Vlinders hebben steeds minder te zoeken in het Friese landschap, zo blijkt uit nieuwe vlinderatlas Fryslân

Na twintig jaar komt er een opvolger van Dagvlinders in Fryslân, het overzichtswerk waarin alle vlinderwaarnemingen in de provincie zijn geboekstaafd. Verandering van klimaat en biotoop zijn in de kaartjes terug te zien.

Wybe Fraanje

Geplaatst: 07 april 2021 om 19:00

Siep Sinnema toont een zelf gekweekt oranjetipje, dat wegens het koude winterse weer geen zin heeft om op te fladderen.   FOTO: RENS HOOYENGA
0%

Hemrik ,,Gek is dat: vorige week hadden we de vlinders in de tuin, en moet je nu eens zien.” Het is 6 april en het is ronduit winters weer. Hagel roffelt neer. Vlinders houden zich gedeisd. Geluk bij een ongeluk: nu kan Siep Sinnema buiten op de foto met een oranjetipje dat hij met zijn vrouw Jannie heeft gekweekt in zo’n plastic bus waar jodenkoeken in hebben gezeten.

Het beestje is er zelfs niet toe te porren om zijn vleugels even te spreiden zodat je de oranje vleugeltipjes kunt zien. Was het warmer geweest, dat was het vlindertje vrolijk weggefladderd. En dat zou weer jammer zijn voor de kleinkinderen, omdat die het zo leuk vinden om in de doorzichtige bus de cyclus van eitje, rups, pop tot imago waar te nemen. Er is ook zo’n bus met koolwitjes. ,,Eigenlijk kweken we ze alleen voor de kleinkinderen”, geeft Jannie Sinnema toe. Voor de instandhouding van soorten is dit niet nodig.

55 soorten

Maar dat neemt niet weg dat veel vlindersoorten het moeilijk hebben. Dit blijkt uit Dagvlinders in Fryslân - Veranderingen vastgelegd, dat 13 april officieel verschijnt. Siep Sinnema is mede-redactielid en drijvende kracht achter het dagvlinderboek, waar alle 55 soorten die tussen 2010 en 2020 in Fryslân zijn waargenomen in kaart zijn gebracht en een encyclopedisch beschrijvend lemma hebben gekregen.

Fryslân is opgedeeld in ongeveer vierduizend blokken van een vierkante kilometer. Elk blok is onderzocht. Er zijn in tien jaar 384.000 waarnemingen van vlinders geregistreerd. ,,In 86 procent van de blokken zijn vlinders waargenomen. Voor die andere 14 procent geldt helaas dat er niks is aangetroffen. Bijvoorbeeld blokken ten oosten van Stiens richting de Dokkumer Ie, of bij Bolward. Er is vaak gezocht, ook in verschillende jaargetijden, maar er is nog geen koolwitje gevonden. Vlinders hebben daar niks te zoeken: overal raaigras en alles tot aan de slootkant kortgemaaid.”

De biotopen worden teruggedrongen. Van soorten die gevoelig zijn voor verdroging en stikstofdepositie bijvoorbeeld

Al is er maar één exemplaar van een soort geregistreerd, dan krijgt die soort een stip in het desbetreffende kilometerblok. Dat geldt bijvoorbeeld voor het klaverblauwtje, een zwerver uit Noord-Duitsland. Eén waarneming in tien jaar, op Schiermonnikoog. De waarnemer was bekend en betrouwbaar en die had foto’s gemaakt. ,,Dan vliegt de soort het boek in.”

Dit boek is het vervolg op de vorige uitgave uit 2000. De waarnemingskaartjes van toen zijn nu bij elke soort ook opgenomen, zodat de verschillen in vóórkomen te zien zijn. ,,Daarom is de ondertitel: Veranderingen vastgelegd. In het algemeen kun je zeggen dat de meeste soorten achteruit zijn gegaan. Soms is dat op de kaartjes niet eens te zien, want een stip geeft alleen maar aan dát een soort er gevonden is, niet hoeveel exemplaren.”

Lees ook: Meeste vlinders lijden onder droge zomers

Vlinders hebben steeds minder te zoeken in het Friese landschap, constateert Sinnema aan de hand van de waarnemingsgegevens. ,,De biotopen worden teruggedrongen. Van soorten die gevoelig zijn voor verdroging en stikstofdepositie bijvoorbeeld.”

Schrale grond

Die soorten leven in bloemrijke bermen en overhoekjes op schrale grond. Maar door de stikstofneerslag wordt die grond te vruchtbaar en verdwijnen de waardplanten. De zilveren maan is daar een voorbeeld van. Die leeft in laagveenmoerassen op moerasviooltjes, maar die planten zijn sterk achteruit gegaan en hebben de vlindersoort in hun val meegenomen. Het oranje zandoogje, dat vooral in het zuidoosten zat, is ook het slachtoffer van verdroging en stikstofdepositie geworden, net als de grote vuurvlinder.

Lees ook: Geef vlinders en bijen weer vleugels

De argusvlinder is een indicatiesoort voor boerengrasland, waar ze leeft in het struweel in overhoekjes en aan slootkanten. ,,Die heeft niks te zoeken in monotone raaigrasvelden.” Met name op het waarnemingskaartje van heel Nederland (dat ook bij elke soort is afgedrukt) is dat te zien: de soort is uit de gehele oostelijke strook van Groningen tot Limburg verdwenen.

Toen wij hier in 1976 kwamen wonen, zat het Wijnjeterperschar er helemaal vol mee. Nu is-ie verdwenen. Die soort heeft een interessante cyclus

Bij het gentiaanblauwtje speelt ook nog een andere factor. ,,Toen wij hier in 1976 kwamen wonen, zat het Wijnjeterperschar er helemaal vol mee. Nu is-ie verdwenen. Die soort heeft een interessante cyclus. De rupsen scheiden zoetstof af. Mieren komen daarop af en verzorgen de rupsen in hun nesten. Maar voor de natuurontwikkeling is het waterpeil in Wijnjeterperschar in één keer verhoogd, waardoor al die mieren verzopen en het gentiaanblauwtje het nakijken had.”

Niet alleen kommer en kwel

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. In twintig jaar zijn er twee soorten verdwenen uit Fryslân: de kleine ijsvogel en de grote ijsvogel. Maar er zijn ook nieuwkomers: oostelijke vos, spiegeldikkopje (zwervers die zich nog niet gevestigd hebben), de sleedoornpage en het scheefbloemwitje. ,,Die laatste zit in de Alpen op rotsplanten, en nu in onze achtertuinen. Daar hebben we ook een Friese naam voor moeten bedenken en daarvoor moesten we eerst weten wat scheefbloem in het Fries is. Het is straalblomwytflinter geworden. Het spiegeldikkopje heet spegelgroukopke.”

Lees ook: Veel vlindersoorten beleven zware tijden

Er zijn ook soorten die het juist beter zijn gaan doen, zoals gehakkelde aurelia, koninginnenpage, grote vos, keizersmantel en grote weer-schijnvlinder. Dat komt door de opwarming, vertelt Sinnema. ,,Fryslân zit aan de noordkant van het areaal, dus als het klimaat opwarmt, schuift die noordgrens ook op. Je hebt winnaars en verliezers bij de klimaatverandering.”

Er zijn ook soorten waar je geen verschil ziet. Het is lastig hoe je dat moet verklaren. Sommige dingen moet je niet willen uitleggen

Bij elke soort zijn ook vliegtijddiagrammen opgenomen, en bij veel soorten zie je dat de vliegtijd is vervroegd. Het bont zandoogje, een soort die het goed doet, heeft een week eerder een eerste generatie ten opzichte van twintig jaar geleden. De tweede generatie vliegt twee weken eerder uit. ,,Maar er zijn ook soorten waar je geen verschil ziet. Het is lastig hoe je dat moet verklaren. Sommige dingen moet je niet willen uitleggen.”

Dagvlinders in Fryslân - Veranderingen vastgelegd; red. Siep Sinnema e.a.; uitgegeven door Vlinderwerkgroep Friesland; 20 euro (voorintekening, straks 25 euro); te bestellen via

vlinderwerkgroepfriesland.nl

Registreer u bij het Friesch Dagblad

Registreren
  • Registreren is zonder kosten of verplichtingen
  • Alle artikelen op frieschdagblad.nl zijn volledig toegankelijk
Hoofdredacteur

Opinie: Het gezicht van eenzame ouderen

Opinie

Er zijn in coronatijd weinig activiteiten voor ouderen. En daarmee schiet aandacht voor eenzaamheid en ouderdomsziekten zoals alzheimer of dementie er ook bij in. Een provinciaal n...

11 uur geleden

Lees meer

Thecla Bodewes weet het tij te keren

Economie

Scheepsbouwer Thecla Bodewes (TB) Shipyards heeft vorig jaar bijna zes ton winst gemaakt. In 2019 was nog een reorganisatie noodzakelijk, toen het bedrijf ruim twee miljoen euro ve...

20 uur geleden

Lees meer

Waarom Friesch Dagblad?

  • Het nieuws uit Fryslân
  • Verdieping en duiding bij de actualiteit
  • Opinies en analyses
  • Betrouwbaar, kritisch, evenwichtig en opbouwend
Registreren
Sluiten
Sluiten