In Late liefde schetst Jannetje Koelewijn een mooi portret van de hoogleraar bij wie zij ooit studeerde: Margaretha H. Schenkeveld | Boekrecensie

In mooi vertelde herinneringen gaat in ‘Late liefde’ een wereld open van liefde voor onderwijs en familieleven, voor de Vrije Universiteit en vooral ook van liefde voor de literatuur.

Hoogleraar Margaretha H. Schenkeveld (rechts) met Anja de Feijter, hoogleraar Nederlandse letterkunde, bij een promotie in 2018 in Nijmegen.

Hoogleraar Margaretha H. Schenkeveld (rechts) met Anja de Feijter, hoogleraar Nederlandse letterkunde, bij een promotie in 2018 in Nijmegen. Foto: Tjerk de Reus

Het is helemaal te danken aan beide betrokkenen - Margaretha Schenkeveld (1928), de geïnterviewde, en Jannetje Koelewijn (1959), schrijfster - dat het boek Late liefde zo’n mooi en betekenisvol portret is geworden: van een hoogleraar Nederlandse letterkunde op hoge leeftijd, met een rijke schat aan herinneringen. Margaretha Schenkeveld (1928) stamt uit een tijdperk waarin aandacht voor de eigen persoonlijkheid en gevoelens niet vanzelfsprekend op de voorgrond stonden. En zo staat zij nog steeds in het leven, met bescheiden waardigheid. Maar in de vele gesprekken die Koelewijn met haar voert, laat Schenkeveld zich kennen, durft ze ook kwetsbaar te zijn. En dat is zeker ook te danken aan de open blik waarmee Koelewijn haar tegemoet treedt, en de diepte in het gesprek zoekt.

Nieuws

menu