Opinie: Van dubbeltjes kwartjes maken in Noord-Nederland

Het Noorden komt er slecht vanaf wat betreft kansontwikkeling. Zes gemeenten, waaronder Harlingen, staan in de top tien van kansarmste gemeenten. Corona verslechtert de situatie mogelijk nog. Toch zijn er kansen: als overheden, onderwijs en werkgevers de handen ineen slaan.

René Paas

Geplaatst: 15 januari 2021 om 17:00

‘Ik geloof rotsvast dat het gedrag van overheden en instellingen er toe doet. Dat wij ervoor kunnen zorgen dat kinderen opgroeien in huishoudens waarin het normaal is dat volwassenen aan het werk zijn. Dat we jongeren met aandacht kunnen begeleiden naar werk. En als het kan, dan moet het ook.’   BEELD: SHUTTERSTOCK
0%

Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje.’ Louis Davids zong het. En in oktober bewezen onderzoekers van de Erasmus-universiteit dat hij gelijk had. Zij sorteerden de inkomens van de Nederlandse dertigers op hun geboorteplaats. De verschillen blijken groot. De ‘kansenkaart’ die ze maakten, is pijnlijk voor Noord-Nederland (zie kaart linksonder, red.). Wie hier opgroeit, heeft de slechtste vooruitzichten van het land. Maar liefst zes van de tien ‘kansarmste’ gemeenten liggen in Fryslân en Groningen. Bij ons staan de wiegjes van dubbeltjes!

De geschiedenis bewijst dat het wél kan: van dubbeltjes kwartjes maken. In 1984 ging ik, als kind van Drentse ouders, studeren in Groningen. De KEI-week, op kamers: het was één groot avontuur. Mijn familie volgde het experiment met aandacht: ik was de eerste die dat deed. Toch was het kinderspel vergeleken met de sprong van één generatie eerder.

Groei door onderwijs

Mijn vader, een boerenzoon uit Borger, mocht op aandringen van het schoolhoofd naar de hbs. Hij werd daarna ‘schrijver derde klasse’ bij de gemeente Smilde. Mijn moeder, een bakkersdochter uit Gieterveen, kon niet naar de kweekschool omdat er geen geld was. Ze verhuisden naar de Randstad. Mijn vader leerde ’s avonds door. Eerst beroepsopleidingen. En daarna probeerde hij rechten via de LOI. Studeren op afstand bleek te zwaar. Wat wél lukte was emanciperen door te leren.

Het verhaal van mijn ouders lijkt op dat van hun generatiegenoten. Onderwijs bleek hét recept voor groei. En Nederland groeide massaal. Anno 2021 heeft meer dan de helft van de mensen rond de dertig een hoger onderwijsdiploma. Zo snel als bij de babyboomers gaat het niet meer. Maar nog steeds stijgt het opleidingsniveau van Nederlanders. En daarmee de kansen op werk, welvaart en geluk.

Grote gelijkmaker?

Ze noemen onderwijs de ‘grote gelijkmaker’. De route van het mbo naar het hbo is de koninklijke weg. Maar veel mbo’ers redden het niet in het hbo. En ook studenten uit de vanzelfsprekende vijver die havo heet, hebben het op het hbo vaak moeilijk.

Het digitale corona-onderwijs verergert dat. Want digitaal onderwijs doet een zwaarder beroep op je discipline. En op je omgeving, je gezin. Lang niet alle jongeren redden het met digitaal onderwijs. En niet alle gezinnen kunnen dezelfde steun bieden.

Een moeder vertelde me dat haar dochter beter achter de kassa kon gaan zitten. Want nadat ze met moeite die dure studieboeken hadden gekocht, moest er nu ineens een peperdure laptop komen. Gaan werken omdat studeren te duur is, zestig jaar nadat het mijn moeder overkwam. Die achterstand is levenslang. ‘Een leven lang leren’ klinkt aantrekkelijk. Maar in de praktijk doen vooral hoogopgeleiden dat.

Over welke jongeren moeten we ons zorgen maken? We kennen het antwoord. Over jonge mensen voor wie onderwijs het minst vanzelf spreekt. Jongeren die hun grote sociale sprong in deze tijd moeten maken. Als je wel talent hebt, maar geen hoogopgeleide ouders. Als je begint met een achterstand. Wat betekent dat voor de dubbeltjes en de kwartjes? De gelijkmaker hapert.

Jeugdwerkloosheid

De coronacrisis leidt tot een ongekend verlies aan banen. In heel Nederland loopt de werkloosheid op, ondanks een kostbaar steunpakket. En we houden ons hart vast wat er gebeurt als de overheidssteun straks ophoudt.

Ik maak me zorgen over jeugdwerkloosheid. Die stijgt in een crisis altijd het eerst. Schoolverlaters komen moeilijk aan werk. En tijdelijke contracten worden beëindigd. Steeds meer jongeren raken werkloos.

Aan het begin van de kredietcrisis, in 2009, werkten scholen, gemeenten en sociale partners hard samen om jongeren langer te laten leren. Om extra stageplaatsen te realiseren. Om te voorkomen dat ze werkloos zouden worden. En om er voor te zorgen dat we straks over de vakkrachten beschikken die we hard nodig hebben.

Het verhaal van mijn ouders lijkt op dat van hun generatiegenoten. Onderwijs bleek hét recept voor groei

Dat is in de coronacrisis extra moeilijk: wie vindt een stageplaats in een gesloten winkel of restaurant? Of in een bedrijf waarvan de mensen thuis werken? Toch is het essentieel dat we het regelen. Met veel jongeren komt het vanzelf goed als de economie weer aantrekt. Maar de economie is een grote ongelijkmaker. Kwetsbare jongeren houden hun hele leven last van hun jeugdwerkloosheid.

Dit verhaal begon met een kansenkaart die een pechkaart is voor Noord-Nederland. De kaart komt me bekend voor. Als statistici een kaartje maken van de problemen, dan zie je vaak donkere vlekken op dezelfde plaatsen. In Leeuwarden en Groningen. In Pekela en Emmen. Daar zijn de lagere levensverwachting, lagere inkomens, meer psychiatrie, meer rokers, meer obesitas, meer jeugdzorg, meer alcohol, meer chronische ziekten, meer betalingsachterstanden voor gas en elektra, meer laaggeletterdheid. De problemen verschillen, de pechkaarten niet.

Ik ben oud-vakbondsvoorzitter. Dus ik heb geleerd dat er een sterk verband bestaat tussen werk en geluk in het leven. Wie werkt, is meestal welvarender, gelukkiger en gezonder. En hoewel een eeuwige vraag is wat oorzaak is en wat gevolg, begin ik altijd bij werk. Opscheppen over je werk vind ik een mensenrecht. Voor mij komt ‘werk maken van mijn idealen’ vooral neer op de eerste twee woorden: ‘werk maken’.

De pechkaart verkleurt

In 2021 leren we de diepte van de coronacrisis kennen. Maar dit jaar biedt behalve problemen ook kansen. We hebben in het afgelopen jaar grote stappen gezet en moeten daar mee door gaan. We weten sinds kort dat Noord-Nederland veel Europees geld kan besteden om mensen aan werk te helpen. Dat is terecht, want de problemen zijn hier ook het grootst. Maar het biedt ook mogelijkheden. We kunnen met z’n allen werkelijk verschil maken in de komende jaren. En dat is dus ook onze opdracht.

En we kunnen stappen vooruit zetten in de komende verkiezingsstrijd. In de nationale politiek ontstaat steeds meer steun voor een ‘deltaplan’ voor Noord-Nederland. Met een snelle spoorverbinding en grotere ambities dan we lang vanuit Den Haag hebben gehoord. Dat is rechtvaardig: want Noord-Nederlandse problemen zijn nationale problemen. En het is ook een nationale oplossing: Noord-Nederland kan een oplossing bieden voor de overvolle Randstad.

Ik hoor mensen al zeggen: het zijn verkiezingsbeloftes. En dat is waar. Maar als alle politici dezelfde beloften doen, dan is er geen ontkomen aan. Veel is toekomstmuziek, jazeker. Maar laten we eens kijken welke kansen het oplevert. En die proberen te benutten.

Eenheid van provincies

De bal ligt bij ons. De burgers, bedrijven en bestuurders in Noord-Nederland. Als we het nu goed aanpakken, kunnen we van veel dubbeltjes kwartjes maken. Naïef optimistisch? Nee, verantwoordelijk. Ik geloof rotsvast dat het gedrag van overheden en instellingen er toe doet. Dat wij ervoor kunnen zorgen dat kinderen opgroeien in huishoudens waarin het normaal is dat volwassenen aan het werk zijn. Dat we jongeren met aandacht kunnen begeleiden naar werk. En als het kan, dan moet het ook.

Alleen samen kunnen we de pechkaart laten verkleuren. Dat vergt juist nu een vlekkeloze samenwerking van overheden, onderwijsinstellingen en werkgevers. Gedeelde ambities van provincies en gemeenten. Van Groningers, Friezen en Drenten. Het vergt eendracht op een nog zelden vertoond niveau. En veerkracht. Niet alles zal lukken. En zeker niet meteen. Maar aan ons mag het niet liggen. Wij kunnen kansen bieden voor noorderlingen. Voor de generaties van nu en voor hun kinderen. Het is aan ons om van dubbeltjes kwartjes te maken.

René Paas is commissaris van de Koning in de provincie Groningen

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten