De Grote Oorlog liet Europa in shellshock achter

Op 11 november 1918 zwegen de wapens na vier jaar Eerste Wereldoorlog. Keizerrijken verdwenen, nieuw landen ontstonden en grenzen werden verlegd. De oorlog had het continent uitgeput en getraumatiseerd. Zo zelfs dat de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog nog altijd te merken zijn.

Het standbeeld van veldmaarschalk Foch kijkt uit over de plek waar in 1918 de treinwagon stond waarin de wapenstilstand werd getekend.

Het standbeeld van veldmaarschalk Foch kijkt uit over de plek waar in 1918 de treinwagon stond waarin de wapenstilstand werd getekend. Foto: AFP

De Duitse soldaten die een militaire post in Chaumont-devant-Damvillers bemanden, keken verbaasd op toen op 11 november 1918 een Amerikaanse soldaat met de bajonet op zijn geweer op hen afstormde. Wist hij niet dat de wapenstilstand zo van kracht werd? Ze probeerden hem nog met armgebaren te stoppen, maar toen de soldaat te dichtbij kwam, losten de Duitsers toch een salvo. De Amerikaan werd in zijn borst getroffen en viel dood neer.

Henry Gunter uit Baltimore sneuvelde op 11 november 1918 om één voor elf in de ochtend, één minuut voordat de wapens na vier jaar vechten zouden zwijgen. Hij was de laatste militair die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog. Zijn sergeant had hem nog tegen willen houden, maar Gunter was volgens zijn kameraden zo gefrustreerd over zijn recente degradatie in rang, dat hij wilde laten zien dat hij wel een echte militair was.

Enkele uren voor de onfortuinlijke dood van Gunter hadden vertegenwoordigers van Frankrijk, Engeland en Duitsland in het bos van Compiègne, in de treinwagon van de Franse veldmaarschalk Foch, de wapenstilstand getekend. Echte onderhandelingen waren er niet geweest, de Fransen en de Engelsen dwongen de Duitsers tot onvoorwaardelijke overgave. De wapenstilstand zou een paar uur later in gaan, om zo iedereen de tijd te geven op de hoogte te komen. Die ochtend sneuvelden nog enkele duizenden soldaten bij gevechten.

Loopgravenoorlog

De Grote Oorlog was in 1914 begroet als een manier waarop de naties hun eer konden halen op het glorieuze slagveld. Maar het oorlog voeren was veranderd. De oorlog verzandde in een loopgravenoorlog waarbij de troepen zich in de modder van Vlaanderen en Noord-Frankrijk of op de flanken van de Alpen ingroeven en de andere kant bestookten met bommen, granaten of mosterdgas. Wanneer er grote offensieven werden gehouden sneuvelden er tienduizenden mannen om een paar meter grond winst.

De oorlog was geëindigd zoals een wedstrijdje handjedrukken eindigt wanneer beide partijen minutenlang elkaar in evenwicht houden totdat een van de partijen vanwege de vermoeidheid het bijltje erbij neerlegt.

Er heerste in 1918 een sterk gevoel van onthechting en verraad

Die vermoeide handjedrukker was het Duitse keizerrijk. De oorlog had de Duitsers uitgeput. In 1918 waren de burgers oorlogsmoe, in het hele land braken er opstanden uit. Hoewel Duitsland nog altijd Frans en Belgisch grondgebied bezet hield en zelf in die vier jaar tijd geen enkele vijandige soldaat op eigen territorium had hoeven dulden, zagen de politieke en militaire leiding in dat het staken van de strijd de enige manier was om een revolutie in eigen land tegen te gaan.

Euforie was er in het geallieerde kamp evenmin. Het Russische tsarenrijk had in 1917 al het hoofd gebogen, zich overgegeven aan de Duitsers en enkele minderheden de onafhankelijkheid gegeven. Waarna de revolutie uitbrak en de communisten een bloederige burgeroorlog uitvochten tegen de ‘witten’.

Ook in Engeland en Frankrijk was er eerder opluchting dan vreugde. De Duitse schrijver/historicus Philipp Blom schrijft in zijn boek Alleen de wolken dat Europa zelf shellshock had. Shellshock was de benaming voor soldaten die door hun loopgravenervaring psychisch dichtgeklapt waren. Maar de hele samenleving was psychisch terneergeslagen, aldus Blom. Er heerste in 1918 een sterk gevoel van onthechting en verraad.

Nooit trouwen

Mannen en jongens kwamen thuis met een trauma, als ze al thuis kwamen. In Engeland werd aan jonge vrouwen verteld dat ze er rekening mee moesten houden nooit te trouwen, nu zoveel jongens gesneuveld waren. In alle landen hadden de terugkerende jonge veteranen moeite om zich weer te voegen in het burgerbestaan. Blom schrijft dat jonge mannen de oorlog in waren gegaan met het heroïsche beeld van de viriele strijder, maar in de

modderige loopgraven waren ontmenst en terugkwamen als wrakken. Hun verschrikkelijke en levensbepalende ervaring werd niet door de thuisblijvers gedeeld. Ze werden geacht hun rustige burgerbestaan op te pakken, maar waren hier niet tot nauwelijks toe in staat. Niet voor niets kregen de twintigers van 1918 de bijnaam the lost generation.

Bovendien was het maar de vraag of de veteranen terugkwamen in hetzelfde land als dat ze gediend hadden. Zo konden soldaten die zij aan zij hadden gestreden voor het Oostenrijks-Hongaarse Rijk zich in 1919 terugvinden in zeven verschillende landen. Oostenrijk, Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië ontstonden uit de delen van het rijk, Roemenië en Italië annexeerden grote gebieden.

Het is voor Nederlanders soms moeilijk te begrijpen hoe deze sentimenten van nationalisme in Centraal-Europa werken, zo gewend als wij in ons land zijn aan de constante ligging van onze grens.

De oorlog had bij veel etnische minderheden het streven naar een eigen staat wakker geschud. Dat werd helemaal gestimuleerd door het principe van ‘zelfbeschikkingsrecht voor volken’ die de Amerikaanse president Woodrow Wilson bedacht.

De nieuwe lappendeken die de kaart van Europa in 1918 werd, liep echter niet keurig langs etnische grenzen. Want de verschillende volkeren leefden in het Habsburgse rijk niet volk bij volk, maar vermengden zich ook. Waardoor er na 1918, zonder er voor te verhuizen, Hongaren in Roemenië kwamen te wonen en Roemenen in Hongarije. Vooral bij de Oostenrijkers en Hongaren, die in het oude rijk de lakens uitdeelden, leidde dit tot frustratie over het territoriumverlies en het ongenoegen dat niet alle volksgenoten ook landgenoten waren geworden.

Het is voor Nederlanders soms moeilijk te begrijpen hoe deze sentimenten van nationalisme in Centraal-Europa werken, zo gewend als wij in ons land zijn aan de constante ligging van onze grens. Bovendien wonen alle Nederlanders binnen de Nederlandse grenzen en leven de Duitsers en Belgen altijd aan de andere kant. Voor Midden-Europese landen, van Duitsland tot Oekraïne en van Polen tot Albanië, is het geschuif met grenzen en de buiten het eigen territorium wonende volksgenoten een belangrijke onderstroom in het nationale onderbewustzijn. En dat is tot op de dag van vandaag een bron van frustratie en onrust.

Het maakte Midden-Europa in de jaren tussen de wereldoorlogen ook niet stabiel. Stuk voor stuk waren het parlementaire democratieën geworden, maar zonder de ervaring die West-Europa er al tijden mee had. De democratische rechtsstaat was geen ingesleten vanzelfsprekendheid en stond constant onder druk van communisten, die het landsbestuur te kapitalistisch vonden, en reactionaire conservatieven en later fascisten, die hun landsbestuur te slap vonden en de uitkomsten van de vredesverdragen niet accepteerden.

Duitsland

Zo was onder Duitse nationalisten de Dolkstoottheorie populair. Dat was de idee dat Duitsland niet had verloren op het slagveld maar was verraden door de eigen politici aan de onderhandelingstafel. Dat hoge militairen als Von Hindenburg en Von Ludendorff zelf in 1918 hadden aangedrongen op vrede, vergaten ze een jaar later liever. De Dolkstoottheorie vergiftigde het debat in Duitsland voor jaren. Het leidde er zelfs toe dat Matthias Erzberger, de politicus die namens Duitsland de wapenstilstand in 1918 tekende, door rechtsnationalisten keihard werd verketterd. De hetze laaide zo hoog op dat hij in 1921 door een extreemrechtse groep werd vermoord.

Overigens waren de frustraties van de verliezers niet helemaal onterecht. Zeker Duitsland werd in de Vrede van Versailles in 1919 ongenadig hard aangepakt. Niet alleen verloor het land grote stukken territorium, de herstelbetalingen waren zo groot dat Duitsland die economisch niet aan kon.

Blom haalt in zijn boek een anekdote aan over de Franse politicus Paul Deschanel die als parlementsvoorzitter betrokken was bij de vredesverdragen. In hetzelfde jaar werd hij geportretteerd door de Spaanse schilder José Simont. De schilder vroeg hem zijn mening over het verdrag, waarop Deschanel antwoordde dat er net voor een tweede wereldoorlog was getekend.

Het is het soort anekdote die als bewijs dient voor veel historici die de Tweede Wereldoorlog zien als een onlosmakelijk gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Sommige van hen spreken zelfs, in navolging van de Duitse historicus Hans-Ulrich Wehler, over de periode 1914-1945 als de Tweede Dertigjarige Oorlog.

Klaprozen

Morgen is het in Nederland een rustige dag, maar voor onze buurlanden niet. Honderd jaar is een lange tijd, maar 1918 is in onze buurlanden nog altijd dichtbij. In Engeland draagt bijna iedereen deze week een poppy, een nep-klaproosje dat verwijst naar de klaprozen in het gedicht In Flanders fields (uit 1915) van de Canadese militaire arts en dichter John McCrae (1872-1918). Wanneer morgen de clubs in de Premier League spelen, zal een militair kapel op het veld staan en worden veteranen, ook de gevallenen van de oorlogen na 1918, door de Britten herdacht en in het zonnetje gezet. En wie op tv geen poppy draagt, krijgt de toorn van tabloids over zich heen.

De wijsheid dat je in onderhandelingen het andere land niet het vel over de oren moet trekken wanneer dit een slechtere hand heeft, klinkt nu weer als vermaning aan de Europese Unie als het gaat over de brexit.

De herinnering aan de giftige cocktail van fel nationalisme, heilsprofetieën en afkeer van de liberale democratie in het Duitsland van 1918 en later speelt een grote rol in het Duitse debat over de democratie en de opkomst van het populistische AfD.

Honderd jaar is een lange tijd, maar 1918 is in onze buurlanden nog altijd dichtbij

Net zoals er onder Hongaarse nationalisten nog altijd getreurd wordt over de verloren gebieden. In Slowakije, Servië en Roemenië wonen grote groepen etnische Hongaren die zich meer verbonden voelen met het land van hun volksgenoten dan het land waar ze wonen. Ze hebben een paar jaar terug van premier Viktor Orban zelfs het Hongaarse kiesrecht gekregen.

En vergeet terreurbeweging Islamitisch Staat niet. Dat wil nog altijd de verdeling van de Ottomaanse gebieden tussen Frankrijk en Duitsland langs de Sykes-Picot-lijn ongedaan maken door de in 1918 ontstane grens tussen Syrië en Irak uit te gummen.

Een ander merkbaar gevolg van de Eerste Wereldoorlog is dat de slagvelden in Vlaanderen en Noord-Frankrijk nog altijd bezaaid liggen met munitie. De Belgische explosievendienst DOVO haalt elk jaar nog ongeveer tweehonderd ton aan granaten en mortieren uit de jaren 1914-1918 uit de grond. Soms komt er zelfs nog een Belgische boer om het leven, omdat hij tijdens het ploegen op een mijn of bom stuit.

De Eerste Wereldoorlog eindigde weliswaar honderd jaar geleden op het slagveld, maar niet in de hoofden van veel Europeanen. Zo is Henry Gunther wel de officiële laatste dodelijke slachtoffer van de Grote Oorlog, maar eiste de oorlog nog lang daarna zijn tol. Tot op de dag van vandaag.

Lees ook het artikel van Bearn Bilker van vorige week: Oorlog, honger, revolutie en een afgezette keizer

Nieuws

menu