Commentaar Artikel 23: niet absoluut, wel gelijkwaardig

Klaas Dijkhoff weet hoe hij een steen in de vijver moet gooien. Afgelopen weekeinde bracht hij een discussiestuk over het liberalisme naar buiten, bedoeld voor intern gebruik.

Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van de VVD

Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van de VVD ANP

Een van de pleidooien in het stuk van Dijkhoff gaat over de vrijheid van onderwijs. Hij vindt dat die niet mag leiden tot segregatie en parallelle samenlevingen waar waarden worden beleden ‘die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid’. Nu wil niemand dat, maar in De Telegraaf , waar Dijkhoff zijn discussie-stuk toelichtte, scherpte hij deze passage aan. Geen enkele oplossing mag taboe zijn, en we moeten daarbij niet bang zijn om in de buurt te komen van artikel 23.

Vrijheid

Nu is een grondwetsartikel niet absoluut, in de gewone wetgeving kan die beperkt worden. Het kan zijn dat personen of instituten een grondwettelijke vrijheid gebruiken voor iets wat algemeen niet aanvaard wordt. Zo behoort laster niet tot de vrijheid van meningsuiting. En excessen zoals op het Amsterdamse Cornelius Haga-college, de islamitische school die volgens de AIVD banden met het salafisme heeft, en de reden waarom Dijkhoff over artikel 23 begint, zijn ook goed via wetgeving tegen te gaan. En als die wetgeving niet bestaat, dan kan die gemaakt worden.

Hoe een school zich houdt aan de democratische rechtsorde valt onder die kwaliteitsnorm

Vreemd is echter Dijkhoffs idee om artikel 23 dan maar ondergeschikt te maken aan artikel 1 van de Grondwet, het non-discriminatiebeginsel. Ten eerste is de vraag hoe je de vrijheid van onderwijs ondergeschikt kunt maken aan het idee dat iedereen voor de wet gelijk is en dientengevolge behandeld dient te worden. Ten tweede omdat dit in strijd is met het beginsel dat alle grondwetsartikelen even belangrijk zijn; geen is ondergeschikt.

Niemand wil de vrijheid van meningsuiting fundamenteel inperken wanneer een enkele radicaal dingen maar wat roept. Dat Dijkhoff dit wel doet met de vrijheid van onderwijs, wijst op de sluimerende onvrede bij veel seculier-liberale politici met artikel 23. Het idee dat onderwijs ‘neutraal’ moet zijn opdat kinderen zelf voor een ideologie kunnen kiezen, komt voort uit het idee dat godsdienst een privé-zaak is en niet in de publiek ruimte hoort. Alsof niet gelovig zijn niet ook een levensbeschouwelijke opvatting is. De keuze voor artikel 23 is fundamenteel: het maakt de organisatie van onderwijs iets van de samenleving en niet van de staat - al mag die wel eisen stellen aan kwaliteit. En de mate waarin een school zich houdt aan de democratische rechtsorde kan ook onder die kwaliteitsnorm vallen.

De vrijheid van onderwijs is geen vrijbrief voor scholen om van alles te doen, net zo min als dat een exces een reden is om meteen een heel grondwetsartikel op de helling te zetten.

Nieuws

menu