De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Hoofdartikeldonderdag, 14 november 2013

Wetenschap dreigt haar ziel te verliezen
Nederland bevindt zich in de hogere kringen van de wetenschap: ons land telt op onderdelen behoorlijk mee. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hoge onderscheidingen voor Nederlandse wetenschappers. Wat betreft het wetenschappelijk onderwijs ligt het ietsje anders: Nederlandse universiteiten kunnen zich niet meten met de wereldtop.
Dat komt niet alleen omdat de afgelopen jaren enkele hoogleraren zich hebben vergaloppeerd in hun publicaties: verzonnen onderzoeksresultaten of het overschrijven van wat anderen hadden opgeschreven. De achtergrond van die betrekkelijke achterstand wordt gevormd door onder meer de geringere financiële middelen die Nederlandse universiteiten hebben ten opzichte van de topuniversiteiten.
Er is meer aan de hand. De financiering van een belangrijk deel van het onderzoeksbudget wordt mede bepaald door het aantal studenten. Dat is een perverse prikkel, zegt Hans Clevers van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Die prikkel bewerkt verlaging van het niveau. En er is nóg meer aan de hand: het wetenschapsbedrijf wordt beheerst door de noodzaak van het publiceren van artikelen. Hoe meer artikelen een wetenschapper gepubliceerd krijgt in gezagvolle tijdschriften, hoe beter het is, ook in financieel opzicht. De carrière van een wetenschapper wordt meer bepaald door het aantal artikelen dan door het niveau van die artikelen. Om te voldoen aan de publicatiedruk worden artikelen opgeknipt, zodat een wetenschapper niet één, maar twee artikelen op zijn naam kan schrijven.
Een andere grote klacht is de verander- en regelzucht van het bureaucratisch geworden wetenschapsbedrijf. Medewerkers zijn meer bezig met voorbereiding op en uitvoering van nieuwe regels voor inhoudelijkheid en organisatie, dan met wetenschap.
De kritiek op de publicatiedruk en op de verkeerde prikkels in de systematiek van bekostiging is de afgelopen maanden steeds nadrukkelijker naar buiten gekomen. Individuele hoogleraren, beroepsorganisaties en recentelijk ook de KNAW hebben in allerlei toonaarden hun zorgen uitgesproken over de toekomst van de wetenschap in ons land.
Alle kritiek op het wetenschapsbedrijf kan worden samengevat in de stelling dat de academische wereld wordt gedomineerd door tamelijk platte opvattingen over kenniseconomie. Daarin is de universiteit een bedrijf en de rector magnificus de bedrijfsleider. Wetenschap als vrijplaats voor denken en doen is een illusie geworden.
De kenmerken van het moderne wetenschapsbedrijf wijzen vrijwel alle op kortetermijneffecten. Wie iets verder kan of durft te kijken, ziet hoe de huidige aanpak slecht uitpakt. Dat kan zich uiten in allerlei effecten, bijvoorbeeld de afhankelijkheid van de industrie. Nu al zijn er soms nauwelijks nog grenzen tussen wetenschap en bedrijfsleven. Wetenschappelijke onbetrouwbaarheid of fraude vanuit commerciële belangen ligt dan op de loer.
De openlijke en structurele kritiek op het wetenschapsbedrijf leiden er wellicht toe dat er een stevige discussie komt. Die moet mede worden gevoerd door de politiek. Die is er in belangrijke mate verantwoordelijk voor dat de wetenschap haar ziel dreigt te verliezen - misschien is de ziel al vervlogen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties