De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 juni

Regiomaandag, 19 juni 2017

Minderheidskabinet is eigenlijk geen optie
Informateur Tjeenk Willink is aan het afstrepen. De enige mogelijkheid is nog dat VVD, CDA en D66 regeren met een vierde partij. Na het definitief afvallen van GroenLinks zijn ChristenUnie en PvdA de enige overgebleven serieuze opties voor de vierde partij.
Nu staat in Tjeenk Willinks opdracht dat hij ook mag kijken naar minderheidscoalities. Als het dus niet lukt met ChristenUnie of PvdA, kan hij dus ook voorstellen om een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 te formeren. Maar uit de antwoorden van Tjeenk Willink op vragen van journalisten hiernaar is op te maken dat hij deze opties als een zwaktebod ziet.
Toch zijn er genoeg voorstanders te vinden. Vooral onder mensen die buiten de politiek staan, zoals politicologen en rechtsfilosofen, is er enthousiasme voor. Hun redenering is dat met een minderheidskabinet er geen dichtgetimmerd regeerakkoord is dat regeringsfracties bindt en de oppositie monddood maakt. In plaats daarvan moet het kabinet steeds zoeken naar medestanders in het parlement. Zo krijgt de Kamer een grote rol in het landsbestuur. En dat is goed voor de democratie.
Maar die voorstanders gaan voorbij aan de val van Colijn V in 1939 na de motie-Deckers. Na een kabinetscrisis in 1939 vormde zittend premier Hendrik Colijn een kabinet dat los stond van de Tweede Kamerfractie, een soort zakenkabinet avant la lettre dus. Toen Colijn met zijn vijfde kabinet de regeringsverklaring had voorgelezen, liet de Tweede Kamer de tanden zien. Fractievoorzitter L.N. Deckers van het katholieke RKSP, de grootste fractie, diende een motie van wantrouwen in. Een Kamermeerderheid steunde dit. Zo viel Colijn V al na twee dagen, nog altijd een record.
Sindsdien geldt de stelregel dat een kabinet pas geformeerd kan worden als duidelijk is dat het aantreden ervan op een meerderheid van het parlement kan rekenen. Een minderheidskabinet kan dat alleen voorkomen als het al in de formatie bij andere partijen zeker weet te stellen dat het niet bij het eerste optreden in de Kamer al weggestemd wordt. Dit is te ondervangen door met een partij over meerdere punten van te voren afspraken te maken. Maar dan is het eigenlijk geen minderheidskabinet meer, maar een gedoogkabinet zoals indertijd Rutte I. En zelfs dat was misleidend: in de praktijk kwam het erop neer dat de PVV wel degelijk een coalitiepartij was, maar alleen geen bewindslieden leverde.
Punt voor punt van te voren een meerderheid regelen wordt ook lastig. Stel: het minderheidskabinet wil baanbrekend klimaatbeleid maken. Dan kunnen ze daarvoor vast steun krijgen van GroenLinks. Maar wat nu als dit kabinet het striktere migratiebeleid wil waar GroenLinks zo mordicus op tegen is. De partij kan dan ook het kabinet pootje haken op klimaatbeleid om het migratiebeleid te voorkomen.
Kortom: op papier klinkt het goed, zo’n minderheidskabinet, maar praktisch is anders. Tjeenk Willink zei deze week al dat op een aantal punten, zoals klimaat en migratie, belangrijke beslissingen gezet worden. Het is moeilijk robuust beleid te maken als een kabinet niet van te voren weet of hiervoor wel een meerderheid is.
Een minderheidskabinet kan dus alleen bij uiterste noodzaak, als de enige andere optie nieuwe verkiezingen zouden zijn. Want dat zou pas echt een zwaktebod zijn.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties