Medewerkers van het Leids Universitair Medisch Centrum en werknemers uit de industriële wasserijen voeren actie. Zij willen onder meer een betere cao voor de werknemers van universitaire ziekenhuizen.

Achtergrond: Alle seinen staan op rood: het water staat de zorgsector aan de lippen

Medewerkers van het Leids Universitair Medisch Centrum en werknemers uit de industriële wasserijen voeren actie. Zij willen onder meer een betere cao voor de werknemers van universitaire ziekenhuizen. Foto : ANP

De afgelopen dagen werd ten overvloede duidelijk dat de zorgsector in Nederland het water aan de lippen staat. Uitval, lage salarissen, enorme werkdruk en een bonus die veel lager uitvalt dan eerst was beloofd.

De hoge uitval van overbelast ziekenhuispersoneel vormt een bedreiging voor de kwaliteit en continuïteit van zorg, waarschuwde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) deze week nog eens in een brief aan minister Tamara van Ark (Medische Zorg). Aandacht voor de ‘duurzame inzetbaarheid’ van zorgverleners is volgens de inspectie van groot belang.

Er is namelijk een breed gedeeld gevoel van falen ontstaan, omdat niet alle patiënten meer de zorg krijgen die zij nodig hebben. Het is volgens de inspectie daarom van belang dat er voldoende nazorg en steun is voor zorgverleners, vooral wanneer zij betrokken zijn bij een incident in de patiëntenzorg of geconfronteerd worden met agressie van patiënten en hun naasten. De brief van IGJ laat zich lezen als een noodkreet aan de regering. Zij kan ook worden gezien als een opdracht voor een nieuw kabinet.

Dat het aantal ziekenhuisopnames inmiddels daalt, komt geen moment te vroeg, zo wordt duidelijk. Als de druk op de ziekenhuizen nog verder zou toenemen, dan zou op korte termijn mogelijk ‘een onbeheersbare situatie’ ontstaan, aldus de inspectie. Als meer personeel uitvalt, zou de intensivecare-capaciteit kunnen dalen en zullen op grote schaal opnamestops ingesteld moeten worden.

Noodklok

De IGJ is niet de enige staatsinstelling die de noodklok luidt. Ook de Sociaal Economische Raad (SER) heeft grote zorgen over de Nederlandse zorgsector. Zorgmedewerkers moeten vrijer kunnen werken, meer kansen krijgen om door te groeien en beter worden betaald, stelt de SER in een advies aan Van Ark. Gebeurt dat niet, dan zal de situatie leiden tot toenemende personeelstekorten in de sector.

Momenteel werken ruim 1,4 miljoen mensen in de zorg. Volgens de SER moeten daar de komende twee jaar zo’n 70.000 mensen bijkomen. De zorg kent echter een hoge uitstroom van personeel. Jaarlijks verlaten zo’n 110.000 mensen de sector. De personeelsvlucht bestond al vóór de crononacrisis maar de funeste gevolgen daarvan worden nu veel duidelijker.

Lees ook: Vroegbehandeling is blinde vlek in coronabeleid: ‘Ik ga bij wondroos ook niet wachten totdat een patiënt in shock thuis ligt’

Zorgmedewerkers hebben veel te lijden onder regel- en administratiedruk. Volgens de SER is het daarom van belang dat medewerkers meer zelf mogen bepalen wanneer ze wat doen. De autonomie van en het vertrouwen in zorgprofessionals vormen daar de basis van.

Deze week werd ook bekend dat het demissionaire kabinet een bonus wil geven aan alle medewerkers in de zorg. Ze krijgen dan een netto-uitkering van 200 tot 240 euro. Eerder was sprake van 500 euro. Maar minister Hugo de Jonge heeft gekozen om alle medewerkers in de zorg tot een bepaalde inkomensgrens (twee keer modaal) de netto-uitkering te geven. Hiervoor is 720 miljoen euro beschikbaar.

Boos gereageerd

De bonden hebben boos gereageerd op het bonusplan. ,,Een bonus van 200 of 500 euro is allebei niets”, zegt een woordvoerder van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). ,,Het moet goed geregeld worden. Als je echt iets wil doen aan goed zorgpersoneel vasthouden, waarderen en werven, heb je een structurele aanpassing nodig.” Volgens V&VN moet het demissionair kabinet investeren in betere beteugeling van de werkdruk, een goede beloning en meer zeggenschap voor zorgmedewerkers.

Een bonus van 200 tot 240 euro voor zorgpersoneel van het demissionaire kabinet is ,,een fooitje en pure minachting van verpleegkundigen en verzorgenden”, reageert ook Michel van Erp van de medische vakbond NU’91.