Essay: Polderen zoals nog nooit is vertoond

Eind 2018 werd het Klimaatakkoord gepresenteerd. Een reuzeprestatie, resultaat van gepolder op ongekende schaal. Een kleine honderd partijen hebben ingestemd met een document van 227 pagina’s met meer dan zeshonderd maatregelen. Maar over het akkoord is nu al een verhitte discussie ontstaan.

Paul van Seters

Geplaatst: 18 februari 2019 om 11:39

Windmolens bij lemmer langs kust richting Urk.   FOTO: NIELS DE VRIES
0%

In de politiek is een grote kloof zichtbaar tussen de coalitiepartijen VVD en CDA enerzijds en D66 en CU anderzijds. Maar ook in de samenleving lopen de gemoederen hoog op. Bijvoorbeeld over biomassa, vaak genoemd in het Klimaatakkoord. De ene groep hooggeleerde deskundigen blijkt het radicaal oneens met de andere groep hooggeleerde deskundigen. Zelfs een normaal of redelijk gesprek tussen deze twee kampen lijkt niet langer mogelijk. Of je bent vóór biomassa, of je bent tégen. Een tussenpositie lijkt er niet te zijn. Maar het Klimaatakkoord presenteert wél een tussenpositie. Wat is die tussenpositie? En hoe realistisch is het te verwachten dat dit de onverzoenlijke tegenstanders in het biomassadebat dichter bij elkaar zal brengen? Het gepolder is nog niet ten einde.

Twee maanden geleden, op 21 december van het vorig jaar, presenteerde Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, het ontwerp van het Klimaatakkoord aan het kabinet. Het zal weinig lezers van het Friesch Dagblad zijn ontgaan. Wekenlang was er in politiek Den Haag over niets anders gesproken dan over dit akkoord. Een aantal milieuorganisaties en vakbond FNV stapten op uit het beraad, omdat zij niet konden leven met de voorstellen. Tot op het laatste moment deden geruchten de ronde dat er helemaal geen akkoord zou komen.

Nooit vertoond

Maar eind 2018 lag er dus toch een Klimaatakkoord op tafel, een document dat indruk maakte. Niet alleen door zijn lengte van 227 pagina’s, maar ook door zijn extreem gecompliceerde inhoud en door zijn onwaarschijnlijk ingewikkelde wijze van totstandkoming. Over die inhoud zo dadelijk iets meer. Maar die totstandkoming is een kunststuk waar zelfs illusionist Hans Klok van onder de indruk zou raken. Meer dan honderd partijen waren rechtstreeks betrokken in het overleg. Nijpels noemde dit eerder in 2018 dan ook ‘polderen zoals nog nooit is vertoond’.

Hoe doe je dat, onderhandelen met meer dan honderd partijen? In zijn aanbiedingsbrief aan minister Eric Wiebes heeft Nijpels daar een existentialistische passage aan gewijd, die het verdient in zijn geheel geciteerd te worden: ‘De gesprekken waren intensief en soms ook emotioneel. Hoe kan het ook anders? Dit gaat over een complexe operatie, die raakt aan alles. Aan hoe we werken, wonen en leven. En ieder heeft zijn of haar eigen ideeën, belangen en wensen. Om tot een gezamenlijk product te komen, hebben alle partijen over hun schaduw heen moeten springen. Ik constateer dat velen tot de rand van hun mandaat zijn gegaan. Het kabinet was bereid over de grenzen van het regeerakkoord heen te gaan.’

In de samenleving zelf is sprake van grote opwinding en felle polemiek over klimaatzaken

In deze schets van de grote tegenstellingen en de gespannen sfeer tussen de partijen is geen woord gejokt. Vanaf de start van de klimaatonderhandelingen, eind februari 2018, verschenen er berichten in de media over het gebrek aan onderling vertrouwen en over een dreigende mislukking. En dat dit niet allemaal een kwestie was van strategisch onderhandelen bleek dus op 20 december, toen de milieuorganisaties en FNV in een gezamenlijk persbericht verklaarden: ‘Achter dit Klimaatakkoord kunnen wij ons niet scharen. Na bijna een jaar onderhandelen blijkt het resultaat dik onvoldoende.’

Organisatorisch was ervoor gekozen de onderhandelingen te verdelen over vijf zogenoemde sectortafels (meestal klimaattafels genoemd), drie taakgroepen en 29 werkgroepen. Dit alles werd aangestuurd door het Klimaatberaad, dat bestond uit voornamelijk de voorzitters van de sectortafels, onder voorzitterschap van Nijpels. Inhoudelijk speelden de sectortafels de hoofdrol, met aparte tafels voor de volgende vijf sectoren: gebouwde omgeving; mobiliteit; industrie; landbouw en landgebruik; en elektriciteit. Lezers die het nu duizelt, en die het gevoel krijgen beland te zijn in de wirwar van een drieringencircus, die hebben zeker een punt.

Milieubeweging versus bedrijfsleven

Dat deze extreem ingewikkelde organisatie voor een akkoord over een aantal extreem ingewikkelde onderwerpen te maken zou krijgen met hooglopende meningsverschillen, was natuurlijk voorspelbaar. De botsing tussen de milieubeweging en de industrie spitste zich bijvoorbeeld toe op de eis van de milieubeweging voor invoering van een algemene CO2-heffing voor de industrie. Het bedrijfsleven, bij monde van VNO-NCW voorman Hans de Boer, was daar mordicus op tegen. Het bedrijfsleven trok aan het langste eind, de algemene CO2-heffing kwam er niet, en de milieubeweging gooide de handdoek in de ring.

Zoals gezegd, zo’n gang van zaken, in zo’n circus, daarover kan niemand echt verbaasd zijn. Veel opmerkelijker is dat hetzelfde circus een Klimaatakkoord heeft opgeleverd met ruim zeshonderd maatregelen. Dat betekent dus dat een kleine honderd partijen (het oorspronkelijke gezelschap minus de afhakers) hebben ingestemd met een document van 227 pagina’s met meer dan zeshonderd maatregelen. Wie dit vergelijkt met het regeerakkoord van het kabinet Rutte III, dat 77 pagina’s telde en 144 maatregelen bevatte, die ziet dat hier inderdaad een wonder is verricht. In Nijpels’ eigen woorden: hier is gepolderd zoals nooit eerder is vertoond.

Het Klimaatakkoord ligt nu bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau. Daar moet in twee tot drie maanden worden doorgerekend of het gestelde doel van 49 procent CO2-reductie in 2030 met dit pakket aan maatregelen zal worden gehaald. Mocht dit rekenwerk uitwijzen dat de CO2-reductie onder de 49 procent blijft, dan zal er, zo heeft Nijpels aangekondigd, verder worden onderhandeld door de partijen (waarschijnlijk inclusief de milieuorganisaties en FNV). Met andere woorden, dan polderen we nog een tijdje door.

Verhitte discussies

Intussen woedt er over dit unieke polderproduct zowel in de politiek als in de samenleving een verhitte discussie. In een interview met De Telegraaf op 12 januari kondigde VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff aan dat het klimaatbeleid wat hem betreft kan leiden tot de val van het kabinet. Hij meldde dat ‘de coalitie wat standpunten betreft behoorlijk uit elkaar ligt’. De burger dreigt aan het kortste eind te trekken door de veel te ambitieuze klimaatplannen van het kabinet. En, voegde hij daar omineus aan toe: ‘Als ik óf het kabinet óf de burger moet laten vallen: de burger zal ik nooit laten vallen.’

In de dagen daarna bleek er in de coalitie inderdaad een kloof te gapen tussen de posities van VVD en CDA aan de ene kant, en die van D66 en CU aan de andere kant. Vervolgens stookte GroenLinks-fractieleider Jesse Klaver op 21 januari dit vuur nog verder op met zijn aankondiging van een initiatiefwet om een CO2-belasting op te leggen aan het bedrijfsleven. Dit was precies wat de milieuorganisaties in het Klimaatakkoord hadden willen regelen, maar wat hen dus niet was gelukt. Een dag later haalde Hans de Boer (VNO-NCW) in een radio-interview hard uit: ,,Klaver verspreidt fake news en is levensgevaarlijk bezig.”

Deze voorbeelden maken duidelijk hoe de gemoederen over het klimaatbeleid momenteel oplopen, mede onder invloed van het Klimaatakkoord. Maar dit beperkt zich niet tot de gevestigde politiek. In de samenleving zelf is sprake van een vergelijkbare ontwikkeling, dat wil zeggen van grote opwinding en felle polemiek over klimaatzaken. Een fraaie illustratie daarvan biedt de discussie over biomassa die de afgelopen maanden te volgen was op de opiniepagina’s van NRC Handelsbladen de Volkskrant.

Op 16 november publiceerde NRC Handelsbladeen opiniestuk van twaalf hoogleraren (Martijn Katan, Ben Feringa en tien andere wetenschappers) onder de veelzeggende kop Biomassa stoken is een ramp voor het klimaat. Katan en Feringa c.s. (in mijn ogen op hun gebied de slimste mensen van Nederland) lieten in hun stuk geen spaan heel van biomassa. Hun conclusie, gebaseerd op diverse argumenten, was kort en bondig: ‘De regering moet geen subsidie geven voor houtstook in kolencentrales.’

Klimaatdoelen behalen

In reactie hierop publiceerde dezelfde krant een paar dagen later, op 22 november, een opiniestuk van vijf andere hoogleraren (Martin Jungiger en vier andere wetenschappers) onder de even veelzeggende kop Biomassa is juist een heel goed idee. Jungiger c.s. (in mijn ogen op hun gebied de slimste mensen van Nederland) maakten gehakt van de argumenten van Katan en Feringa c.s. Hun conclusie, gebaseerd op een aantal andere argumenten, was even kort en bondig als dat van hun tegenstanders: ‘Biomassa is juist onontbeerlijk om de klimaatdoelen te behalen.’

Op 12 december publiceerde de Volkskranteen opiniestuk van Bert Metz, Leo Meyer, Sible Schöne en Wim Turkenburg (het wordt een beetje saai, maar ook deze vier behoren op hun terrein tot de knapste koppen van Nederland). Metz en zijn drie coauteurs reageerden op een persbericht van Greenpeace, waarin werd toegelicht waarom milieuorganisaties de afvang en opslag van CO2 in de industrie beschouwden als een vorm van ‘pleisters plakken’, en zich daarom dreigden terug te trekken uit het Klimaatakkoord. Metz c.s. boorden deze argumentatie in de grond als een vorm van ideologische scherpslijperij.

In hetzelfde stuk trokken deze vier klimaatdeskundigen ook van leer tegen een ander ideologisch twistpunt in de opstelling van de milieuorganisaties: biomassa. ‘Ook dat wordt systematisch afgewezen, omdat het zou leiden tot concurrentie met de voedselproductie en tot het kappen van bossen.’ De vier bekritiseerden de kortzichtigheid van dit standpunt, en wezen in plaats daarvan op de mogelijkheden van een positieve bijdrage van ‘duurzame biomassa’ aan de energietransitie.

In reactie hierop publiceerde dezelfde krant een paar dagen later, op 18 december, een opiniestuk van Rudy Rabbinge, een van de twaalf hoogleraren van de groep-Katan. Rabbinge haalde ongekend hard uit naar Metz, Meyer, Schöne en Turkenburg: ‘Niet-onderbouwde beweringen en pleidooien… een boekhoudkundige, frauduleuze truc… opvallend is dat deze klimaatdeskundigen zo weinig weten van elementaire ecologische principes van plantaardige productie… kennelijk gebrek aan kennis… een werkelijke dialoog start met respect voor de gesprekspartner, goede analysen en onomstreden feiten, niet met vooroordelen en slecht doordachte opvattingen.’

Alle biomassa en toepassingen daarvan moeten getoetst aan duurzaamheidscriteria

De ene groep hooggeleerde deskundigen blijkt het dus radicaal oneens met de andere groep hooggeleerde deskundigen. Zelfs een normaal of redelijk gesprek tussen deze twee kampen lijkt niet langer mogelijk. Of je bent vóór biomassa, of je bent tégen. Een tussenpositie lijkt er niet te zijn. En toch is dat laatste, een tussenpositie over biomassa, precies wat het Klimaatakkoord presenteert voor dit netelige onderwerp. Wat is die tussenpositie? En hoe realistisch is het te verwachten dat dit de onverzoenlijke tegenstanders in het biomassadebat dichter bij elkaar zal brengen?

Belangrijke rol voor biomassa

Het woord ‘biomassa’ (of samenstellingen met dat woord) komt 112 keer voor in het Klimaatakkoord. Dat weerspiegelt het feit dat biomassa een belangrijke rol speelde in de klimaatonderhandelingen, en dat is ook logisch omdat biomassa relevant is voor alle vijf sectoren die het akkoord onderscheidt. Daarnaast is biomassa ook een thema dat door de sectoren heen loopt en die met elkaar verbindt. Daarom is er in het slothoofdstuk, over ‘Cross-sectorale samenhang’ een aparte sectie gewijd aan biomassa.

De twee uitgangspunten van het Klimaatakkoord zijn dat (1) ‘alleen duurzame biomassa werkelijk bijdraagt aan verduurzaming van de economie’, maar dat (2) ‘duurzame biomassa op mondiaal niveau op termijn schaars zal zijn’. Het eerste punt vergt dat alle biomassa (in de verschillende biomassastromen die gewoonlijk worden onderscheiden) en alle toepassingen daarvan kunnen worden getoetst met behulp van duurzaamheidscriteria. Het Klimaatakkoord komt daarom met gedetailleerde voorstellen voor de ontwikkeling van een nieuw ‘integraal duurzaamheidskader’. In dat verband moet in 2019 niet alleen het PBL aan het werk, maar ook een speciale SER-commissie.

Het tweede punt vergt een andere afstemming van vraag en aanbod van biomassa. In het Klimaatakkoord hebben partijen daarom een serie initiatieven afgesproken om het binnenlandse en buitenlandse aanbod van duurzame biomassa uit te breiden, waaronder een ‘routekaart’ gericht op verdubbeling van het binnenlandse aanbod van duurzame biomassa, en om de duurzaamheid van geïmporteerde biomassa in de landen van herkomst te bevorderen. Ook de noodzaak van een zo hoogwaardig mogelijke toepassing van duurzame biomassa (‘cascadering’) krijgt veel aandacht.

Drie conclusies. Biomassa is ingewikkelder dan kernenergie. Het Klimaatakkoord biedt een begaanbare brug om de twee kampen in het biomassadebat dichter bij elkaar te brengen. Als dat zou lukken, dan verdient drs. Ed Nijpels een standbeeld, of ten minste een eredoctoraat.

Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Tilburg.

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten