Ook Fryslân heeft een carnavalstraditie

In het zuiden van het land ligt het openbare leven dit weekeinde en de dagen erna vrijwel volledig stil. In Noord-Brabant en Gelderland wordt tot Aswoensdag carnaval gevierd, in Limburg vastelaovend. Een bontgekleurd feest dat bol staat van tradities, verbroedering en gezelligheid. Al is het feest in Fryslân niet zo uitgebreid als beneden de rivieren, ook hier is er inmiddels een traditie opgebouwd.

Ellen Stikkelbroeck

Geplaatst: 02 maart 2019 om 08:28

Wethouder Frans Veltman van de gemeente De Fryske Marren onthult het tijdelijke plaatsnaambord van Bakhuizen op 10 februari 2018. Tijdens carnaval heet het dorp Bokkedam.   FOTO: BLOMSMA FOTOGRAFIE
0%

In de trein van Leeuwarden naar Sneek zitten twee cowgirls. Cowboyhoed op, ribgiletjes aan, hun spijkerbroeken versierd met koeienprintlapjes. Om hun middel hangen holsters met klappertjespistolen. De vrouwen worden meewarig aangekeken door de andere treinpassagiers: zijn die twee wel helemaal normaal?

Ik herinner het me nog goed. Het was zaterdag 24 februari 2001 toen ik samen met toenmalig collega Karin Sitalsing naar Sneek ging voor de carnavalsoptocht. Ik was pas ruim een maand werkzaam bij het Friesch Dagblad en had het niet aangedurfd om meteen een week vakantie te vragen om vastelaovend (dialect voor vastenavond) te gaan vieren in mijn vertrouwde Limburg. Dus togen Karin (een geboren Brabantse) en ik naar Sneek om carnaval in Fryslân te beleven.

Eenmaal in de binnenstad waren we nog steeds de enige verklede volwassenen. Sterker nog: niets wees erop dat hier over een half uur een carnavalsoptocht door de straten zou trekken. Er was geen afrastering te zien, alleen heel veel winkelende mensen. We keken elkaar verbaasd aan: de winkels zijn gewoon open! Bij de V&D kochten we nog snel een extra voorraad klappertjes voor onze pistolen en serpentine om straks mee te kunnen gooien.

Buiten zagen we een klein jongetje verkleed als cowboy langs de kant van de weg staan. Zijn ouders in hun dagelijkse tenue ernaast. Ha, we zijn hier dus toch goed! Het jongetje glunderde toen we vanaf een afstandje cowboytje met hem speelden. Dekking zoeken, pistolen richten, pang!

En toen opeens was daar het geluid van een klepelbel. Het winkelende publiek ging aan de kant. De optocht kon beginnen. Naar schatting veertig carnavalsgroepen, sommige met praalwagen, trokken voorbij. Een prachtig gezicht. Maar toen de laatste bonte groep voorbij was, ging het publiek verder waar het mee bezig was geweest: shoppen. Karin en ik keken elkaar verbaasd aan. ,,En waar is nu het feest?”

Ondenkbaar

Waar de optocht in Limburg en Noord-Brabant pas het begin is van een dag (of dagen) en avond (of avonden) lol en plezier, ging de bevolking van Sneek over tot de orde van de dag. Dat is in het zuiden van het land ondenkbaar. Natuurlijk, niet iedereen viert carnaval - naar schatting 50 procent van de bevolking viert het nog (cijfers uit 2015) -, maar het openbare leven (supermarkten en spoedeisende hulp daargelaten) ligt volledig stil. Wie niet-verkleed op straat loopt, valt op. Een enorm contrast dus met wat wij aantroffen in Sneek.

Het jongetje glunderde toen we vanaf een afstandje cowboytje met hem speelden. Dekking zoeken, pistolen richten, pang!

Overigens bleek er wel degelijk een feest te zijn. Leden van carnavalsvereniging De Oeletoeters vierden het in hun eigen verenigingsgebouw De Hofnar, indertijd nog gelegen aan de Waterhoenstraat. Het was een stukje lopen. Voor ons gevoel een heel eind buiten het centrum.

Bij binnenkomst in De Hofnar werden we verbaasd aangekeken: hé, die kennen we niet! Tja, wanneer carnaval een feest is dat je vooral binnen de vereniging viert, valt het natuurlijk op wanneer er buitenstaanders binnenkomen. Maar we waren welkom en hebben ons prima vermaakt, al moesten we hartelijk lachten om het feit dat welhaast elke groep en wagen uit de optocht in de prijzen leek te vallen (‘bij ons’ zijn er slechts een paar die er met die eer vandoor gaan). En toen de stoppen meermaals doorsloegen en muziek en licht dus wegvielen, glimlachten we welhaast vertederd: ach, die Friezen… ze doen zo hun best...

Middeleeuwen

De hedendaagse traditie van carnaval in Fryslân gaat logischerwijs een stuk minder ver terug dan die in het katholieke Limburg en Noord-Brabant. Maar ook voor die provincies geldt dat de huidige traditie jonger is dan vaak gedacht, terwijl carnaval eigenlijk al teruggaat tot de middeleeuwen. ‘In Nederland werd carnaval - in de betekenis van het feest van de katholieken voorafgaand aan de vasten - nationaal gevierd tot aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de protestantse reformatie in de zestiende en zeventiende eeuw, die een halt toeriepen aan de vieringen’, aldus cultureel antropoloog dr. Lotte Thissen van de universiteit van Maastricht in haar proefschrift uit 2017.

Pas vanaf de achttiende eeuw kwam de carnavalsviering langzaamaan weer op in het katholieke Zuiden, onder invloed van Duitse tradities. Aanvankelijk was dat alleen in besloten kring. Sterker nog: tot begin vorige eeuw was de openbare viering van carnaval verboden. In Tilburg zelfs tot 1965! ,,Om toch carnaval te kunnen vieren, gingen Limburgers naar het Duitse Rijnland”, zegt prof. dr. Leonie Cornips van het Meertens Instituut in Amsterdam. ,,Daarop zei de Rooms-Katholieke Kerk op een gegeven moment: laten we het dan toch maar toestaan, want dan houden we het zelf in de hand.”

Hoewel de traditie dus kon worden voortgezet, duurde het nog tot na de Tweede Wereldoorlog voordat er massaal carnavalsverenigingen werden opgericht in de steden en dorpen in het zuiden van het land. Vanaf toen werd carnaval een goed georganiseerd gebeuren, inclusief optochten in het openbaar.

Verschillen

Hoewel vanuit Fryslân bezien de provincies beneden de rivieren wellicht één pot nat zijn, zijn er grote verschillen in de viering van carnaval tussen Limburg en Noord-Brabant (en Gelderland). De Limburgse vastelaovend is geïnspireerd op het Rijnlandse carnaval uit Duitsland (dat op zijn beurt weer is beïnvloed door het Venetiaanse carnaval). Het feest vindt grotendeels plaats op straat. Mensen zijn verkleed in de kleurrijkste gewaden en veelal geschminkt.

Noord-Brabant heeft Bourgondisch carnaval dat voornamelijk binnen plaatsvindt, in kroegen en feestzalen. Steden en dorpen krijgen tijdens carnaval tijdelijke benamingen, zoals Oeteldonk (Den Bosch), Lampegat (Eindhoven) of Kruikenstad (Tilburg). De verkleedkleren ogen bescheidener dan in Limburg: met een blauwe boerenkiel met rode zakdoek of een vrolijk gekleurde blouse en zonder schmink kun je hier prima voor de dag komen.

Waar in Noord-Brabant carnavaleske (en vaak ook dubbelzinnige) liedjes klinken als Er staat een paard in de gang, De balletjes van de koningin en Preitjes op m’n dijtjes en de act Snollebollekes de feesttenten en -zalen plat speelt, komen die er in buurprovincie Limburg niet in. Limburg heeft een traditie van eigen liedjes, allemaal in Limburgs dialect. Die bezingen met name (de liefde voor) de eigen stad of het dorp, de vastelaovend en het leven. Van dubbelzinnige teksten is geen sprake.

Een bekend voorbeeld daarvan is het liedje Nao ’t Zuuje (uit 2017) van Lex Uiting. Dat groeide in korte tijd uit tot een soort tweede Limburgs volkslied en wordt in de hele provincie meegezongen. Het nummer wist vorig jaar zelfs een plek te veroveren in de Top2000 van NPO Radio2.

Katholieke enclaves

Het zwaartepunt van het carnaval ligt nog altijd beneden de rivieren, maar het feest wordt sinds de jaren zestig en zeventig ook steeds meer elders in het land gevierd. Fryslân, met enkele van oorsprong katholieke enclaves, is daar geen uitzondering op. Het carnaval hier is vooral geïnspireerd op dat in Noord-Brabant: het vindt grotendeels plaats in cafés en feestzalen en de liedjes zijn vooral Nederlandstalig, al is de voertaal onderling veelal Fries of een van de stads- en streektalen die deze provincie rijk is.

,,Bij De Bûtenbieners is het Stellingwerfs de voertaal”, zegt secretaris Dick Jager van de carnavalsvereniging uit Steggerda, al is het eigen Bûtenbienerslied geschreven in het Nederlands. De vereniging is de oudste carnavalsvereniging die Fryslân rijk is. Ze werd in 1963 opgericht vanuit stichting Jongerencontact, waarin de Jonge Boeren- en Tuindersbond, de Katholieke Arbeiders Jeugd en de Meisjesbeweging ABTB waren vertegenwoordigd. ,,Stichting Jongerencontact organiseerde dansavonden voor de katholieke jeugd. Op een gegeven moment was er een soort uitwisseling tussen Steggerda en Valburg in Gelderland. Daar maakten de jongeren het carnaval mee en dat wilden ze in hun dorp ook wel.” De eerste feestavond vond plaats in het parochiehuis. Tegenwoordig is het feest in zaal De Landerije. ,,Het katholieke aspect is wat verwaterd, maar we vieren nog altijd feest naast de katholieke kerk.”

Limburg heeft een traditie van eigen liedjes, allemaal in Limburgs dialect. Van dubbelzinnige teksten is geen sprake

De Bûtenbieners beginnen de carnavalsdagen met een bezoek aan de bejaarden in Lyclama Stins in Wolvega. Daarna volgt op de zaterdagavond een feest voor volwassenen. ,,Ja, daarbij is iedereen verkleed”, zegt Jager. ,,In de jaren negentig dreigde dat te verdwijnen, maar nu heb je weer allemaal jongeren die echt goed verkleed gaan. Wil je een prijs winnen met je kostuum, dan moet je echt wel je best doen.” De zondagmiddag is een familiedag, voor kinderen, ouders, opa’s en oma’s. ,,Onze vereniging telt zo’n 450 leden uit Steggerda en de omliggende dorpen, ook die over de grens in Drenthe en Overijssel. Die leden komen niet allemaal op het feest hoor. Er zijn veel ouderen bij, die ons nog altijd een warm hart toedragen. Een optocht hebben we niet, want het is ’s zomers met het dorpsfeest al lastig genoeg om versierde wagens bijeen te krijgen.”

In tegenstelling tot carnaval in het zuiden van het land, waar het festijn duurt tot Aswoensdag, vieren de verenigingen hier in Fryslân vooral feest in het weekeinde. Zo ook in Blauwhuis, waar carnavalsvereniging De Fyfkes de scepter zwaait. ,,Wij steggelen altijd een beetje met Steggerda over wie de oudste vereniging heeft”, lacht voorzitter Jelmer Ettema. De vereniging in Blauwhuis is officieel opgericht in 1967, maar al voor die tijd probeerde men het carnaval leven in te blazen in het katholieke dorp. ,,Eerst werd dat geprobeerd vanuit de voetbalclub, maar dat is niet gelukt. Daarna heeft een vriendengroep gezegd: wij gaan het doen. Ze hebben wekelijks een kwartje ingelegd in een pot om het feest te bekostigen. Zo is de vereniging ook aan haar naam gekomen. Fyfke is het Friese woord voor kwartje.”

De vereniging bestaat uit een Raad van Elf, een grootvorst, een ceremoniemeester en drie reserveleden die samen met hun vrouwen het feest organiseren voor het hele dorp. En tijdens het feest zijn ook de prins, page en garde natuurlijk onmisbaar. ,,We beginnen het weekend op vrijdagavond met de ontmaskering van de nieuwe prins. Dat is typisch voor Blauwhuis. In veel plaatsen gebeurt het uitroepen van de nieuwe prins al op 11-11 of in de weken voor carnaval. Wij doen het pas op het laatste moment.”

Aansluitend aan de ontmaskering volgt een cabaretavond van eigen bodem. ,,Bij alle daaropvolgende gebeurtenissen wordt de prins steeds opnieuw weer ontmaskerd en in zijn ceremoniële tenue gehesen.” Op het programma staan onder meer een bezoek aan het bejaardenhuis in het dorp, een carnavalsmis in de Sint Vituskerk en een gekostumeerd bal. ,,Op zondag trekt er een optocht door het dorp. Voorop gaat een versierde kar met daarop de prins en page, getrokken door de Raad van Elf. Daarachter lopen de winnaar van de prijs voor het mooiste kostuum van het gekostumeerde bal en basisschoolkinderen.”

Veel import

Ook in Bakhuizen, waar in 1979 carnavalsvereniging De Blauwe Bok werd opgericht, lopen er vooral verklede kinderen mee in de optocht door het dorp, begeleid door veelal niet-verklede ouders. ,,Nee, daar zijn geen versierde wagens bij”, vertelt Wink Blomsma, voorzitter van dorpsbelang. ,,Die komen in de zomer tijdens het zomerfeest.” Blomsma, geboren in Den Haag, verhuisde achttien jaar geleden vanuit Nieuwegein naar Bakhuizen. ,,De voertaal is Fries, hoewel er ook veel niet-Friezen aan meedoen.” Dat het dorp veel import heeft, is volgens Blomsma ,,geen punt”. ,,Dat gaat allemaal door elkaar. Je wordt hier helemaal geaccepteerd.” Sterker nog: toen hij pas vijf jaar in Bakhuizen woonde, werd hij al prins van Bokkedam, zoals het dorp tijdens carnaval heet.

In veel plaatsen gebeurt het uitroepen van de nieuwe prins al op 11-11 of in de weken voor carnaval

Een prachtig staaltje van integratie! Kom daar in Limburg maar eens om. In het dorp waar ik vandaan kom - en waar ik in de basisschooltijd carnaval vierde - heb je bij de carnavalsvereniging niks in de melk te brokkelen als niet op z’n minst je ouders en grootouders geboren en getogen zijn in het dorp.

Hoe het carnaval er dit jaar precies uit gaat zien in Bakhuizen, is moeilijk te achterhalen. De Blauwe Bok lijkt geen andere verenigingspagina te hebben dan een niet erg actuele pagina op Facebook. Blomsma lacht. ,,Er is een flinke verjonging geweest in de vereniging en eerlijk gezegd zou ik zo niet weten wie het tegenwoordig organiseert. Doorgaans is het op vrijdag voor de jeugd, zaterdagmiddag de optocht en dan zaterdagavond feest in MFC de Gearte, waar ook de portretten hangen van alle prinsen van weleer.”

C&A

Terwijl Blomsma het vertelt, realiseer ik me dat het niet gek is dat Karin en ik achttien jaar geleden kozen voor carnaval in Sneek. De Oeletoeters zijn nu eenmaal de bekendste carnavalsvereniging in deze provincie. De rond de 220 leden tellende vereniging ontstond in de jaren zeventig. ,,Vanaf dat de gebroeders Brenninkmeijer zich in 1841 in Sneek vestigden en C&A de deuren opende, kwamen er meer katholieke zaken naar de protestantse stad”, vertelt voorzitter Gert Mengerink. ,,Op een gegeven zeiden een paar mensen: laten we een carnavalsvereniging beginnen; er zijn inmiddels genoeg mensen die lid kunnen worden.”

De link met de katholieke kerk is er nog altijd. Zo vindt er elk jaar op carnavalszondag (morgen om 12.11 uur) een speciale carnavalsdienst plaats in de Sint Martinuskerk aan de Singel in Sneek. ,,Het is een mix van flauwekul en geloof.”

Een van de hoogtepunten van het carnavalsweekend is nog altijd de optocht door de binnenstad. ,,Dit jaar doen er dertig groepen mee en vijf orkesten. Wat dit jaar ontbreekt, is ons beroemde confettikanon Spuit 11. Dat zorgde voor te veel rommel. We hebben het nu omgebouwd tot een sneeuwkanon dat kleine sneeuwvlokjes van schuim blaast.”

Het feestweekend begint traditiegetrouw met een bezoek aan de verschillende woonzorgcentra in de stad, een traditie die eigenlijk alle carnavalsverenigingen handhaven. Waar veel mensen van boven de rivieren een vooroordeel hebben dat carnaval enkel een kwestie is van veel bier drinken en gek doen, weten ook de Friese carnavalsverenigingen wel beter.

,,Wij gaan altijd de woensdag voor Groot Carnaval op bezoek bij Borneroord in Beetsterzwaag, waar we carnaval vieren met mensen met een beperking”, zegt Chantal Sinnema van carnavalsvereniging De Turftrapers uit Tijnje. ,,En we gaan tijdens Groot Carnaval altijd op bezoek bij de eerstgeborene van het carnavalsseizoen dat begint op de elfde van de elfde. En voor de ouderen in het dorp organiseren wij een quiz.” Zo wordt iedereen betrokken bij het feest.

Carnavalsvereniging De Turftrapers die in 1981 werd opgericht in Pipegaelsgea, zoals Tijnje tijdens carnaval heet, spreidt haar activiteiten zelfs nog wat verder uit dan het carnavalsfeest alleen. ,,Wij schenken als vereniging ieder jaar de kerstboom aan het dorp, waarna we met veel dorpsgenoten bijeenkomen om onder de kerstboom kerstliederen te zingen onder begeleiding van het muziekkorps De Bazuin.”

Weetjes

1841 > Herensociëteit Momus in Maastricht organiseerde in 1841 het eerste carnaval in de Limburgse hoofdstad en geldt daarmee als de eerste carnavalsvereniging van Nederland. De sociëteit werd opgeheven in 1939.

1842 > Venloosch Vastelaoves Gezelschap Jocus in Venlo is de oudste nog bestaande carnavalsvereniging van ons land. Die werd opgericht in 1842 en viert dit jaar dus het 16x11-jarig bestaan.

1882 > Den Bosch heeft de oudste carnavalsvereniging van Noord-Brabant. De vereniging voert het jaar van oprichting met trots in haar naam: Oeteldonksche Club van 1882. Tijdens carnaval heet Den Bosch Oeteldonk.

1963 > De Bûtenbieners uit Steggerda, opgericht in 1963, is de oudste carnavalsvereniging in Fryslân.

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Opinie: Het gezicht van eenzame ouderen

Opinie

Er zijn in coronatijd weinig activiteiten voor ouderen. En daarmee schiet aandacht voor eenzaamheid en ouderdomsziekten zoals alzheimer of dementie er ook bij in. Een provinciaal n...

11 uur geleden

Lees meer

Thecla Bodewes weet het tij te keren

Economie

Scheepsbouwer Thecla Bodewes (TB) Shipyards heeft vorig jaar bijna zes ton winst gemaakt. In 2019 was nog een reorganisatie noodzakelijk, toen het bedrijf ruim twee miljoen euro ve...

20 uur geleden

Lees meer

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten