmogelijk het bestuur kunnen overnemen. Sterker, SyriŽ zou worden als SomaliŽ - geen centraal gezag, geen handhaving van wetten en regels, kortom een volstrekte chaos waarin niemand veilig is.
Eigenlijk zegt de internationale gemeenschap dat SyriŽ zelf de problemen moet oplossen, hoeveel bloed en doden dat ook zal kosten. Die conclusie bevestigt de afnemende belangstelling van mensen voor SyriŽ. Die constatering is dramatisch voor de vluchtelingen. Zij zijn voor de wereld naamloos en overigens onbekend. Maar in werkelijkheid gaat het om mensen met namen, met kinderen, familie en vrienden.
Het niet slagen van de televisieactie is ook deels het effect van de chaos in hulpverlening in andere rampgebieden. De industrie van de hulporganisaties heeft voor een deel haar eigen graf gegraven, bedekt met verspild geld en verspilde goederen.
Alle feitelijkheden bij elkaar mogen niet leiden tot rechtvaardiging van onverschilligheid jegens de slachtoffers van de burgeroorlog in SyriŽ. Van de toestand van de SyriŽrs moet een blijvend appel uitgaan naar de wereld en naar individuele mensen. Tegelijkertijd roepen de feiten op tot een besef van onmacht en van het moeten accepteren dat veel leed in de wereld niet kan worden voorkomen. Beide aspecten vormen samen een spagaat die pijn moet blijven doen.
Als die pijn wordt ontkend of verdoofd - bijvoorbeeld door op te gaan in amusement en andere oppervlakkigheid - dan wordt de inhumaniteit van de toestand in SyriŽ bevestigd.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Grote woorden, hoor, over hulpverleningsorganisaties die in extreem moeilijke omstandigheden proberen te helpen waar gewone mensen dat niet kunnen. Ik zou die woorden niet graag voor mijn rekening nemen. Chaos, verspild geld, verspilde goederen. Natuurlijk zijn er voorbeelden van rampen waar een percentage van het geld verkeerd terechtkwam. Soms uit kwade wil, soms vanwege de omstandigheden van dood en verderf. Maar deze woorden zijn mij te kort door de bocht. Jammer.

Gerko, Leeuwarden - vrijdag, 5 april 2013


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties