De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 24 juni

Achtergrondzaterdag, 1 oktober 2016

Waddengebied kan niet zonder visserij
Visserij en Waddenzee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Visserij heeft er altijd bij gehoord, past prima in het menselijk medegebruik van een natuurgebied en kan en zal er dus altijd blijven.
De Waddenvisserij kent een grote variŰteit aan combinaties van vissers, vistuigen en schepen. De garnalenvisserij met de klossenpees is de dominante soort. Maar er is ook spieringvisserij in sluiskommen en er zijn vele vormen van visserij met vaste vistuigen op droogvallende platen. Ook zijn er handkokkelaars en zogenoemde ┤ge´ntegreerde vissers┤.
Maar de Waddenzee is qua vispopulatie de Waddenzee niet meer. Er is veel minder vis in de Waddenzee, en ook in de aangrenzende kustzone. Dat is een verandering van de laatste decennia. De garnalenvisserij is daarin echter een stabiele factor met haar kenmerkende ups en downs. Nu kent die gelukkig weer een sterke ┤up┤, tegen dit voorjaar een sterke 'down┤.
Wat de oorzaak van dat alles is, weten we niet. Er zal ook wel niet ÚÚn oorzaak zijn. Er is immers veel veranderd. Om uit de losse pols wat dingen te noemen: de Noordzee-vissersvloot is gehalveerd; de Scholbox (een gebied boven de eilanden) is gesloten gebied voor visserij om een kraamkamerfunctie te creŰren; de mechanische kokkelvisserij is uitgekocht; de zandsuppleties zorgen jaar in, jaar uit voor het bedekken van de habitat van de kustzone met een laagje zand dat elders in de Noordzee is gewonnen; de garnalenvisserij is uitgebreid; de temperatuur van het water is aanzienlijk gestegen, evenals het aantal zeehonden (exponentieel en nog steeds stijgend); de Tweede Maasvlakte is aangelegd en baggerslib van ver weg komt via de zeegaten de Waddenzee in; de bemesting vanaf het land is enorm maar wel minder dan vroeger. En dan is er de nog immer voortgaande aanpassing van het systeem aan de Afsluitdijk en de Lauwersmeerdijk.
Kortom: een vergelijking met superveel onbekende factoren. Het ontrafelen daarvan zou smullen moeten zijn voor wetenschappers. Die zouden gewoon moeten zoeken. Niet als aanleiding om, al dan niet verwijtend, te wijzen naar welke oorzaak dan ook. Nieuwsgierig zoeken is volgens mij een van de kerneigenschappen van wetenschap.
Waardering
Visserij in al haar aspecten hoort bij het Waddengebied. Den Oever is een van de van visserij afhankelijke gemeenschap in Nederland. Texel kent een belangrijke, innovatieve Noordzeevloot. Ook Harlingen is een belangrijke visserijgemeenschap.
Verder oostelijk liggen nog andere, zeker niet de minste, visserijgemeenschappen aan zowel de Friese als de Groningse kant van het Lauwersmeer. En dan zijn er nog de vissers opererend vanuit de kleinere haventjes. Economisch gezien is de visserij misschien niet van enorm belang. Maar denk het toeristisch product Waddenzee eens in zonder visserij als decor.
De ecologie van de Waddenzee is ontegenzeggelijk veranderd. En zo ook de maatschappelijke waardering voor visserij. De (Wadden)visserij is een sector die haar plek anno 2016 moet bewijzen als ┤duurzaam en verantwoord┤.
Waardering is dus niet meer vanzelfsprekend. Maar de stelligheid waarmee bijna beschuldigend aan de sector vragen rondom duurzaamheid en natuurimpact worden gesteld, vliegt vissers wel eens naar de keel. Vissers die gewoon week in, week uit, bij weer en wind naar zee gaan om hun vangsten boven water en aan land te brengen.
En daar begint het te wringen. Want volgens vissers zijn het ┤hun van de wal┤ die nergens van weten en die rare vragen stellen of stellingen poneren. En volgens ngo┤s zijn veel vissers 'onverantwoorde piraten in een kwetsbaar ecosysteem. Twee karikaturen met daartussen een onoverbrugbare kloof.
Het overbruggen van die kloof is een taak die voor VisNed - spreekbuis van de Nederlandse kottervissers - prioriteit heeft. En dat begint wat ons betreft met samen antwoorden vinden op drie simpele vragen: wat, waarom en hoe. Wat beschermen we, waarom en hoe doen we dat.
Dat beantwoorden lukt niet zonder gesprek, een gesprek op basis van informatie en wederkerigheid. En daar komt de wetenschap om de hoek. Recentelijk heeft het internationale Benthis-onderzoek de mogelijkheid aangereikt om ge´nformeerd te discussiŰren over bodemimpact van visserij en de ecologische gevolgen van bodemvisserij. Uitbouw van dat onderzoek naar de Waddenzee en de kustzone is een voorwaarde voor het voeren van een goed en ge´nformeerd gesprek.
De uitkomst van dat ge´nformeerd gesprek zal leiden tot een aanpassing van de Waddenvisserij. Sommigen noemen het zelfs een transitie. Hoe dat eruitziet, weten we niet maar er zijn volop aanknopingspunten.
Koud kunstje
De Raad voor de Wadden heeft destijds een behartenswaardige aanbeveling gedaan. Die aanbeveling is later ook nog eens een keer uitgewerkt. Ik zou zeggen: zoek onder in de laden naar dat rapport en neem de klus ter hand. En voer tegelijk wetenschappelijk onderzoek uit, betrek vissers daarbij zodat het ook hun onderzoek wordt. En zorg dat in de bovengenoemde vergelijking met heel veel onbekenden factoren licht in de duisternis komt.
Daarna moet het een relatief koud kunstje zijn om met elkaar een stip op de horizon te prikken en een koers daarnaartoe uit te zetten. Dan komt er heel snel een garnalenvisserij die veel minder impact op het ecosysteem heeft en die minder uitstoot veroorzaakt.
En dan zien we allerlei leuke kleinschalige vissers enthousiast het Wad op gaan. Visserijen die een topproduct leveren voor (heel) lokale markten en voor supermarkten in Noordwest-Europa.
Een visserij die nog steeds een prachtig decor vormt voor al die activiteiten in de havens op de vaste wal en op de eilanden. In eendrachtige samenwerking kunnen visserij, natuurbeschermers en overheden zo┤n toekomstbeeld schetsen en realiseren. Wij staan in de startblokken.
Pim Visser is directeur van visserijorganisatie VisNed. Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties