De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Hoofdartikelvrijdag, 20 oktober 2017

Fryslân morrelt aan wortels rechtstaat
De provincie en zes Noordoost-Friese gemeenten moeten zich opnieuw bij de rechter verantwoorden voor de aanbesteding van het WMO- en leerlingenvervoer. In juni bepaalde de rechtbank al dat de eerste aanbesteding moest worden ingetrokken, nu vinden twee taxibedrijven dat ook bij de nieuwe aanbesteding fouten zijn gemaakt.
De Friese overheden maakten deze keer een opmerkelijke keuze. Waar de eerste rechtszaak nog plaatsvond bij de Rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden, werd bij de nieuwe aanbesteding voorgeschreven dat procederen alleen kan bij de rechtbank in Den Haag. Ze noemen als verklaring voor de overstap dat de Rechtbank Den Haag meer aanbestedingszaken behandelt en dat de betreffende aanbesteding erg complex is.
In feite zeggen de overheden hiermee dat ze de Leeuwarder rechtbank niet kundig genoeg vinden. Terwijl ze dat bij de eerste aanbesteding nog wel vonden. Toen schreven ze, zoals gewoonlijk bij dergelijke aanbestedingen in het Noorden, de Rechtbank Noord-Nederland voor als bevoegde rechter.
De scheiding tussen de uitvoerende en de rechterlijke macht in Nederland is in de Grondwet strikt geregeld, en is daarmee een van de belangrijkste pijlers onder onze rechtstaat.
In dat licht is het al vreemd dat het in dergelijke zaken mogelijk is een rechtbank naar keuze te selecteren. Dat biedt ruimte een rechtbank te nemen die de aanbestedende partij welgevallig is. Een rechtbank die een uitspraak doet die niet in het straatje past, kan - zoals in dit geval - worden gepasseerd. Op deze manier kan ten onrechte de indruk worden gewekt dat verschillende rechtbanken de wet verschillend interpreteren.
Hiermee begeeft de overheid zich op twee wijzen op een hellend vlak. Een rechter kan via een omweg worden uitgesloten. Maar bovendien brengt de keuzemogelijkheid een zekere prikkel met zich mee voor rechtbanken om te vonnissen in het voordeel van de aanbestedende partij.
Immers, ook de elf rechtbanken in Nederland ontlenen een deel van hun bestaansrecht aan het aantal zaken dat bij hen wordt aangedragen. Een kleiner aantal zaken betekent minder werk en, in het uiterste geval, sluiting of samenvoeging met een andere rechtbank.
Dat de provincie en de Friese gemeenten nu ook gebruikmaken van deze mogelijkheid is een zorgelijke stap. Overheden zouden dezelfde rechtsgang moeten volgen als die ze verwachten van hun inwoners. Wie het niet eens is met een uitspraak kan in hoger beroep gaan. Als dat niet gebeurt, zal men zich bij de uitspraak neer moeten leggen. En niet - zoals in dit geval - zijn gelijk moeten willen halen door de betreffende rechters voor de toekomst te diskwalificeren.
De stap klemt te meer omdat er een twijfelachtig voorbeeld mee wordt gezet. Want hoe kunnen de overheden nu nog van hun inwoners verwachten dat ze de rechtbank in Leeuwarden wél serieus nemen?
Juist een overheid zou de uitspraak van een rechter onvoorwaardelijk moeten respecteren. Dat is wat Nederland onderscheidt van ieder willekeurig land met een dictatoriaal regime. PA
.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties