De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

vrijdag 15 december

Economiemaandag, 15 mei 2017

Weidevogelbeheer vooral in veenweide
Wageningen - Onderzoekers van de universiteit in Wageningen WUR en het instituut voor vogelonderzoek Sovon concluderen dat er in het veenweidegebied relatief veel kansen zijn om de weidevogelstand te verbeteren. Beide organisaties hebben verschillende scenario’s ontwikkeld die inzichten geven in de instrumenten en financiële middelen die nodig zijn voor een plan van aanpak voor weidevogels waar staatssecretaris Martijn van Dam mee moet komen. De Tweede Kamer heeft hierom verzocht.
In de scenario’s is bekeken welke factoren vooral van belang zijn en waar kansen en bedreigingen liggen.
Belangrijke factoren die succes of mislukking van weidevogelbeheer bepalen zijn volgens de onderzoekers: beschikbaarheid van voldoende voedsel, de invloed van schaalvergroting in de landbouw en intensivering, het landschap, predatie, klimaat en het beschikbare budget.
Verbetering van de weidevogelstand kan volgens de onderzoekers vooral worden uitgevoerd in veenweidegebieden. ,,Het is verstandiger om in die gebieden natuurinclusief te gaan boeren", stelt dierecoloog Alex Schotman. ,,Vooral omdat ontwatering in die gebieden leidt tot bodemdaling en dus extra CO2-uitstoot." De onderzoekers erkennen dat met een hoger waterpeil er dan wel optimale omstandigheden voor weidevogels worden gecreëerd, maar dat de landbouwproductie halveert. De inkomstenderving moet daar worden opgevangen door een vergoeding voor de gereduceerde CO2-uitstoot (de prijs per ton moet dan wel vertienvoudigen) en een hogere prijs voor natuurinclusieve producten. ,,Directe afzet bij de consument, ook wel de korte keten genoemd, kan hierin een belangrijke rol spelen", stellen de onderzoekers.
Het voedsel van volwassen weidevogels bestaat voor ongeveer 20 procent uit larven en insecten en voor 80 procent uit regenwormen. Omdat regenwormen vochtige grond nodig hebben en bij droogte diep de grond in kruipen, is een hoog waterpeil belangrijk. Daarnaast moet de bodem veel organische stof bevatten, omdat wormen daarvan leven. In veel landbouwgebieden ligt dit gehalte veel lager dan voorheen. Kuikens moeten het hebben van insecten, torretjes en spinnen. Die leven in niet te dichte vegetaties en dus niet in een hoogproductieve grasmat. Om veilig te zijn voor predatoren moet het gras hoog zijn.
Bedreigingen
Het eerste proces dat het voor weidevogelbehoud lastig maakt is dat de belangen voor het behoud van weidevogels en het inkomen van de boer veelal tegengesteld zijn. ,,Door de lage opbrengstprijzen hebben boeren weinig ruimte om natuur op hun bedrijf en boerenlandvogels in het bijzonder een kans te geven. Voor broedsucces is goed kuikenland cruciaal. Dan gaat het om laat gemaaid, vochtig en bloemrijk weiland."
Een tweede bedreiging is de geleidelijke verdwijning van zeer open landschappen door verstedelijking, uitbreiding van infrastructuur en toename van bosjes en bomen. Onder andere door dit laatste is de predatie toegenomen. ,,Er zijn steeds meer diersoorten die eieren en kuikens van weidevogels eten en de populaties van deze soorten groeien." Dan gaat het onder meer om vossen, roofvogels, grote meeuwen, kraaien, reigers, ooievaars, hermelijnen en marters. Of er minder bescherming van deze roofdieren moet komen of bestrijding, daarover laten de onderzoekers zich niet uit.
Een belangrijke factor die meespeelt in succesvol weidevogelbeheer is het geld. In en buiten weidevogelreservaten ontvangen organisaties en boeren veel te weinig geld om voldoende beheermaatregelen te nemen, stellen de onderzoekers.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties