De expositie in het Fries Museum toont beelden van iconen maar het zijn geen iconische beelden. Maar de expositie is de moeite van het bezichtigen zeker waard

Maar liefst 88 portretten hangen in de tentoonstelling Icons and Identities in het Fries Museum. Het onderwerp identiteit lijkt er wat aan de haren bijgesleept en iconisch zijn de portretten ook niet echt, maar de moeite waard is de tentoonstelling zeker. Vanaf zaterdag is de expositie geopend.

Het Fries Museum pakt uit met een expositie van 88 portretten, merendeels uit The Portriat Gallery. Met onder meer een portret van schrijfster Beatrix Potter, door Delmar Banner in 1938. © National Portrait Gallery, Londen.

Het Fries Museum pakt uit met een expositie van 88 portretten, merendeels uit The Portriat Gallery. Met onder meer een portret van schrijfster Beatrix Potter, door Delmar Banner in 1938. © National Portrait Gallery, Londen.

De National Portrait Gallery is vanwege een renovatie een paar jaar gesloten. Om de collectie toch toegankelijk te laten zijn voor het publiek heeft het Londense museum een tentoonstelling samengesteld uit de collectie met min of meer het thema identiteit.

Het Fries Museum is een van de voorintekenaars geweest van de door de National Portrait Gallery samengestelde rondreizende tentoonstelling Icons and Identities . Dat was een logische stap, gezien het grote aandeel dat het portret heeft in de collectie van het Fries Museum. Maar moet de National Portrait Gallery eerst gesloten zijn om voldoende werken voor een tentoonstelling naar het buitenland te kunnen uitlenen? Van de ongeveer 365.000 werken die het museum in bezit heeft, zijn de 88 die voor Icons and Identities zijn geselecteerd slechts enkele promilles. Zouden ze gemist zijn als het museum open was gebleven?

Elizabeth

De beroemde natuurlijk wel, en die worden dan ook doorgaans zelden of nooit uitgeleend. Die gelegenheid is er dus nu wel. Te denken valt aan het minutieus geschilderde portret van Elizabeth I door Nicholas Hilliard, of het beroemde portret van William Shakespeare door een onbekende schilder.

Het schilderij van Shakespeare is misschien ‘iconisch’ in die zin dat het een van de weinige portretten van de schrijver is en waarschijnlijk het enige waarvoor Shakespeare model heeft gestaan.

Voor de National Portrait Gallery is het een werk dat een bijzondere plaats in de collectie inneemt omdat het middels een schenking van Francis Egerton, graaf van Ellersmere, in 1856 het begin van de collectie vormde.

Niet chronologisch

Chronologie is niet te vinden op de tentoonstelling, al bakenen de portretten van Elizabeth II aan het begin en Elizabeth I aan het eind van de tentoonstelling de ongeveer vijf eeuwen af waarover de tentoonstelling gaat. Wel is er per zaal een aantal thema’s waaromheen beroemdheden van diverse pluimage en uit verschillende periodes zijn gegroepeerd.

Over identiteit gaat het eigenlijk zelden. Of liever gezegd: het gaat natuurlijk altijd om identiteit wanneer het een portret van een individu betreft. Maar identiteit zoals in deze tentoonstelling af en toe bedoeld, is die waarover de laatste tijd in de samenleving discussies zijn losgebarsten, zoals geaardheid, gender en kleur.

Dat verklaart de aanwezigheid van het portret dat Charles Buchell in 1918 van de schrijfster Radclyffe Hall schilderde, die in mannenkleren poseerde. Ook het portret van Chevalier d’Éon, die bekend werd als de schermer in vrouwenkleren, valt in die categorie, evenals het portret van de zwarte Florence Nightengale Mary Seacole.

Het leggen van relaties met wat op dit moment speelt, komt over als een wat tendentieuze poging om aan te tonen hoe actueel kunst kan zijn, hoe sommige fenomenen van alle tijden zijn en dat kunst een middel is om dat aan te tonen. Dat is niet uniek voor deze tentoonstelling, die trend neemt de afgelopen jaren toe, in het kader van het actuele ‘maatschappelijk debat’.

IJdelheid

Laten we er geen doekjes om winden, in vrijwel alle gevallen gaat het bij een portret om ijdelheid. Schilders waren niet in de laatste plaats ook zelf ijdel. De eerste zaal is helemaal gewijd aan het zelfportret. De geportretteerden zijn op hun paasbest gekleed.

Als je een hoge positie bekleedde, was je rijkelijk uitgedost want dat was je aan je status verplicht, ten minste voor zover het gaat om geschilderde historische portretten. Vereeuwigd werd je natuurlijk niet in je dagelijkse kloffie. Voor schilders was het soms de gelegenheid te laten zien wat ze in hun mars hadden. Kleding werd vaak tot in de fijnste details weergegeven.

De blik van de geportretteerden is niet zelden zelfverzekerd, ja zelfs ronduit arrogant. De pose van Henry James laat niets te raden over, hij vindt zichzelf een schrijver die het helemaal heeft gemaakt. Nelson en Wellington stralen de zelfbewustheid uit van mensen die de geschiedenis hebben veranderd.

IJdelheid werd de eerstgenoemde trouwens fataal. Het verhaal gaat dat Nelson weigerde zijn medailles af te doen tijdens de slag bij Trafalgar. Het glinsterende metaal was een schietschijf. Het was dan ook vanuit de mast van het schip Redoutable prijsschieten voor de Franse schutter, en die schoot raak.

Zelfs de geleerde Newton maakte ten koste van wetenschappelijk onderzoek tijd vrij om te poseren voor een portret. Zo ijdel was hij wel, de natuurkundige die zijn behoefte deed op een gouden nachtspiegel. De intellectuele superioriteit straalt overigens van zijn gezicht.

Witte doek

In de fotografie is het hetzelfde verhaal. Beroemdheden als Elizabeth Taylor en Greta Garbo poseerden zorgvuldig voor de foto. Zij konden het zich niet permitteren dat er een ander beeld van hen werd verkregen dan zoals ze van het witte doek bekend waren.

Veelzeggend is het bij het portret van David Beckham gevoegde contactsheet. Daaruit blijkt dat de definitieve foto er een is van vele uit een foto-shoot. De beste is vergroot. Spontaan gefotografeerde portretten zijn er eigenlijk niet.

Behalve misschien dat van Richard Avedon, die de dichter W. H. Auden in New York in de sneeuw fotografeerde. Was de ontmoeting toevallig? In ieder geval houdt Auden even halt om Avadon de gelegenheid te geven scherp te stellen en de ontspanknop in te drukken, zo lijkt het.

Auden houdt zijn handen in de zakken en doet geen enkele poging er op zijn voordeligst uit te zien. Daar was hij trouwens wars van. Het is bekend dat hij de chique Weense opera bezocht met vetvlekken in zijn rokkostuum dat nooit naar de stomerij werd gebracht en daar geen passende schoenen bij droeg maar slippers vanwege zijn pijnlijke likdoorns.

Imago

Van de grote kleurenfoto van Vivienne Westwood, rommelig gekleed en poserend in een toilet tussen wc-rollen en een wc-pot, zou je kunnen denken dat het uit de toon valt. Maar de ontwerpster uit de punkscene past in deze onconventionele, weinig flatteuze omgeving helemaal in de traditionele opvatting van het portret.

Het portret is namelijk bedoeld om een imago in stand te houden of een typerend beeld te schetsen.

De vraag bij deze tentoonstelling is in hoeverre de geportretteerden iconen zijn of alleen maar beroemd. En van een aantal is het niet duidelijk of ze in hun tijd iconen waren (dat wil zeggen: beeldbepalend voor hun tijd). Het zijn namen die misschien bekend zijn bij de Britten die goed van hun geschiedenis op de hoogte zijn, maar niet bij ons.

Sommigen zijn in de vergetelheid geraakt en zeggen ons, Brit en niet-Brit, waarschijnlijk niets meer.

Onbetwistbare (overwegend Engelse) iconen zijn er vele op de tentoonstelling en dan hebben we het vooral over beroemdheden van de laatste honderd jaar. Er is ten opzichte van vroeger een verschuiving te zien van adel en intellectuelen naar film- en popsterren, die vaak van gewone afkomst zijn.

Prachtig overzicht

Rest de vraag in hoeverre deze beelden van de iconen ook iconische beelden zijn. Die laatste zijn er niet op deze tentoonstelling. Er zijn geen beelden te zien zoals bijvoorbeeld de Mona Lisa iconisch is, of Einstein die zijn tong uitsteekt, Marilyn Monroe die boven een luchtrooster van de metro staat, of Che Guevara, of het Afghaanse meisje van Steve McCurry, enzovoorts.

De Beatles ontbreken uiteraard niet. Ze zijn gefotografeerd als jonge muzikanten uit Liverpool, maar iconisch is de foto niet. Dat is ongetwijfeld de foto waarop ze het zebrapad oversteken op het album Abbey Road . Is het erg dat er geen iconische beelden zijn? Nee, de tentoonstelling biedt een prachtig overzicht van eeuwen portretkunst.

De samenstellers van deze tentoonstelling hebben rekening gehouden met het feit dat onze stadhouder Willem III getrouwd was met Mary Stuart, en later de Engelse troon besteeg. Hun portretten zijn aanwezig.

Eigen collectie

Verder is er een schilderij van de musicerende kinderen van George II, onder wie zich ook Anna van Hannover bevond, die met de Friese stadhouder Willem zou trouwen. Het Fries Museum heeft daar het portret van Anna aan toegevoegd toen ze in Leeuwarden verbleef, geschilderd door Bernardus Accama.

Het Fries Museum heeft overigens meer schilderijen uit de eigen collectie toegevoegd waaronder het portret van Annie Zernike, de eerste vrouwelijke predikant van Nederland, geschilderd door haar man Jan Mankes, en de ets van Rembrandt met een afbeelding van Jan Cornelis Sylvius, eveneens predikant.


Fries Museum
Icons, identiteit in portretten
t/m 9 januari 2022