De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 20 november

Achtergrondwoensdag, 1 november 2017

Schop in Waddengebied; bezint eer ge begint
Op 18 december 2017 opent een nieuwe subsidieregeling van het Waddenfonds voor projecten die de kwaliteit van het Waddengebied verbeteren. Er is in deze subsidieronde 9,5 miljoen euro beschikbaar. Het geld kan onder meer worden ingezet in projecten vallend onder het thema Natuur. Op de website van het Waddenfonds is uitgelegd dat dit bijvoorbeeld gaat om maatregelen die slib onttrekken aan de Eems-Dollard, maatregelen die ruwe bodemstructuren bevorderen, het aanleggen van hoogwatervluchtplaatsen en broedgebieden voor vogels, de aanleg van vispassages of maatregelen die een natuurvriendelijke vorm van dijkversterking realiseren.
Toegegeven, ik lees ook over kennisleemtes voor zeegrasherstel en over monitoring van vispassages, maar de algemene deler is dat er fysieke maatregelen moeten worden genomen. De schop moet in de grond. Ik prijs mezelf gelukkig dat er in het Waddengebied geld beschikbaar is voor dit magnifieke natuurgebied van wereldklasse. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of we wel weten wat we aan het doen zijn. Doorgronden we het complexe ecosysteem van de Waddenzee voldoende om te weten wat er aan fysieke maatregelen nodig is? Of erger nog, maken we niet meer kapot dan ons lief is?
Er zijn in ons Waddengebied miljoenen beschikbaar voor het nemen van maatregelen voor natuurherstel, maar we zullen eerst door onderzoek moeten bepalen welke maatregelen verstandig zijn. Helaas voor alle doeners, maar we weten veelal niet wat het beste is voor de natuur.
Een voorbeeld. Op Texel is een paar jaar geleden over een lengte van 2,3 kilometer de Waddenzeedijk voorzien van een extra stortberm. De bedoeling was dat er extra mosselhabitat gecreŽerd werd voor scholeksters en steenlopers. Nou, er groeit geen mossel op. Deze maatregel was verkeerd ontworpen. Er was geen tijd voor onderzoek welk type stenen, welke helling, welke sortering en welke ligging ten opzichte van NAP ideaal is voor mosselen op dijken.
Stuk verloren
Een ander voorbeeld. In de Eems-Dollard vlakbij de Eemshaven is een vogelbroedeiland aangelegd. Hiervan weten we hoe de aanleg moet. Het mag niet met zomerstormen overspoelen dus het moet hoog genoeg worden, er moet een schelpenlaag op om sterns aan te trekken en het mag niet wegspoelen. De kwestie hier is anders: past deze maatregel in zijn natuurlijke omgeving? Er is een zandeiland gemaakt van drie meter hoog bovenop een vlak, slikkig wad. De natuurlijke sedimenttransportprocessen zouden hier nooit een dergelijke structuur neerleggen. Hoge zandige platen horen in de buitendeltaís van de Waddenzee, denk aan Rottumeroog. We hebben hier dus gewoon een stuk van de natuurlijke Waddenzee verloren.
Tot slot wil ik het hebben over het onttrekken van slib in de Eems-Dollard. Hier wordt veel onderzoek naar gedaan, en de kwestie is weer anders: gaan we uit van de juiste veronderstellingen? Duits waddenonderzoek heeft laten zien dat als gevolg van bedijkingen en inpolderingen van de vastelandskust er een tekort aan slib is in de Waddenzee. Simpel gezegd: we brachten door inpolderingen de vastelandskust te dicht naar de Noordzee toe. Gebieden die gekenmerkt worden door een lage dynamiek, en dus een hoge concentratie slib, gingen verloren. Door zeespiegelstijging neemt de dynamiek nog meer toe, waardoor het Waddenzeesediment grover wordt. Juist in langgerekte systemen zoals de Eems-Dollard is een volledige energiegradiŽnt aanwezig resulterend in een sedimentsamenstelling van grof aan de buitenzijde naar uiterst fijn in de Dollard. Dit moeten we koesteren, zou ik denken.
Mijn zorg is dat er onvoldoende vooronderzoek wordt gedaan naar de juiste ontwerpcriteria, inclusief de inpassing in de natuurlijke processen, van fysieke maatregelen voor natuurherstel. Ik zou de indieners van voorstellen willen oproepen om vooronderzoek in de aanvraag op te nemen. En het Waddenfonds zou in de beoordeling van subsidieaanvragen ruimte moeten geven aan onderzoek, niet alleen aan de uitvoering. Bezint eer ge begint.
Martin Baptist is marien ecoloog bij Wageningen Marine Research
Deze bijdrage is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie

| Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 |


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties