De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 25 mei

Geloof & Kerkdonderdag, 29 maart 2018

De protestantse grafzerk spreekt van een mondige, democratische cultuur
Pasen is een belangrijke christelijke feestdag. Jezus stond op uit de dood. Blijkbaar is de dood niet het einde. Je zou denken dat deze overtuiging nadrukkelijk vermeld wordt op protestantse grafstenen. Maar dat ligt toch anders. Alle aanleiding om deze zerken eens nader te bekijken.
Het is een opgave waar bijna iedereen een keer voor komt te staan: de keuze om al dan niet een grafmonument te plaatsen voor een overleden familielid. Als besloten wordt om dat wel te doen, dringt de vraag zich op hoe zo’n monument eruit moet zien. Hoe zien grafmonumenten er bij Nederlandse protestanten uit?
We gaan daarvoor eerst terug naar het begin van de negentiende eeuw. Uit de eeuwen daarvoor zijn vooral monumenten van de welgestelden overgeleverd. Het gaat dan om platte grafstenen op de vloeren van kerken of om rouwborden aan de wand. Ze weerspiegelen niet alleen het geloof, maar ook de maatschappelijke status van de overledenen. De armen werden buiten de kerk begraven, vaak onder een paaltje, waar nu niets meer van over is.
In 1829 komt er regelgeving. De overheid geeft gehoor aan de artsen, die bijzettingen onder de kerkvloer als een hygiënisch risico beschouwen voor de mensen die daarboven samenkomen. Dan wordt begraven in de open lucht voor iedereen de norm. De klassieke vorm is een rechtopstaande stenen plaat, een zogeheten stčle. Wat voor teksten en symbolen zijn daarop te zien? Dat blijkt afhankelijk te zijn van de mode, maar ook van andere factoren.
Sterven is onontkoombaar, maar toch omgeven door verdriet. De treurwilg drukt de beheerste emotie uit die daarbij past. In de negentiende eeuw wordt het als belangrijk beschouwd om zowel de noodzakelijkheid te beamen (de dood hoort erbij), als uitdrukking te geven aan het gevoel (gemis en weemoed). Onder de treurwilg staat op de zerk een met zwierige krulletters geschreven tekst.
Dat oogt misschien ouderwets, maar een overeenkomst met onze tijd is de mondigheid. De teksten worden door de nabestaanden gekozen. Soms wordt de overledene zelf sprekend opgevoerd. Sinds de schoolwet van 1806 zijn zelfs de armen er steeds vaker toe in staat om zich schriftelijk uit te drukken. De democratisering stimuleert mensen om zelf met een levensbeschouwelijk standpunt naar voren te komen.
Dat brengt ons bij een belangrijk kenmerk: sinds de vroege negentiende eeuw bepaalt de familie wat er op de zerk komt te staan. De predikant en de schoolonderwijzer kunnen desgevraagd adviseren en helpen bij de formulering, maar voor het kiezen van de tekst zijn de naaste verwanten verantwoordelijk. Natuurlijk dient de tekst beknopt te zijn, want het graf mag niet onnodig detoneren ten opzichte van de andere monumenten op de begraafplaats. Een zekere uniformiteit is wenselijk.
Orthodox en vrijzinnig
Ondanks de vrijheid die de nabestaanden in principe hadden, weken ze in de praktijk nauwelijks af van wat gebruikelijk was. Voor protestanten is de overtuiging belangrijk dat de mens zowel deel heeft aan geest als aan lichamelijkheid. Dit principe werd benadrukt door zowel de min of meer vrijzinnige richtingen als door de orthodoxie.
Vrijzinnigen besteedden graag aandacht aan symbolen als verwerende steen, mos en vallende bladeren of aan de cyclus van de seizoenen. Calvinisten lieten zien dat Gods openbaring in de Schrift voor hen belangrijker was dan zijn openbaring in de natuur. Ze gebruikten graag Bijbelteksten, liefst een tekst die verwijst naar God zelf.
Toch verwezen zowel de vrijzinnigen als de orthodoxen op een bepaalde manier naar God. Beide stromingen kozen daarbij bewust een bepaalde oriëntatie in de ruimte, met de graven liefst op een gezamenlijke oost-west-as. De slag van de torenklok en de zonnewijzer horen bij het klassieke kerkhof. Ze verwijzen naar de vaste ordening in Gods schepping. Ruimte en tijd vormen de matrix waarbinnen we het leven ontvangen.
Vrijzinnigen verwerkten meestal geen Bijbeltekst, maar konden wel verwijzen naar een persoonlijke geloofservaring. Het vervullen van een ‘taak’ in het aards bestaan speelde daarin een voorname rol. ‘Slaap moeder slaap’, heet het in het Groningse Leermens. ‘Uw taak is afgedaan. Hij die u eens het leven gaf, riep u en gij moest gaan.’
Op een andere manier komt de persoonlijke ervaring voor bij evangelicalen. ‘Hij werd reeds jong tot God bekeerd’, heet het van een afgescheiden ouderling in Uithuizermeeden, ‘en had het uit genâ geleerd, hoe Jezus zondaars, arm en naakt, opneemt en redt en voor hen waakt’.
Het kan dan gaan om het geloof van de overledene zelf, die spreekt in de ik-vorm. Ook komt het voor dat de familie met eigen woorden het geloof van de gestorvene en van de nabestaanden onder woorden brengt. Bij de een komt het accent te liggen op de levenswandel (‘hij heeft de taak hem opgelegd als man en vader trouw vervuld’, Leermens), bij de ander op Jezus. De tekst vormt in beide gevallen een getuigenis van wat in het leven echt belangrijk is.
Dodenlichtjes
Al deze genres passen in een mondige, democratische cultuur. Er wordt in een notendop getuigenis afgelegd van een overtuiging. Daarbij is de tekst niet alleen bestemd voor de naaste verwanten, maar voor elke passerende wandelaar. Hij draagt bewust bij aan reflectie op de vraag waarom wij op aarde zijn. De afbeeldingen kunnen hetzelfde doel hebben: ze willen aan het denken zetten en getuigen van een bepaalde visie op leven en dood.
In 2018 zijn veel van deze patronen al weer veranderd. Menig Nederlander wordt niet begraven maar gecremeerd. De as wordt soms bijgezet in een zogeheten columbarium. Een andere vernieuwing is dat veel meer dan vroeger brieven, kindertekeningen, ‘dodenlichtjes’ en andere persoonlijke uitingen van affectie bij het graf worden neergelegd. Ook onder protestanten wordt dat steeds gebruikelijker.
Opvallend is dat de maatschappelijke prestatie van de overledene tegenwoordig weer vermeld wordt tijdens de uitvaart, in een toespraak door familie, net zoals in de achttiende eeuw. Over de vraag of dat vanuit protestants standpunt bezien wel zo wenselijk is, valt te discussiëren.
Zeker is dat begraafplaatsen nog steeds een bepaalde aantrekkingskracht hebben voor naar verdieping zoekende wandelaars. Ze kunnen de antwoorden op de grote levensvragen op zich laten inwerken. Een voorbeeld is de al genoemde begraafplaats van Leermens, waar de foto’s bij deze blog genomen zijn. Daarbij zijn orthodoxe en vrijzinnige getuigenissen allebei vertegenwoordigd. Ze zijn er als het ware met elkaar in gesprek.
Deze blog is van Gert van Klinken, hij is universitair docent kerkgeschiedenis aan de PThU in Amsterdam
Het Friesch Dagblad neemt geregeld een Bijbelblog van onderzoekers of docenten van de PThU over, waarin zij vragen over de Bijbel beantwoorden. De gehele serie is online te vinden op www.pthu.nl/bijbelblog. Vragen die aanleiding kunnen zijn voor nieuwe blogs, kunnen gemaild worden aan bijbelblog@pthu.nl

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties