De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 19 januari

Economievrijdag, 22 december 2017

Zonder knelgevallenregeling is het einde verhaal
Stoppen of de knelgevallenregeling. Voor boer Harm Veenstra (28) in Doezum is het een van de twee opties. De peildatum 2 juli 2015 van de fosfaatreductieregeling dreigt een einde te maken aan zijn boerendroom.
Doezum – ,,Het is één grote onzekerheid. Het maalt de hele dag door je kop. Je wordt stukgemaakt”, zegt Veenstra. ,,Je vraagt je de hele tijd af: hoe komt ’t? Het voor mezelf melken was mijn droom. En doordat je vier weken te laat bent begonnen, lijkt die hele droom verpest.”
Precies in de periode tussen de aankoop van zijn boerderij in Doezum - mei 2015 - en de dag dat Harm Veenstra koeien in de stal had - 1 augustus 2015 - valt namelijk de peildatum van het fosfaatreductieplan. Op die 2e dag van juli zijn de rechten voor het houden van melkkoeien gebaseerd. En nul koeien op 2 juli 2015 betekent in Veenstra’s geval nul rechten nu.
,,Ik heb de boerderij gekocht van een boer die ging stoppen. Tot dat moment was ik tien jaar in dienst bij een andere melkveehouder. Mijn vader hielp me met de financiering en toen ik wilde beginnen met melken heb ik de melkfabriek gebeld. Die wilden eerst over mijn toelating vergaderen. Ze zijn me die vergadering echter vergeten. Vier weken later kon ik me wel inkopen, voor tien cent per liter, en voor vier ton kilogram melk per jaar. Op 1 augustus 2015 ben ik begonnen met melken. Eerst met 42, en al snel 50 koeien. Het blijkt achteraf allemaal een maand te laat.”
In de aanloop naar het afschaffen van het Europese melkquotum in april 2015 sorteerden bestaande boeren daar al op voor. Er werden veelvuldig stallen neergezet en veestapels uitgebreid. Nederland heeft echter ook een afspraak met Brussel over de maximaal te produceren hoeveelheid fosfaat - bestanddeel van mest. Met de vele nieuwe koeien werd dat plafond van 172,9 miljoen kilo fosfaat voor de totale veesector, waarvan 84,9 miljoen voor de melkveehouders, ruimschoots overschreden.
Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) kwam met een fosfaatrechtenstelsel op de proppen. Dat werd in oktober 2016 echter afgeschoten door de Europese Commissie. Het gratis verstrekken van fosfaatrechten door de overheid voor een veestapel die milieugrenzen overschrijdt, ging de Commissie te ver. Van Dam stelde de invoering van de fosfaatrechten een jaar uit tot 1 januari 2018.
In de tussentijd moest de fosfaatproductie fors terug door afscheid te nemen van koeien - via de slacht of export. Dat werd geregeld in het fosfaatreductieplan, waaraan ook de zuivelbedrijven en landbouworganisaties hadden meegewerkt. Het aantal fosfaatrechten dat een bedrijf kreeg, werd gebaseerd op het aantal stuks melkvee op 2 juli 2015. Die datum werd gekozen omdat Van Dams voorganger, staatssecretaris Sharon Dijksma, toen voor het eerst de invoering van een fosfaatrechtenstelsel aankondigde.
De beoogde fosfaatreductie in 2017 van 8,2 miljoen kilo lijkt ruimschoots te worden gehaald. Brussel keurde deze week het fosfaatrechtenstelsel wel goed. Als begin 2018 ook de maatregelen voor schoon grond- en oppervlaktewater worden goedgekeurd ligt de weg vrij voor behoud van de derogatie. Die geeft de sector recht om meer mest op land uit te rijden dan in andere EU-landen.
Nederland heeft zich altijd voorgestaan op een grondgebonden veehouderij. De veestapel op peildatum 2 juli 2015 moest 8,6 procent worden ingekrompen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouders. Grondgebonden is ook hoe Veenstra zijn werk doet. ,,Aan een bedrijf met zestig koeien heb ik wel genoeg en ik heb tachtig hectare grond. Dat is dus niet eens een koe per hectare. En het liefst weid ik de koeien dag en nacht. Bovendien kan ik de mest prima op eigen grond kwijt.”
Veenstra zegt zijn nu overgebleven zestig Holstein-koeien ook nog eens bewust bij stoppende boeren ,,helemaal tot aan de Achterhoek” te hebben gekocht. Alles lijkt in de geest van hoe de Nederlandse overheid de melkveehouderij graag ziet. Toch is Veenstra de klos.
Knelgevallen
,,Toen die peildatum van 2 juli 2015 bekend werd was ik nog niet eens ongerust. Er werd namelijk ook een knelgevallenregeling aangekondigd. Ik dacht: daar hoor ik bij.”
Tot nog toe heeft de aanmelding daarvoor geen uitsluitsel bij de verantwoordelijke Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opgeleverd. ,,Als je belt zeggen ze: ‘We werken eraan’.”
De knelgevallenregeling is er voor melkveehouders die onevenredig zijn getroffen door de fosfaatregeling. Het gaat onder meer om bedrijven die op 2 juli 2015 onomkeerbare financiële verplichtingen waren aangegaan en voor biologische bedrijven die op die datum net in omschakeling zaten. Er zijn al vele gevallen bekend van nieuwgebouwde stallen die pas na de peildatum werden volgezet met koeien.
De 28-jarige Veenstra melkt intussen door, maar het betekent dat hij ook maandelijks wordt beboet voor het aanhouden van te veel melkvee. ,,De melkfabriek heeft in mei mijn volledige melkgeld ingehouden vanwege een boete van 28.000 euro. Het melkgeld was niet voldoende, maar het restant van de boete heb ik niet betaald.”
Nadat afgelopen mei een groep van ruim vijftig grondgebonden en biologische boeren door de rechtbank was vrijgesteld van het fosfaatreductieplan deed de melkveehouder uit Doezum - via een zogenoemde lichte toets - met succes een beroep op dezelfde uitzonderingspositie. De boete werd teruggestort door FrieslandCampina, die het voor de RVO regelt. Op 31 oktober vernietigde het gerechtshof Den Haag echter de uitspraak van de rechtbank. Volgens het hof was voor de melkveehouders onder meer te ‘voorzien dat ongeremde groei van de melkveestapel tot problemen kon leiden met de derogatievoorwaarden’. En dat nieuwe productiebeperkende maatregelen zouden worden opgelegd. ,,Per november wordt mijn melkgeld weer gehalveerd. Mijn boetebedrag is nu dik 50.000 euro.”
Het betekent dat de boer het niet lang meer zal volhouden. ,,Hier is niet van te leven. Maar je hebt geen keus. Het is stoppen of de boete betalen, anders is er niet”, zegt Veenstra. Hij denkt nog wel eens terug aan medio 2015. FrieslandCampina wil geen verantwoordelijkheid nemen voor de vertraging bij het afsluiten van het melkleveringscontract. ,,Als ik nou in juni 2015 was begonnen met melken dan had ik er misschien nog wat rechten bij moeten kopen. Maar dat was te doen geweest. Dit houd ik zo niet lang meer vol. Zonder goede knelgevallenregeling komt dit niet goed.”
Veenstra wil niet denken aan het scenario van stoppen. Dat betekent dat hij achterblijft met tienduizenden euro’s schuld, en géén boerderij. Een boerderij zonder fosfaatrechten zal bovendien weinig opleveren. ,,Als ze eerlijk zijn bij die commissie voor de knelgevallen, dan komt het goed. Daar zal ik wel vertrouwen in moeten hebben.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties