De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Hoofdartikelzaterdag, 20 januari 2018

Krimp zonder kramp, tegen kleurverlies
Binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) buigen kerkenraden zich deze weken over een nieuwe ronde van veranderingen van de kerkorde. In deze ronde gaat het vooral over de predikant in de krimpende kerk. Honderden predikanten zitten nu langer dan twaalf jaar - soms onvrijwillig - op dezelfde plek. Er ligt een goed voorstel de verbintenis van de predikant te beperken tot maximaal twaalf jaar. Het is goed en gezond als de gemeente en predikant na twaalf jaar weer nieuwe impulsen krijgen. Nogal wat predikanten zullen worden losgemaakt en komen straks in een wachtgeldregeling terecht, maar dat moet worden opgebracht, grotendeels door de gemeenten.
Dat plan is beter dan de andere oplossing die ook wordt voorgesteld. In een bedrijf zou je overtallige werknemers proberen te herplaatsen naar een andere vestiging. Iets dergelijks staat ook in de plannen van de Protestantse Kerk. Als een predikant ergens onvoldoende uren kan krijgen of moet afbouwen vanwege een begrotingstekort, dan wil de PKN dat hij of zij bij een naburige gemeente wordt ingezet om genoeg uren te houden.
Die zogeheten samenwerking lijkt onschuldiger dan het is. Formeel wordt een gemeente nog steeds geen predikant opgedrongen, maar het is wel stevig aandringen. De synode zou hiervan moeten afzien zo te ‘sturen’. Een gemeente heeft een eigen identiteit, zoekt een eigen soort prediking, wil zelf roepen en beroepen. Juist in een tijd van krimp moet je voorkomen dat een gemeente en predikant in een positie worden gebracht die min of meer of opgedrongen is.
Net als in de rest van Nederland krijgen ook in Fryslân de kerken het voor de kiezen als het gaat om krimp. Hoe voorkom je dat er dan een grijze middenkerk komt waar niemand zich nog echt in herkent? Zulke ‘eenheid in verscheidenheid’ wordt dan eerst verkocht als een veelkleurig boeket, maar in werkelijkheid worden de kleuren gemengd. Dat levert meestal grijs op.
Dat is op te lossen door verschillende wijkgemeentes te hebben met een eigen identiteit: de ene gemeenten is dan vrijzinnig-midden-orthodox, de andere evangelisch-confessioneel. Dan kan het zijn dat de ene wijkgemeente wervender en vitaler blijkt dan de andere. Dat is helemaal niet erg. Hier gaat het namelijk niet om rivaliteit, maar om geestelijke groei een kans te geven.
Een gemeente moet juist vrij zijn een herder en leraar te zoeken die helemaal past bij het geestelijk verlangen van de leden en die niet gebonden is aan herverdelingsplaatjes van uren. Krimpen zonder kramp zou moeten betekenen dat je helemaal opnieuw kijkt naar welke identiteit je wilt vormgeven voor je gemeente. En zoek daar de predikant bij. Niet andersom.
Geef het onderling juist meer identiteit, eenheid en consistentie. Verscheidenheid mag naast elkaar bestaan: het kan een groeifactor blijken. HB

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Mooi artikel. Deze week is dit synodevoorstel ook in onze kerkenraad op de agenda geweest. De mogelijkheden voor financiële steun die gemeenten kunnen krijgen is een welkom beleidsinstrument. Zowel bij het geven van een nieuwe impuls aan het gemeenteleven als bij krimp.
Daartegenover moet je gemeenten natuurlijk wel prikkelen niet alleen naar binnen te kijken, maar ook de blik naar buiten te richten. Wel hebben we erbij gezegd dat het zoeken naar samenwerking primair over de inhoud moet gaan. Er moet dus een dikke streep onder de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, zolang zij kunnen voldoen aan de eisen van gemeente zijn uit de kerkorde. Want als dat niet meer mogelijk is ontstaat er vaak kramp. En dat is juist het goede van KERK2025. Er wordt een pakket maatregelen voorgesteld die nadenken over de krimp om kramp te voorkomen.

Westerbeek, Britsum - donderdag, 25 januari 2018


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties