De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 23 november

Hoofdartikeldonderdag, 17 juli 2014

Een bladzijde die niet meer valt om te slaan
Daar waren ze weer, in de media: de tijdbalken met data en incidenten rond de Bosnische enclave Srebrenica. En daar waren ze weer: de bekende foto's. Van Karremans die het glas heft met Mladic. Van Dutchbatters die toekijken hoe vrouwen en kinderen van mannen worden gescheiden, van het wegvoeren van 'weerbare' mannen uit de Nederlandse compound Potocari, van premier Kok en kroonprins Willem-Alexander die Dutchbatters bedanken voor bewezen diensten, van de lijken langs de kant van de weg. Gebeurtenissen die in het collectieve geheugen staan gegrift.
Tot de op de dag van vandaag worden resten opgegraven van Bosniërs die in 1995 door Serviërs zijn geëxecuteerd. Vorige week nog, negentien jaar na de massamoord waarbij ongeveer 8000 moslimmannen omkwamen, kregen 175 pas geïdentificeerde slachtoffers een nieuw graf met hun naam erop.
Tot op de dag van vandaag ook wordt er strijd gevoerd om de vraag wie verantwoordelijk was. Het NIOD publiceerde er na jaren studie vuistdikke rapporten over, er was een parlementaire enquête, een kabinet trad er om af, rechtsinstanties van Europees Hof voor de Rechten van de Mens tot de Hoge Raad bogen zich over de zaak. Woensdag oordeelde de rechter dat de Nederlandse staat verantwoordelijk is voor de dood van ruim 320 mannen. Ze waren tot de compound toegelaten maar Dutchbat liet hen later alsnog wegvoeren - naar een wisse dood.
Zo'n vonnis hakt er diep in. Bij militairen die destijds ter plekke waren en die zich sindsdien voelen weggezet als daders. Bij nabestaanden van deze mannen, omdat ze zoveel jaren moesten vechten voor deze uitspraak en keiharde koude tegenstand ondervonden. Bij de nabestaanden van de duizenden mannen buiten de compound, omdat zij níét deze erkenning van de rechter krijgen dat iemand hun geliefden beter had moeten beschermen. Bij de politiek verantwoordelijken, vanwege de kosten van schadevergoedingen en prestigeverlies.
Wat te doen met deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis? Hebben excuses nog zin, kunnen ze überhaupt nog oprecht klinken uit de mond van een overheid die jaren voor alle mogelijke rechtsinstanties volhield geen schuld te dragen? Die meermalen impliceerde dat eventuele schuldtoewijzing gevolgen zal hebben voor de bereidheid van Nederland om in de toekomst ooit nog militairen uit de zenden?
Toch heeft erkenning en het openlijk op zich nemen van verantwoordelijkheid wel degelijk zin. Het heeft zelfs zin als het 65 jaar moet duren, zoals vorig jaar, toen de Nederlandse staat excuses aanbood aan nabestaanden van Indonesische mannen die in 1947 standrechtelijk waren geëxecuteerd door Nederlandse militairen.
Die zin ligt in het grote belang van een open oog voor mogelijk eigen falen. Er moet met deemoed en ruimhartige erkenning gekeken worden naar wat misging. Al die nabestaanden: kijk ze in de ogen en luister naar hun verhalen, zodat ze een gezicht krijgen en de omvang van hun leed enigszins begrepen wordt. Zwarte bladzijden in de geschiedenis kunnen niet worden omgeslagen - en dat moet ook helemaal niet. Want wie zich volle rekenschap geeft van hoe makkelijk situaties gruwelijk uit de hand kunnen lopen, weet des te beter wat de inzet en de prioriteit is bij toekomstige vredesmissies.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties