Aantal religieuzen neemt komende jaren verder af in Nederland, maar charisma en inspiratie nemen andere vormen aan

Nederland telt ongeveer 3100 religieuzen. Volgens de prognoses zijn dat er in 2030 nog 800. Simon Evers, secretaris-generaal van de Konferentie Nederlandse Religieuzen, relativeert het woordje ‘nog’. De dominante aanwezigheid van religieuzen in de vorige eeuw was immers meer uitzondering dan regel in de geschiedenis van de kerk. Hij ziet hoe het charisma en de inspiratie tegenwoordig andere vormen vinden.

Frederique Vanneuville

Geplaatst: 10 april 2021 om 09:00

Simon Evers, secretaris-generaal van de Konferentie Nederlandse Religieuzen.   FOTO: FREDERIQUE VANNEUVILLE
0%

Simon Evers is goed vertrouwd met het religieuze en levensbeschouwelijke landschap in Nederland. Hij heeft dertig jaar ervaring als geestelijk verzorger en combineert die baan sinds 1 juni vorig jaar met de functie van secretaris-generaal van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR). ,,Onderzoek heeft uitgewezen dat 50 procent van de Nederlandse bevolking zich met levensbeschouwing bezighoudt. Het onderwerp wordt nu serieus genomen. Dat merk ik goed in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam waar ik werk. Neem bijvoorbeeld het multidisciplinair overleg over palliatieve patiënten. Daar nemen de geestelijk verzorgers aan deel en komen de existentiële en levensbeschouwelijke vragen standaard aan de orde. Daar wordt niet lacherig over gedaan. Tegelijk is het zo dat er geen kennis is, ook niet bij zorgverleners, over wat al die levensbeschouwingen inhouden.”

,,Je hebt in Nederland minderheden van protestanten en katholieken. Daarnaast is er de islamitische aanwezigheid, het humanisme en een groep Nederlanders die een sterke affiniteit hebben met het boeddhistische gedachtegoed”, somt Evers op. ,,De context is pluriform, wat betekent dat er veel vrije ruimte is om het over levensbeschouwing te hebben. In het merendeel van de contacten die ik als geestelijk verzorger heb, speelt het christelijke geloof niet expliciet een rol, maar komen zingeving, levensbeschouwing en existentiële vragen wel aan de orde. Van de mensen die in het ziekenhuis een beroep op me doen, doet slechts een klein deel dat expliciet vanwege mijn christelijke overtuiging.”

Religieuzen in soorten en maten

Kloosterlingen, ofwel religieuzen, bestaan er in allerlei variaties. Het woord ’kloosterling’ doet veel mensen denken aan monniken of slotzusters, gekleed in een habijt, die een teruggetrokken bestaan leiden. Maar er bestaan ook veel zogenaamde actieve gemeenschappen. Daarmee worden religieuzen aangeduid die zich speciaal richten op bepaalde noden in kerk en samenleving. Dan zijn er nog religieuze gemeenschappen die van oudsher een ‘gemengd’ leven (vita mixta) leiden. Zij combineren een maatschappelijk actief bestaan met een uitgebreid gebedsleven. Voorbeelden van actieve religieuzen zijn bijvoorbeeld de augustinessen, franciscanen of jezuïeten. Zij hebben ook externe maatschappelijke taken, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg of het onderwijs.

Het religieuze leven is in het Westen een verhaal van krimp. Hoe kijkt u daarnaar als secretaris-generaal van de KNR?

,,Het is goed dat we statistische gegevens hebben over de aantallen religieuzen. Naar schatting zijn er in Nederland over tien jaar nog achthonderd religieuzen. Maar we moeten voorzichtig zijn met het woordje ‘nog’. Ik denk dat je die afnemende aantallen relatief moet zien in de kerkgeschiedenis. Religieuzen hadden echt niet altijd zo’n numeriek overwicht in de kerk als in de jaren 1950-’60. Bovendien is het zo dat het religieuze leven altijd een antwoord is op de maatschappelijke noden van het gegeven moment. Veel van de huidige congregaties zijn ontstaan uit de behoefte aan onderwijs en zorg. Die taken zijn inmiddels overgenomen door de staat en religieuzen mogen blij zijn, vind ik, dat hun werk voortgezet wordt. Maar zijzelf zijn daar nu niet langer noodzakelijk als werkkrachten.

De andere taak waar religieuzen zich in de vorige eeuw sterk toe geroepen hebben gevoeld, is de verkondiging van het evangelie in andere landen. Die missionaire beweging zien we nu deels in de omgekeerde richting terugkomen – mensen uit die landen komen naar hier vanuit religieuze bewogenheid. Dat maakt dat het religieuze leven in Nederland letterlijk veelkleuriger wordt. Ik verwacht dat het ook in andere zin veelkleuriger wordt: met veelsoortige aanwezigheden in kleine kernen.”

Underdogpositie

,,Ik sprak er laatst over met theoloog Erik Borgman. ‘Als je naar de kerk kijkt, moet je realistisch zijn’, zei hij. ‘Ze wordt kleiner maar dat betekent niet dat we zelf actief dingen moeten gaan afschaffen. Laat bestaan wat bestaansrecht heeft en geef tegelijk de nieuwe lijnen ruimte.’ Die visie deel ik. We lijden een beetje onder het feit dat de kerk en het religieuze leven geen dominante factor meer zijn in de samenleving en dan hoor je wel eens de klacht dat ‘ze’ de kerk niet meer zien staan. Maar dat is spreken als een calimero, vanuit een underdogpositie. We zijn in de Rooms-Katholieke Kerk gewend te denken vanuit instituten, maar het religieuze leven begint altijd bij een charisma en een inspiratie.

Ik zie daar een zekere analogie met mijn werk als geestelijk verzorger, dat niet tot de corebusiness van de organisatie behoort. Mensen zoeken in een ziekenhuis een antwoord op hun medische vragen. Ze willen een diagnose en hopen op genezing. Geestelijke verzorging is in die zin niet essentieel noodzakelijk. Omdat je een vreemde eend in de bijt bent, is het belangrijk met je handelen en je spreken je toegevoegde waarde te laten zien vanuit een zelfbewuste wetenschap dat wat je brengt en zegt, ertoe doet. Als de kerk en de religieuzen oprecht geloven in hun toegevoegde waarde en die voortdurend ter sprake brengen en present stellen, dan draagt dat bij aan het heil van deze wereld en aan de komst van het Rijk Gods hier op aarde. Dat geloof ik echt.”

Dus ondanks alles ten volle het religieuze leven blijven leiden en veranderingen omarmen als deel van deze tijd?

,,Ja, maar de kerk als instituut heeft het moeilijk met transformatie en vreest voor het verdwijnen van dingen waaraan ze waarde hecht. Zulke angst houdt het risico in dat je niet ziet wanneer het nieuwe toch goed is. Ik ben echt onder de indruk van de openheid waarmee veel oudere religieuzen de veranderingen van vandaag tegemoet treden en hoe ze van het ideaal bevlogen blijven. Er zijn er ook die het moeilijk hebben met jongeren die opnieuw kiezen voor de oude vormen. Dat kunnen ze moeilijk rijmen met de conciliaire veranderingen die hun generatie heeft doorgemaakt. Het is zoals bij mensen die hun kinderen andere keuzes zien maken dan zijzelf. Dat is lastig, maar het is mooi als je desondanks in staat bent te zien dat de eigen keuzes van je kinderen toch goed zijn. Dat geldt ook voor het religieuze leven. Dat is niet statisch. Het is dynamisch. Denk aan de uitspraak: ecclesia semper reformanda – de kerk verandert altijd en moet zelfs altijd veranderen. Dat heeft met vertrouwen en geloof te maken. Die twee horen samen.

Neem bijvoorbeeld Benedictus (480-547). Hij schreef zijn beroemde Regel voornamelijk op het einde van zijn leven, als een soort geestelijk testament. Hij had nooit de bedoeling een klooster of een orde te stichten voor de eeuwigheid. Feit is dat mensen toch al 1500 jaar volgens die Regel leven en dat die dus voldoende te bieden heeft. Ook vandaag zijn er kloosters of nieuwe initiatieven waar mensen wel degelijk vervulling vinden van waar zij naar op zoek zijn. Kloosters die niet meer beantwoorden aan een nood in de samenleving of van individuele mensen, houden op te bestaan. Het is een kunst om in de kerk en in de religieuze instituten de maakbaarheidsgedachte los te laten. Je kunt het niet allemaal zelf organiseren en bewerken. Kijk naar Charles de Foucauld (1858-1901): hij is gestorven zonder ooit volgelingen te hebben gezien, maar een eeuw later zijn er heel wat religieuze groeperingen die zich op zijn spiritualiteit beroepen.”Pagina 13

U bent zelf monnik geweest in de Sint-Andriesabdij van Zevenkerken.

,,Het allerbelangrijkste dat mij toen heeft bewogen om in te treden, was dat ik zou samenleven met een groep mensen die hetzelfde ideaal van ‘bidden en werken’ beleefden. Dat was indertijd gekoppeld aan het idee dat het goed is dat in het verborgene te doen. In het klooster vond ik daar goede grond voor en ik ben erg dankbaar voor de vorming en de benedictijnse waarden die ik daar heb meegekregen, zoals luisteren naar anderen en naar God. Na dertien jaar ben ik er weggegaan. Ik was toen begin dertig en wilde diezelfde inspiratie realiseren in de wereld. Het ziekenhuispastoraat leek me daarvoor een geschikt kader – en dat heeft het wel bewezen.

In deze fase van mijn leven merk ik dat ik me weer kan inzetten voor mensen die leven voor het ideaal waarvoor ik in mijn jeugd heb gekozen. Ik voel me sterk met dat ideaal verbonden. Alleen beleef ik dat nu niet meer in het verborgene, maar in verhouding tot het publieke domein en tot de kerkleiding en hoe die tegen het religieuze leven aankijken.”

Wat zijn de speerpunten in het beleid van de KNR?

,,Het beleidsplan van de KNR omvat drie aspecten: opbouw, afbouw en internationalisering. Opbouw, dat mag duidelijk zijn: er zijn meerdere kleine kernen van nieuw religieus leven in Nederland. Enerzijds zijn er jonge mensen die kiezen voor een oude orde, over het algemeen niet in de vroegere bastions van grote kloosters maar in kleine gemeenschappen waar ze de oorspronkelijke inspiratie nieuwe gestalte willen geven. Het is een generatie religieuzen die niet zelf heeft ervaren wat de veranderingen tijdens Vaticanum II hebben teweeggebracht. Ze hebben er geen weet van en in die zin hebben ze er ook geen last van. Anderzijds zien we ook nieuwe vormen van religieus leven ontstaan die weinig binding hebben met de oude tradities. Daarin zit toekomst en daar moet de KNR ruimte en ondersteuning aan geven.

Dan is er afbouw. Een belangrijk aspect dat bijzondere aandacht en zorg verdient, vind ik. Het gaat vandaag over zo’n 3100 religieuzen van wie het merendeel tachtigplussers zijn. Die mensen moeten vijftig, zestig, zeventig jaar religieus leven op een goede manier kunnen afsluiten, zowel individueel als collectief. Een groot deel van mijn taak is dat te laten gebeuren in de geest waarin die mensen hebben geleefd. Natuurlijk is er de zakelijke kant van kloosters verkopen en vermogens beheren. Maar minstens zo belangrijk is de geestelijke kant: mensen de kans geven hun religieuze ideaal te blijven beleven, tot en met het overlijden van het laatste lid van de orde of congregatie.

En internationalisering dient zich gewoon aan, in de religieuze wereld net zoals in de hele maatschappij. De KNR probeert verder ook, indien gewenst, behulpzaam te zijn bij het juist besteden van de gelden die er bij de religieuze instituten zijn. Daarvoor zijn er drie fondsen waar ze gebruik van kunnen maken: om kleine projecten te ondersteunen, voor onderlinge solidariteit, en voor het initiëren van grotere projecten. Best wat uitdagingen dus.”

Wie of wat inspireert u in uw leven en werk?

,,Allereerst de Regel van Benedictus. Daar staan heel wijze, zinvolle dingen in over luisterbereidheid, gehoorzaamheid, écht luisteren, ook achter de woorden – wat wordt hier bedoeld? Welke geest spreekt hier mee? De Geest van God? Benedictus gaat uitgebreid in op onderlinge verhoudingen – ‘de jongeren moeten hun ouderen eren en ouderen moeten hun jongeren liefhebben’ – en zijn wijsheid blijkt eveneens uit wat hij zegt over leiderschap en hoe organisaties ingericht kunnen worden. Van priester Charles de Foucauld (1858-1916) leer ik wat echte eenvoud is, het werkelijke loslaten van al je menselijke strevingen, je geheel toevertrouwen aan God en je openstellen voor alle mensen die op je pad komen.

Verder is ook Teresa van Avila voor mij altijd belangrijk geweest omdat zij God zag in de concreetheid van het leven. Denk aan de bekende uitspraak dat Hij te vinden is in de keuken tussen de potten en pannen. Of het idee dat een zuster die haar cel veegt, tegelijk haar geestelijk leven op orde stelt. En andersom: waar een zuster haar cel een rommeltje laat worden, daar is het geestelijk leven ook een rommeltje. Dat soort heiligen spreekt me erg aan. En daarnaast zijn er ook de mensen die je pad kruisen en een leven lang meegaan, zoals enkele monniken die me bijzonder hebben geïnspireerd.”

Met pensioen

,,Ik heb nu de leeftijd dat mensen me af en toe beginnen te vragen wanneer ik met pensioen ga. Ik ben me er sterk van bewust dat het aan de generatie na ons is om het geloof en het religieuze leven op nieuwe manieren gestalte te geven. Vanuit het diepe geloof dat God deze wereld niet loslaat, moet je als oudere als het ware achterover leunen en jongeren ten volle die kans geven. De abdij zoals ik die heb gekend in de dertien jaar dat ik daar ben geweest, is ook sterk veranderd.

Realiteiten hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. Dat is van alle tijden. Hoe vaak ben je niet op vakantie naar ruïnes gaan kijken? Alsof dat onze wereld vandaag niet zou overkomen! Ook de levenskeuzes die je ooit voor de rest van je leven maakte, kunnen onderhevig zijn aan evoluties, veranderingen, waardoor je ze op een gegeven moment moet bijstellen. Het is gewoon tijd- en energieverspilling daaraan te lijden. Ik heb mezelf beloofd dat ik niet wil verbitteren of cynisch in het leven staan. Ook dat is een keuze.”

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten