De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 26 april

Geloof & Kerkdinsdag, 20 maart 2018

Kerkgebouw openhouden moet geen doel worden
Leeuwarden - Met hoeveel kerkgebouwen kan een kerkelijke gemeente toe? Het was een vraag die ds. Lieuwe Giethoorn gisteravond in Leeuwarden opwierp bij de jaarvergadering van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk beheer in de PKN. ,,Eigenlijk heeft één gemeente maar één passend kerkgebouw nodig", meent hij. ,,Dan hou je genoeg bestuurskracht en geld over om toe te komen aan de dingen waar je hart ligt: vieren, leren en dienen.”
Het is een vraag waar veel Friese PKN-gemeenten op dit moment mee geconfronteerd worden, bijvoorbeeld in grotere plekken als Dokkum en Drachten. In Sneek werd al de knoop doorgehakt en gaat de gemeente op termijn verder met één kerk: de Martinikerk. ,,Je kunt alleen meerdere gebouwen openhouden als dat niet teveel ten koste gaat van de kernactiviteit van de gemeente. De kosten en energie die met de instandhouding van meerdere gebouwen gepaard gaan, moeten voor de kerkgemeenschap binnen de perken blijven.”
Gemeenten hebben een plek nodig om samen te komen om te vieren en met elkaar het geloof en het leven te delen. Dat hoeft, zo betoogde Giethoorn, niet in een gewijd kerkgebouw te zijn. ,,Het kan ook in een dorpshuis of een ruimte in een café, in een huiskamer of desnooods in de openlucht.” In Fryslân zijn ,,er eerder kerkgebouwen te veel dan te weinig”, constateert hij.
Kosten
Op dit moment is de praktijk dat wel heel veel financiële middelen gaan naar het openhouden van een kerkgebouw. De landelijke PKN hanteert de vuistregel dat het niet meer moet zijn dan 25 procent van het jaarlijkse budget. ,,Vermoedelijk zijn er heel wat gemeenten waar de kosten veel hoger zijn dan 25 procent van het totaal. Soms is het wel 50 procent of meer. In die gevallen dreigen de kernactiviteiten van de zondagse eredienst en het pastoraat sluitpost te worden van het gemeente-zijn .”
Op de vergadering van Friese VKB klonk ook het woord ‘solidariteit’ - en het gebrek daaraan, dat nogal eens naar voren komt, zo vertelde ds. Klaas Dijkstra als het gaat om de zorg voor buurgemeenten. ,,Ben ik mijn broeders hoeder?". Giethoorn hoopt dat kerken echter inzien dat ze elkaar nodig hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om de zorg voor de gebouwen . Hij pleitte er voor om geld uit reserves in ,,een hulpfonds” te storten waarmee dan kleine gemeenten geholpen kunnen worden voor het behouden van hun kerkgebouw.
Giethoorn denkt ook dat gemeenten meer kunnen samenwerken op praktisch vlak met buurgemeenten. ,,Ga niet in je eentje zitten prutsen en het wiel opnieuw uitvinden bij zaken waar je geen verstand van hebt, maar maak gebruik van de kennis en ervaring van collega-beheerders van de buurgemeente.” In de praktijk blijkt dat er in de classis Dokkum al sprake is van deze ontwikkeling. Daar is een cluster van negen gemeenten gevormd die nu met elkaar predikanten en kerkelijk werkers gaan beroepen. Giethoorn wees ook op het belang van investeren. Door bijvoorbeeld pioniersplekken te bezoeken of zelf er mee aan de slag te gaan.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties