Friese gemeenten wachten op vluchtelingen voor huisvesting

Het komende half jaar moeten vijfhonderd vluchtelingen met een verblijfsvergunning woonruimte krijgen in Fryslân, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Maar een aantal gemeenten moet eerst een achterstand inhalen.

Anja van der Laan

Geplaatst: 15 januari 2021 om 16:00

In Weststellingwerf werd in 2015 een voormalig schoolgebouw in Wolvega ingericht als tijdelijke noodhuisvesting, waaruit statushouders konden wachten op een reguliere woning in de gemeente. Eind 2017 werd de locatie gesloten, omdat de asielinstroom afnam. Zo’n 24 gezinnen waren er gemiddeld een jaar gehuisvest.   RENS HOOYENGA
0%

Slechts drie Friese gemeenten – De Fryske Marren, Harlingen en Waadhoeke – vonden het afgelopen jaar voldoende woonruimte voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning (statushouders). Elf gemeenten lukte dat niet, zij namen een achterstand mee het nieuwe jaar in. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) van 1 januari.

Snelle doorstroming vanuit een asielzoekerscentrum (azc) naar een zelfstandige woning helpt statushouders bij de integratie en het opbouwen van een bestaan. Het rijk bepaalt elk halfjaar voor hoeveel statushouders gemeenten voor een huis moeten zorgen. De verdeling is naar rato: hoe groter de gemeente, hoe meer vluchtelingen eraan gekoppeld worden. Dit jaar moeten Nederlandse gemeenten voor veel meer mensen (27.000) woonruimte vinden dan vorig jaar (12.000). Die piek komt niet doordat er meer vluchtelingen naar Nederland kwamen, maar doordat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een grote achterstand van asielaanvragen moet inhalen. Daardoor kunnen nu meer vluchtelingen de azc’s uitstromen, waar zij moeten wachten op een woning.

Waar Fryslân het afgelopen jaar 447 mensen moest huisvesten, is de opdracht de komende zes maanden voor vijfhonderd mensen woonruimte te vinden. Daarbovenop komen achterstanden waarmee elf Friese gemeenten 2020 afsloten. In Leeuwarden was die volgens de gegevens van het COA het grootst (56 per 1 januari), in Achtkarspelen het kleinst: één. 

Corona

Onder andere corona speelde diverse gemeenten parten. Zo wacht Noardeast-Fryslân (achterstand van 25 mensen volgens de cijfers van 1 januari) op een aantal nareizende gezinsleden van statushouders. Die tellen mee voor de taakstelling. De verwachting is dat de achterstand daarmee wordt ingelopen. Met het uitbreken van de pandemie kwamen asielzaken tijdelijk stil te liggen, merkte ook Foke Dijkstra van VluchtelingenWerk Noord-Nederland. Ze werkt in onder andere Noardeast-Fryslân. ,,Door corona stagneerde het aantal koppelingen van vluchtelingen met gemeenten. De gemeentehuizen waren ook op slot, daarna moesten protocollen worden gemaakt.”

Maar er zijn veel meer factoren die meespelen, zegt Dijkstra. ,,Om een voorbeeld te noemen: door de explosie in Beiroet was de ambassade daar dicht, waardoor een gezinshereniging langer op zich liet wachten.”

De drie gemeenten die de taakstelling wel haalden, huisvestten meer mensen dan verplicht: Harlingen één persoon, Waadhoeke zes en De Fryske Marren 22. In die laatste gemeente werden (mede door corona) afgelopen jaar minder mensen gehuisvest dan de originele taakstelling voor 2020 (25 in plaats van 35). Maar omdat De Fryske Marren eerder een grote voorsprong opbouwde (die van die taakstelling wordt afgetrokken) bleef de gemeente ook nu voor op schema.

Geen onwil

Na Leeuwarden hielden op 1 januari alleen de gemeenten Lelystad (nog 87 mensen), Utrecht (79) en Breda (77) in aantallen een grotere achterstand over. Rotterdam volgt met 55 personen. Die laatste gemeente had alleen wel meer mensen moeten huisvesten dan Leeuwarden: 435. In Leeuwarden was dat 91 (achterstanden niet meegerekend). Landelijk liepen 233 gemeenten achter. Leeuwarden haalde de huisvestingseis voor het tweede halfjaar wel, maar liep de achterstand nog niet in.

Gemeenten in Noord-Holland stuurden onlangs een brandbrief naar het kabinet over de krapte op de sociale woningmarkt. ,,We krijgen door de stijging niet alleen langere wachtlijsten voor de reguliere woningzoekende, maar ook voor bijvoorbeeld gescheiden ouders, daklozen of mensen met een medische indicatie”, werd Paul Verbruggen, wethouder Wonen in Alkmaar, geciteerd in De Telegraaf. Er is geen sprake van onwil, zei de wethouder tegen het dagblad. ,,De verdubbeling ten opzichte van vorig jaar komt bovenop het tekort aan woonruimte dat we al hebben.”

Na de explosie in Beiroet was de ambassade dicht, waardoor een gezinshereniging langer op zich liet wachten

Leeuwarden meldt de opdracht ‘niet onmogelijk’ te vinden, maar het signaal van de Noord-Hollandse gemeenten te begrijpen, omdat ook hier krapte op de woningmarkt is. ‘De verhoogde taakstelling zorgt er ook in Leeuwarden voor dat het nog meer gaat knellen. We zijn benieuwd of het rijk met aanvullende middelen komt zodat het tijdig huisvesten van statushouders in de toekomst ook haalbaar blijft.’

De Fryske Marren ziet geen problemen in de verhoging, maar merkt wel op dat er meer huurwoningen nodig zijn. De nood was al eens eerder hoog, tijdens de hoge asielinstroom huisvestte ze meer dan honderd vluchtelingen per jaar, laat de gemeente weten.

Wisselende resultaten

Friese gemeenten boekten de afgelopen jaren wisselende resultaten. Negen van de veertien gemeenten met een taakstelling (de vier Waddeneilanden zijn vrijgesteld) hielden uit 2019 een achterstand over. Het jaar ervoor waren dat zeven van de toen zestien gemeenten met een taakstelling. In 2017 vonden alle Friese gemeenten voldoende woonruimte, ruimschoots zelfs. 1296 mensen werden er toen gehuisvest, de taakstelling was 967 (inclusief achterstand van 85 personen uit 2016.)

Tijdens de hoge asielinstroom in 2015 en 2016 stelde de provincie in totaal 750.000 euro beschikbaar voor het verbouwen van panden voor bewoning door statushouders, zodat er ruimte vrijkwam in reguliere asielzoekerscentra.

De provincie moet controleren of gemeenten zich aan de taakstelling houden en is verplicht in te grijpen als het niet goed gaat. Dat toezicht is onderverdeeld in stappen. Per 1 oktober vorig jaar was Leeuwarden de enige Friese gemeente bij wie de provincie informeerde wat de reden van de vertraging was (een verscherpt toezicht, de tweede stap). Op basis daarvan wordt bepaald of de achterstand verwijtbaar is en of er afspraken moeten worden gemaakt over verbetering. Die beoordeling komt nog. Volgens de provincie liepen meerdere gemeenten achter omdat het COA – mede door corona en achterstanden bij de IND – niet genoeg vluchtelingen kon koppelen aan gemeenten. Hierdoor hebben diverse gemeenten buiten hun schuld de taakstelling niet kunnen halen, aldus de provincie.

Door corona stagneerde het aantal koppelingen met gemeenten

Het landelijke streven is om statushouders te koppelen aan de regio waar zij de meeste kans maken op betaald werk. In Noardeast-Fryslân kwam het vorig jaar acht keer voor dat statushouders wel gekoppeld waren aan de gemeente, maar uiteindelijk ‘omgekoppeld’ werden naar een andere gemeente, onder andere omdat zij daar een baan vonden.

Ook zit er soms vertraging in verwerking van de laatste cijfers over personen die eind december wel gehuisvest zijn, maar nog niet bij de eindcijfers van het COA zitten, zegt Foke Dijkstra van VluchtelingenWerk.

Er is een stevige stok achter de deur: lukt het gemeenten ook na afspraken niet de achterstand in te halen, dan kan de provincie uiteindelijk besluiten zelf de taak uit te voeren op kosten van de gemeente. Een gemeente kan daar bezwaar tegen maken, bijvoorbeeld als er sprake is van overmacht. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het COA onvoldoende statushouders koppelt aan de gemeente. Een tekort aan woningen voor alleenstaanden geldt niet als overmacht.

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten