‘Iedere weldenkende christen zou een christen-socialist moeten zijn’

In Fryslân werkten begin vorige eeuw veel christen-socialistische predikanten. Uit het boek Gedeelde idealen blijkt dat ook de predikantsvrouwen een belangrijke rol speelden. „Zij zochten de grenzen op, en gingen er soms overheen.”

Jan Auke Brink

Geplaatst: 15 januari 2021 om 18:00

Majella Voorhans en Derk Jansen schreven samen het boek Gedeelde idealen, over christen-socialistische voormannen en -vrouwen uit het begin van de twintigste eeuw. Foto: Marchje Andringa  
0%

Socialisme is maatschappelijk christendom. Derk Jansen haalt met instemming deze uitspraak van ds. Sybe Bakker (1875-1918) aan. Bakker is een van de tien geportretteerde predikanten en predikantsvrouwen uit het boek Gedeelde idealen dat Jansen samen met zijn echtgenote Majella Voorhans (81) schreef over christen-socialistische voormannen en -vrouwen uit het begin van de twintigste eeuw.

Ze voelen bewondering voor de maatschappelijke betrokkenheid van deze mensen. Voorhans: „Ze bleven niet bij de voorbeeldfunctie van Jezus staan, maar zij zagen de goddelijke glans van Jezus na Pasen, dus in Christus. Jezus wordt voor hen een spirituele kracht, zij zien in hem de vertegenwoordiger van de onderdrukte mens.”

Predikanten staan niet meer op de barricades, terwijl er zo nu en dan toch een schreeuw door de kerk zou moeten gaan

Derk Jansen (83) promoveerde in 1994 op een onderzoek naar het spiritisme in de negentiende eeuw. Hij raakte gegrepen door sociaal bewogen predikanten en publiceerde al verschillende artikelen en biografische boeken. Majella Voorhans werkte als docent godsdienst en maatschappijleer en als voorganger in doopsgezinde gemeentes.

De echtelijke samenwerking rond Gedeelde idealen kwam er op voorspraak van Voorhans. „Ik wilde de vrouwen wel eens uit de schaduw van hun man halen. Binnen de ruimte die er was hebben zij de grenzen opgezocht, en soms overschreden. Dat is bewonderenswaardig. Ze zijn echt een voorbeeld.”

De Blijde Wereld

Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw verzamelde zich in Fryslân een groep christen-socialistische voorgangers. Daarmee deed zich hier een unieke ontwikkeling voor, aldus Jansen. „Nergens anders in Nederland had je zo’n concentratie van christen-socialistische voormannen. Ze kenden elkaar van de studie in Leiden, ze raakten bevriend en ze inspireerden elkaar. Ze kwamen uiteindelijk in Friese plattelandsgemeenten terecht. En vergis je niet: sommige van die gemeenten betaalden uitstekend, meer dan een stadsgemeente in een arme buurt.”

In 1902 richtten ze het weekblad De Blijde Wereld op, dat in Leeuwarden werd uitgegeven maar landelijk verspreid werd. In 1905 werden de meesten lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij SDAP. De Bergrede van Jezus stond centraal in het denken van deze groep: zij stelden gerechtigheid voorop, bij sommigen uitte zich dat in een overtuigd pacifisme. Ze publiceerden over hun idealen, maar probeerden die ook in de eigen omgeving in de praktijk te brengen. Bijvoorbeeld drankmisbruik, dat tot veel armoede en verwaarlozing leidde, bestreden ze actief.

Godsdienstige opvoeding

Van de vijf geportretteerde predikanten vindt Jansen vooral Sybe Bakker interessant, geboren in Wier, in de gemeente Waadhoeke. „Hij is maar 42 jaar oud geworden, maar hij had het niveau van Willem Banning. Ik hoop nog een biografie over hem te schrijven; ik heb al stukken tekst uitgewerkt, maar toen kwam dit boek er tussendoor.”

Als Bakker niet zo jong overleden was, was hij landelijk beroemd geworden, denkt Jansen. „Hij was een van de oprichters van De Blijde Wereld en ik zie hem als de niet-officiële hoofdredacteur van het weekblad. Hij had veel invloed. In het buitenland was hij ook bekend: hij preekte onder meer in Londen en Bremen.”

‘Heel geëmancipeerd’

Voorhans: „En zijn vrouw zat dus thuis, met de kinderen. Zij moest alles draaiend houden. Daarnaast was ze maatschappelijk heel actief. Ik kan me niet indenken hoeveel energie zij gehad moet hebben. Deze vrouwen kregen ook een podium in De Blijde Wereld. Anna Bakker-Germs schreef regelmatig de overdenkingen en de hoofdartikelen, onder meer over godsdienstige opvoeding in het gezin. Kritisch als ze was: ‘Daar zijn mannen niet voor nodig.’ Ze was heel geëmancipeerd wat dat betreft.”

Jansen: „Het interessante is dat je daar eigenlijk de ideeën van de Groninger Richting, een vrijzinnige stroming in de Nederlandse Hervormde Kerk, in actie ziet. Daar stelde men dat ouders en kinderen gelijkwaardig waren. Dat was halverwege de negentiende eeuw, de samenleving was toen heel autoritair. Moet je nagaan hoe radicaal zo’n stelling toen was. Binnen de christen-socialisten van begin twintigste eeuw zie je veel uit de Groninger Richting terug.”

Domela Nieuwenhuis

De Friese predikantenclub had een uitgebreid en vooraanstaand netwerk. Als voorbeeld noemen Jansen en Voorhans het echtpaar Jo van der Wiele en ds. Leendert de Baan, die lang in Oentsjerk woonden – ook de woonplaats van Jansen en Voorhans. De anarchistische politicus Domela Nieuwenhuis was een huisvriend. Jansen: „Het waren allemaal intellectuelen. Van der Wiele woonde een poos op de kolonie Walden in Bussum, van de schrijver Frederik van Eeden, De Baan verbleef daar toen ook. Beiden waren sterk geïnspireerd door Van Eeden.”

De meeste van deze predikanten waren sociaaldemocraten, maar de echtgenote van De Baan woonde als communist in de Oentsjerker pastorie. De kerkenraad maakte zich daar wel eens zorgen over, maar De Baan werd breed geliefd. Jansen: „We spraken een voormalig dienstmeisje dat hier op de hoek van de straat woonde. Zij kende ds. De Baan nog en ze wilde geen kwaad woord over hem horen. Hij en zijn vrouw stonden altijd klaar voor de armen. Er waren predikanten die de armoede buiten de pastorie hielden, maar zij nodigden het letterlijk binnen uit. Jo van der Wiele paste op de kinderen uit de buurt als hun eigen moeder ziek was.”

Op de barricades

Jansen is onder meer door ds. Doede Wiersma, tussen 1993 en 2000 predikant in Oentsjerk, geprikkeld om dit boek te schrijven. Jansen: „Over mijn vorige boekje, over ds. J.J. Meijer, zei Wiersma: ‘Och, wat zijn de huidige dominees toch saai.’ En daar heeft hij wel gelijk in, vind ik. Predikanten staan niet meer op de barricades. Terwijl er zo nu en dan toch een schreeuw door de kerk zou moeten gaan, bijvoorbeeld over de situatie met de vluchtelingen in kamp Moria – het kán toch niet wat daar gebeurt?”

Voorhans: „Op dit moment vindt er een strijd plaats die vergelijkbaar is met die aan het einde van de negentiende eeuw. Er moeten sociale veranderingen plaatshebben, en de progressieven zouden daarin het voortouw moeten nemen. In preken zou gerechtigheid meer aandacht mogen krijgen. Als predikant moet je wel de grenzen opzoeken, vind ik.”

Jansen: „Ach, ik zeg wel eens dat eigenlijk ieder weldenkende christen een christen-socialist moet zijn. Maar dan kijken mensen me vreemd aan.”

Voorhans: „Ja, wat wil je? ‘Socialist’ is voor veel mensen een beladen term. En ‘christen’ ook, in deze seculiere samenleving. Ik zou willen dat de ChristenUnie zich bij de linkse partijen aansluit, maar ik vrees dat dat er niet inzit.”

Jansen: „Ik denk dat je gelijk hebt, maar het is toch onbegrijpelijk? Hoe kun je je schamen socialist of christen te zijn?”

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten