Van Wilhelmina’s petekinderen tot de thuisloze Schokker vissers

De evacuatie van Schokland, de strijd tegen het water en de inpoldering: als kind was auteur Arie Kok al gefascineerd door de vroegere Zuiderzee. Voor zijn boek zette hij 25 bekende en minder bekende verhalen over dit gebied - en dan vooral over mensen die er woonden en werkten - op een rij. Ze gaan terug tot 1170, het jaar waarin de Allerheiligenvloed grote stukken land wegsloeg en zo de Zuiderzee liet ontstaan.

Anja van der Laan Rijksmuseum Amsterdam, Shutterstock

Geplaatst: 21 maart 2021 om 09:00

Schokland.   FOTO: SHUTTERSTOCK
0%

Toen de bewoners van Schokland in 1859 op last van de regering voorgoed hun eiland verlieten, braken ze hun huis af en laadden het op een boot om het een andere plek langs de Zuiderzee weer op te bouwen. Lang niet iedereen daar stond te springen om hun komst: het bestuur van Kampen bijvoorbeeld wilde de arme bewoners niet binnen de stadsmuren hebben.

Onderwijzer Arnoldus Legebeke, die sinds 1809 op Schokland had gewoond en gewerkt en nu met de Schokkers was geëvacueerd, wierp zich daarom op als huisvester. In vissersdorp Brunnepe, net buiten de stadsmuren van Kampen, kocht hij een huis. De lap grond die erbij hoorde deelde hij op in 21 kleine kavels, voor 21 huishoudens. ,,Zoveel huisjes konden er in zijn tuin staan en zoveel Schokkers konden daar wonen. Geweldig toch, zo’n man? Hij had als onderwijzer het vertrouwen van de vissers, hij kende ze goed”, zegt auteur Arie Kok.

Geen dikke pil

Het is een van de verhalen uit zijn Biografie van de Zuiderzee, die onlangs uitkwam - 850 jaar na de Allerheiligenvloed. Geen dikke pil, zoals je bij die tijdsspanne zou verwachten, maar een selectie van 25 verhalen over personen en gebeurtenissen, opgeschreven voor een breed publiek: van de sage van het vrouwtje van Stavoren tot de ballingschap van de zoon van de Duitse Keizer Wilhelm II op Wieringen en de herbegrafenis in 2010 van Urker schedels uit de collectie van het Utrechts Universiteitsmuseum.

Drie van die schedels werden in 1877 gestolen uit het beenderhuis op het voormalige eiland door arts Johannes van Hengel uit Hilversum. Hij legde er nieuwere schedels voor in de plaats - na ze eerst geel geverfd te hebben -, en zond de Urker exemplaren aan Utrechtse geleerde Pieter Harting, die onderzoek deed naar een mogelijk oerras in het Zuiderzeegebied.

Over de meeste verhalen is al eens eerder gepubliceerd, in boeken, artikelen en studies. Die bronnen zijn benut. ,,De meeste verhalen zijn al bekend en het ene is bekender dan het andere. Sommige verhalen zijn al wat ouder. Ik had met dit boek geen pretentie voor een nieuwe visie op de Zuiderzee. Ik heb bestaande verhalen verzameld en ze opnieuw opgepakt en herverteld.” Alle tijdvakken zijn vertegenwoordigd aan de hand van een persoon of gebeurtenis. ,,Het is leuk om lokale geschiedenissen die lokaal zijn gebleven, te gebruiken om het grotere verhaal van de Zuiderzee te vertellen.”

Het drukste verkeersplein

Tal van verhalen zijn aan het gebied ontsproten over de band van de bewoners met het water, over verlies en welvaart, weet Kok. ,,Het was ooit het drukste verkeersplein van Europa. Voor de internationale vaart, maar ook voor Nederland zelf. Tegelijk waren aanvoerroutes ook weer gevaarlijk, vanwege de ondieptes.”

Details bij de feiten kleurde hij zelf in om de vertellingen toegankelijker te maken, zoals hij in zijn verantwoording vertelt. Gebeurtenissen worden beschreven vanuit het oogpunt van de personages, alsof de lezer erbij staat. Zo levert een naamloze Hoornse visser (het enige fictieve personage in het boek) commentaar op de slag op de Zuiderzee van 1563. Kok zocht steeds naar verhalen over mensen. ,,Ik wilde de verhalen dichterbij brengen.”

De auteur, die in Amersfoort woont, schreef eerder Zoete Zee, een roman over een vissersfamilie en de overgang na de afsluiting van de Zuiderzee. Hij is al van jongs af gefascineerd door dit gebied. Dat begon toen hij als achtjarige met zijn ouders in de zomervakantie Urk en Schokland bezocht. ,,Zo’n eiland waar ooit een dorpsgemeenschap woonde spreekt tot de verbeelding. Schokland trekt mij nog het meest.”

De twee Wilhelmina’s

De verhalen in de biografie zijn aangevuld met informatieve kaderteksten met diverse wetenswaardigheden. Zoals over Wilhelmina Aartje en Wilhelmina Lijsje die tijdens de watersnood van 1916 (waarna er vaart kwam achter de plannen voor de Afsluitdijk) werden geboren. Dat ze dezelfde voornaam dragen, is niet toevallig. Koningin Wilhelmina steunde de getroffen gezinnen als peetmoeder, maar dan moesten de meisjes wel haar naam dragen.


Grietje Bosker loopt over de Afsluitdijk. Foto: Rijksmuseum Amsterdam

Of over het verzoek van een aantal Schokkers aan de koning, eind 1859 (een half jaar na de ontruiming) om terug te kunnen keren naar hun eiland. Ze boden daarbij aan om hun leven lang jaarlijks vijftien gulden bij te dragen in de kosten voor een spoorlijn van Amsterdam over Schokland naar Kampen. ‘Sire, gij en God alleen weten hoe hard het ons viel ons dierbare Schokland te verlaten’, richtten ze zich eind 1859 in de Kamper Couranttot Willem III.

 

Wilhelmina steunde de getroffen gezinnen als peetmoeder, maar dan moesten de meisjes wel haar naam dragen

Vrouwen zijn ook vertegenwoordigd, daar werd bij Kok thuis op gelet. ,,Ik heb drie dochters die mij op dit punt scherp houden.” Het verhaal over VOC-vestiging in Enkhuizen gaat bijvoorbeeld over de echtgenotes van de scheepslieden die hier aanmonsterden. De vrouwen moesten voor een eigen inkomen zorgen. In haar brief uit 1672 vroeg Brechtje Claes uit Medemblik aan haar man, van wie ze vanaf Kaap Goede Hoop nog een brief had gekregen, om een investering in een eigen handel. Ze had hun zoon van negen net op de vaart moeten sturen, omdat ze geen eten meer voor hem kon betalen. ,,Wij denken bij de VOC vaak aan mannen, maar het is ook een verhaal van vrouwen. Zij bleven thuis en hadden geen idee hoe lang het zou duren voor hun man zou terugkomen.”

Bij de Afsluitdijk komt de Wieringse Grietje Bosker aan bod die net na het dichten van het laatste sluitgat kousloos en met opgetrokken rok uit het publiek (ze was de dochter van een aannemer van de Zuiderzeewerken) naar de Friese kant liep. Ze was de eerste vrouw die via deze nieuwe weg Fryslân bereikte en het is het laatste verhaal uit deze biografie. Met het dichten van het laatste gat werd de zee IJsselmeer.

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Opinie: Het gezicht van eenzame ouderen

Opinie

Er zijn in coronatijd weinig activiteiten voor ouderen. En daarmee schiet aandacht voor eenzaamheid en ouderdomsziekten zoals alzheimer of dementie er ook bij in. Een provinciaal n...

10 uur geleden

Lees meer

Thecla Bodewes weet het tij te keren

Economie

Scheepsbouwer Thecla Bodewes (TB) Shipyards heeft vorig jaar bijna zes ton winst gemaakt. In 2019 was nog een reorganisatie noodzakelijk, toen het bedrijf ruim twee miljoen euro ve...

19 uur geleden

Lees meer

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten