Ode aan de schoonheid van het alledaagse

Ze vallen niet op: de huizen, flatjes, fabrieken en bushokjes uit de wederopbouwperiode. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen verhaal hebben. Schrijver Jaap Krol breekt een lans voor de gebouwen die in hun alledaagsheid juist erg mooi kunnen zijn.

Bauke Boersma

Geplaatst: 16 januari 2021 om 09:00

Schrijver Jaap Krol breekt een lans voor de gebouwen die in hun alledaagsheid juist erg mooi kunnen zijn.   FOTO: JAAP KROL
0%

Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed duurde de wederopbouwperiode in Nederland van 1940 tot 1965, maar Jaap Krol mag daar graag vijf jaar aan toevoegen. Wat hem betreft eindigde de wederopbouwperiode op dinsdag 13 januari 1970, de dag waarop hij werd geboren.

De wieg van Krol stond in Drachten, een plaats waar in de jaren vijftig en zestig rond de kern relatief grote woonwijken werden opgetrokken, ‘groeistuipen van baksteen’, volgens de schrijver. Toen hij drie jaar oud was verhuisde het gezin naar een twee-onder-een-kapwoning in Beetsterzwaag. Dat huis was groter, had een moderne woonkamer en in de achtertuin stond een garage.

Vijftig gebouwen

In het onlangs verschenen boek Wederzien, wederopbouw in Noord-Nederland portretteert Krol vijftig gebouwen uit de wederopbouwperiode. De lezer zal in dit boek tevergeefs zoeken naar een hoofdstuk over Beetsterzwaag. Als typische wederopbouwplaats komt Drachten er daarentegen veelvuldig in voor. Zes keer om precies te zijn. Krol bespreekt in die hoofdstukken de openbare basisschool De Swetten, het Van Haersmaplein, fabriekshallen aan de Tussendiepen, de Goddelijke Verlosserkerk aan de Pier Panderstraat, een flat aan de Drift en het Thalenpark.

Het idee voor een boek over de wederopbouwperiode ontstond in 2013, vertelt Krol. In dat jaar schreef hij voor het blad Noorderbreedte vijf columns over gebouwen uit die tijd. De klus beviel zo goed dat er een boekidee uit voortvloeide. Financiële perikelen stonden het project lang in de weg, maar toen uitgever Wijdemeer het plan omarmde besloot Krol, die zichzelf ironisch Wederopbouwjager des Vaderlands noemt, er echt werk van te maken. Hij ging in Fryslân, Groningen en Drenthe op zoek naar typerende gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, het liefst nog gaaf en onaangetast. Daarbij vermeed hij plaatsen met een toeristisch imago, zoals Sneek en Dokkum. Bus en trein brachten hem vanuit zijn woonplaats Groningen wel in Veendam, Emmen, Winschoten, Hoogeveen, Hoogezand, Assen, Stadskanaal, Delfzijl, Coevorden en Leens. In Fryslân keek Krol niet alleen in Drachten, maar ook in Leeuwarden en Heerenveen om zich heen.

Garageboxen aan de Frederik van Eedenstraat in Winschoten. De deuren zijn van hout. Foto: Jaap Krol

De schrijver bereidde zijn tochten niet echt voor, vertelt hij. ,,Als ik op de plek van bestemming aankwam, huurde ik op het station een fiets. En dan ging ik gewoon op pad, alsof het een speurtocht was.” Die aanpak leverde uiteindelijk 45 nieuwe onderwerpen op, die nu samen met de vijf eerder geschreven columns het boek vormen. De complete verzameling zou je kunnen zien als een imaginaire stad, schrijft Krol in de inleiding. Achter in het boek staat een plattegrond van deze fictieve stad.

 

Als ik op de plek van bestemming aankwam, huurde ik op het station een fiets. En dan ging ik gewoon op pad, alsof het een speurtocht was

Krol wijdt aan elk gebouw of plek een beschouwing. Hij benadrukt dat het gaat om persoonlijke indrukken, niet om wetenschappelijk verantwoorde teksten over architectuur en bouwgeschiedenis. ,,Ik noteer wat er in mij omgaat als ik in het Thalenpark zit of door een woonwijk in Stadskanaal fiets. Wat ik denk als ik voor een huis, portiekflat of school uit de jaren zestig sta? Ik stel mezelf de vraag: hoe kan ik mij de juiste context voorstellen?”

Die aanpak leidt tot passages als deze, over basisschool De Swetten in Drachten, ongeschonden ankerpunt in de gelijknamige wederopbouwwijk. Wie met vragen over zichzelf zit, schrijft Krol over het schoolgebouw, ‘of meent ergens nog iets te moeten halen, moet iets doen. Daartoe kun je in de bergen gaan wandelen of langdurig uitwaaien op het strand, maar de bergtoppen zullen niet lager worden en de golven trekken zich altijd weer terug. Je maakt gewoon een vergissing als je denkt dat je in al die deelnatuur iets hebt liggen. Hier, tussen de huizen en de flatjes is een brandend middelpunt. Hoe omtrekkend je bewegingen misschien ook zijn, dat middelpunt blijft branden’.

Geen franje

Krol vindt dat de gebouwen uit de wederopbouwperiode meer aandacht verdienen dan ze krijgen. Ze worden volgens hem vaak over het hoofd gezien omdat ze ogenschijnlijk zo gewoon zijn en de indruk wekken snel uit de grond te zijn gestampt, wat vanwege de naoorlogse woningnood in veel gevallen ook zo was. Maar het ontbreken van franje spreekt de schrijver juist aan. Hij zegt: ,,Bij de huizen en flats gaat het vooral om ruimte en licht, niet om allerlei bouwdetails. Er werd gekozen voor veel glas en meerdere kamers. Kaal en functioneel. Dat functionele zie je ook bij andere bouwwerken, zoals bushokjes en brugwachtershuisjes. Dat radicale spreekt mij aan, ook omdat het nog altijd de norm is. De wederopbouw is een kersverse blauwdruk van onze moderne samenleving.”

Krol wijst op het contrast tussen de wederopbouw en de vooroorlogse periode. Voor de oorlog, schrijft hij in de inleiding van zijn boek, woonden veel mensen in kleine tochtige woningen, soms zelfs in verbouwde kippenhokken of nog in plaggenhutten. Velen konden die armoedige behuizing na de oorlog inruilen voor huizen en flats met een aparte keuken, een aansluiting op het riool, een eigen tuin of balkon. Er kwamen garages voor de auto, die door steeds meer mensen kon worden aangeschaft. Fabrikanten bouwden loodsen en hallen, waar de plattelandsbevolking werk vond. ,,De wederopbouw staat in dat opzicht ook voor vooruitgang en optimisme. Dat vind ik mooi. Al begrijp ik wel dat veel van die huizen, flats en loodsen later verbouwd of gesloopt zijn omdat er bouwtechnisch inmiddels andere eisen werden gesteld. Maar soms kun je dat optimisme echt nog voelen of er een idee bij krijgen.”


Openbaar groen aan de Westerwoldselaan in Stadskanaal. Foto: Jaap Krol

Vanwege de verbouwingen en de sloop, die in rap tempo doorgaat, is het soms even zoeken naar gave bouwwerken uit de wederopbouwperiode. Ze zijn er nog wel, en moeten worden gekoesterd, zegt Krol. Niet alleen vanwege hun onopgesmukte schoonheid, maar ook omdat ze iets prijsgeven over de geschiedenis van een plaats of een plek. ‘Wanneer je’, schrijft Krol in het hoofdstuk over de Dunlopfabriek in Drachten, ‘een wandeling zou maken over het Moleneind en de Oliemolenweg, begeef je je in een vroeg-industrieel landschap, waar matrassen, scheerapparaten, brandblusslangen en duimstokken werden - en worden - gemaakt.’ Dat de Drachtster Feart weer is uitgegraven juicht Krol toe. De vaart onderstreept volgens hem de waardigheid van de fabrieksgebouwen. ‘Al redelijk oud, maar niet versleten’, schrijft hij.

Behoeden voor het vergeten

Krol bewaart goede herinneringen aan zijn tochten door Noord-Nederland, op zoek naar gebouwen en plekken die hij wil behoeden voor het vergeten. Soms raakte een ‘vondst’ hem diep. In Stadskanaal verwonderde hij zich over de Westerwoldselaan en omgeving, met huizen uit 1959. De tegeltuin bleek er afwezig. Uit zijn beschouwing: ‘Alsof ik in een film liep, die speciaal voor mijn komst met de modernste digitale technieken was ingekleurd. De sensatie was groen en strekte zich uit langs de verweerde stoepen, langs de ranke coniferen en dwars door de fietsenhekjes.’

In Winschoten stond de schrijver aan de Frederik van Eedenstraat oog in oog met zestien garageboxen, die er nog precies zo uitzagen als in het bouwjaar 1968. ‘Je kunt ze huren door een 06-nummer in te toetsen en een afspraak te maken met ene Bart’, schrijft hij. Krol zag groen geschilderde houten deuren die je een voor een opentrekt, zonder ingewikkeld opklapsysteem. ,,Het voelde alsof ik naar een groot kunstwerk keek”, zo herinnert hij zich. ,,Dat is het natuurlijk niet, maar de ervaring dat iets nog helemaal gaaf is, maakt het kijken naar zo’n gebouw echt bijzonder.”

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten