Friesland voorheen en thans was een mislukte voorloper van de ‘mienskip’ van LF2018

De ‘mienskip’ van LF2018 was niets nieuws: al in 1908 moest een grote tentoonstelling van Friese kunstnijverheid in Leeuwarden vooral ‘gemeenschapszin aankweken’. De economie van Leeuwarden en Fryslân zou er voordeel bij hebben. Vragen over zin en nut waren er toen ook al. Wel was een veel grotere plek voor de Friese taal ingeruimd.

De ‘mienskip’ van LF2018 was niets nieuws: al in 1908 moest een grote tentoonstelling van Friese kunstnijverheid in Leeuwarden vooral ‘gemeenschapszin aankweken’.

De ‘mienskip’ van LF2018 was niets nieuws: al in 1908 moest een grote tentoonstelling van Friese kunstnijverheid in Leeuwarden vooral ‘gemeenschapszin aankweken’.

Het moet een fascinerende aanblik hebben gegeven: het ‘oud-Fries marktplein’ dat in augustus 1908 met veel timmer-, teken- en schilderwerk werd verbeeld in de grote zaal van De Harmonie in Leeuwarden. Nagebouwde huizen, poorten, een bloemenwinkel, groentewinkel, het hof van Marijke-moai - men waande zich tweehonderd jaar in de tijd terug. Op het ‘plein’, maar ook op de galerij, in de vestibule en de tuin oefenden handwerkslieden hun vak uit. Er werden manden gevlochten, klompen gemaakt, vilten hoeden geproduceerd, er werd gesponnen met het spinnewiel, maar men zag ook een ‘volledig atelier ter vervaardiging van lingerie-artikelen’, er werd ivoor gedraaid, een scharensliep toonde zijn oude en nieuwe instrumentarium - kortom, bezoekers kwamen ogen tekort op de Friese oervertoning van Welcome to the Village.

Friesland voorheen en thans , zo heette deze tentoonstelling van Friese kunst, kunstnijverheid en ‘gewone’ nijverheid. Of in de Friestalige versie: Fryslân foarhinne en nou . Waar de stichting Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2108 vorig jaar probeerde de provincie ‘op de kaart te zetten’ met veel cultuur, daar deed men 111 jaar geleden precies hetzelfde met een parade van wat de Friese kunstnijverheid wel niet vermocht. Wie de openingstoespraak van de voorzitter van het organiserend comité leest, meent onmiddellijk dat de geschiedenis zich soms wel degelijk herhaalt. Daar staat al wat ons nu zo bekend in de oren klinkt: ,,het aankweeken van gemeenschapszin; het bevorderen van de belangen van Leeuwarden; de welvaart van Friesland”.

Tentoonstellingen waren rond 1900 ‘in’, niet alleen in Fryslân. Amsterdam had z’n miniatuurdorp Oud-Holland gehad, in 1895 op het Museumplein, in het kader van een Tentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen. In Groningen was nog in 1906 in De Harmonie een Oud-Groningen verrezen. Overal werd folklore gecombineerd met commercie. ‘Oud’ was het sleutelwoord: allerlei bedrijfstakken wilden hun rijke geschiedenis laten zien en bij de bevolking trots veroorzaken, in de hoop dat dan ook nieuwere initiatieven, bedrijven, technieken en producten wel de aandacht zouden trekken. Traditie en vernieuwing moesten bijelkaar worden gebracht, met uiteindelijk een commercieel doel: bezoekers trekken, verkopen, handelen, zaken doen.

Vreemdelingenverkeer

De plaatselijke verenigingen voor vreemdelingenverkeer speelden hierin rond de eeuwwisseling een sleutelrol. Kleinere versies van het Leeuwarder initiatief waren eerder in 1908 op initiatief van VVV’s te bewonderen in Rotterdam, Harlingen en Zwolle. Zo was er van 23 februari tot 15 maart een tentoonstelling van Friese kunstnijverheid in de sociëteit van de Rotterdamse Kunstkring, die opgemerkt werd door de uit Fryslân afkomstige journalist Foeke Tjalma (1867-1943) van de Nieuwe Rotterdamsche Courant .

Trots, weemoed én stamppot bij slot van LF2018. ,,Ik fyn it echt spitich dat it foarby is. It entûsjasme, de ferbiningen dy’t ûntstien binne. Dy moatte wy fêsthâlde” https://t.co/Tptq97OCEo

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) November 26, 2018

Het gebodene was ‘bijna aldoor gelijkvormig aan oud goed’, merkte Tjalma op. ‘Want deze huisvlijt en nijverheid wijkt van de oude patronen uit beginsel zoo weinig mogelijk af. Is er geen aanleiding, is er geen kracht tot het ontwerpen van nieuwe of schuilt de bekoring van deze dingen juist goeddeels in het archaïstisch karakter? In hoever dringt het gebruik van deze voorwerpen in de hedendaagsche Friesche zeden in? Die vraag komt uit de voorafgaande vanzelf voort en staat met de algemeenere in verband, in hoever de Friezen met hun taal, hun kleedij, hun zeden en gewoonten, zich wenschen en weten te handhaven, afgezonderd, eigendommelijk, als een apart ‘volk’.’

Ook de Rotterdamse correspondent van de Leeuwarder Courant vroeg zich af: ‘Is het alleen de bedoeling de herinnering aan het echt karakteristieke van de oude Friesche kunstnijverheid voor het nageslacht te bewaren? Of is het gemis aan eigen initiatief, dat er toe leidt de oude modellen weder voor de dag te halen? Dit laatste zou zeker betreurenswaardig zijn (...).’

Bewustzijn

Voor Foeke Tjalma was de Rotterdamse tentoonstelling aanleiding om zijn rubriek ‘Frisiana’ in NRC te beginnen en de Nederlandse krantenlezers daarin meer over Friese cultuur te vertellen. Zijn serie heeft gelopen tot 1927. Zo’n tentoonstelling van Friese producten heeft alleen zin, schreef Tjalma, als de Friezen hun eigenheid willen bewaren. En wilden ze dat wel? Was bijvoorbeeld het behoud van de Friese taal een ‘volkswens’, of wilde alleen een handjevol ‘dwepers’ er zich voor inspannen? Tjalma dacht, of hoopte, het eerste: ‘Dat de meeste Friezen hechten, willen getrouw blijven aan hun taal hangt samen met het, meer of minder sterk ontwikkelde, bewustzijn dat er kracht schuilt in het eigene; dat handhaving en ontwikkeling van individualiteit een cultuurfactor is.’

Hoe @LF2018 met culturele piekjaren en 64 projecten een vervolg krijgt https://t.co/3hKNRGKh0F

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) July 12, 2019

Evenwel, slechts terugkeren naar het oude leek hem niet verstandig. Het oude moest dienen als inspiratie voor het ‘eigen streven’ van hedendaagse productenten: ‘De kunstnijvere, met name als hij gebruiksvoorwerpen vervaardigt, zal ook nieuwe vormen hebben te zoeken, indien deze worden geëischt door het tegenwoordige leven. En er is, dunkt me, in het Friesche nijverheidsgevoel ook wel een en ander, zij het nog weinig, dat zuivere uiting is van het eigene van onzen tijd.’

Los van feesten en partijen

Ook het Friese Statenlid Sipke Brandsma roerde zich, in zijn rubriek ‘Brieven van een Fries’ in het Nieuwsblad van het Noorden . Brandsma, een vrijzinnig democraat, dacht dat tentoonstellingen bedoeld om de Friese economie aan te vuren, wellicht beter buiten Fryslân konden worden gehouden omdat juist dáár de kapitaalkrachtigste afnemers zaten. Ook moesten zulke ondernemingen los worden gemaakt van feesten en partijen en zich louter op de handel richten.

Na het relatieve succes in Rotterdam werd in Leeuwarden in de meidagen inderhaast een twaalfkoppig ‘voorloopig comité’ gevormd ter voorbereiding van een grotere tentoonstelling in de Friese hoofdstad. Brandsma’s ongevraagde advies werd in de wind geslagen, er moest welzeker ‘eene reeks van feestavonden en festiviteiten’ komen als begeleiding, ‘voor zoover mogelijk van Friesch karakter, en met specifiek Friesch cachet’. De uitgaven werden geraamd op vijftienduizend gulden (een kleine twee ton in euro’s anno 2019); aan de bevolking werd gevraagd om financieel deel te nemen via de aankoop van waardepapieren.

Een reclameposter liet een Friese terpbewoner van duizend jaar geleden zien, samen met een moderne Friese vrouw

Een voorlopig programma onthulde volgens de Leeuwarder Courant dat de zaal van De Harmonie zou worden teruggetoverd naar ‘den goeden ouden tijd, toen Leeuwarden er nog uitzag als een landelijk stadje met ophaalbruggen en poortjes en met grachten, waarin werkelijk water stroomde en echte visschen zwommen’. Een speciaal ontworpen reclameposter liet een Friese terpbewoner van duizend jaar geleden zien, samen met een moderne Friese vrouw. Inzendingen op de gebieden van ‘speciaal Friesche’ kunst, kunstnijverheid en gewone nijverheid werden gevraagd en diverse Friese bedrijven zouden in De Harmonie ‘in werking worden gesteld’.

Frysk folksliet

Dat het hier om producten ging van een ‘apart volk’ met ook nog wat ‘eigens’ in onze tijd, zoals Tjalma had gesteld, werd benadrukt door een ruime plaats te bieden aan de Friese taal. Daartoe werd de medewerking verkregen van de Friese schrijver en dichter Tsjeard Velstra, een rijke rentenier-boer uit Leeuwarden, en in zijn kielzog de Fryske krite-vereniging van Leeuwarden. Velstra hield een openingstoespraak, een paar van zijn toneelstukken werden opgevoerd, het Twadde Winterjounenocht-duo Krips en Molenaar trad op, de huisjes aan het ‘merkeplein’ kregen Friese namen en het Fryske kritekoar zong het Frysk folksliet.

‘Naast oud Friesland en Friesche nijverheid is een ruime plaats geschonken aan het Friesche woord en beeld’, zei voorzitter W.H. Nederhoed, om er in een adem door aan toe te voegen: ‘Door aan het Nederlandsch plaats te onthouden op ons werkprogram zou aan de goede zaak geen dienst bewezen zijn. Het provincialisme snoere men in het belang van de provincie niet in een band die knelt. Niet de taal, hoe machtig ook voor éénheid van het volk, bewijst van trouw aan ’t vaderland, de daad alleen geeft recht daarop.’ Dit mogelijk als uitleg dat in De Harmonie óók het Nederlands werd gebruikt. Financiële steun van gemeente of provincie was niet gevraagd, meldde Nederhoed ook. ‘Ook hier iets nieuws, een voorbeeld, een proef voor anderen. Te veel reikt men de hand naar boven voor hulp, voor steun.’

Zo werd dus in 1908 het bevorderen van Friese economische belangen nauw verbonden aan een presentatie van de Friese taal. Juist die aansluiting bij ‘de bevordering van de liefde voor het Frysk, een streven dat zich zoo geheel aansluit aan de tegenwoordige taalbeweging in ons gewest’ maakte volgens de scribent van de Leeuwarder Courant , dat de tentoonstelling in Leeuwarden ‘iets oorspronkelijks’ had, ‘dat aantrekt en haar een eigenaardig cachet geeft’.

Friese koek

De catalogus bevatte liefst 185 inzendingen, variërend van een pyramide van Friese koek van de firma Taconis uit Sneek tot de fijne Brusselse kant van mevrouw A. de Jonge uit Zandvoort en het kunstige houtsnijwerk van mej. Neeltje Lettinga uit Berlikum. Opgemerkt werd in de pers dat de tentoonstelling ‘bepaald de sympathie der dames’ had, ‘wat voor het comité lang geen kwaad voorteken schijnt’. Het Nieuwsblad van Friesland gaf hoog op van de klompenmakerij van Joh. Braaksma te Twijzel: ‘De man heeft smaak en maakt modellen, die zelfs bij het muiltje van Assepoes mogen vergeleken worden en den voet eener Turksche prinses geen oneer zouden aandoen’. Maar, zoals die krant ook schreef, ‘het rijk van ‘Voorheen’ is verbazend groot. Men zou licht te veel van het goede kunnen krijgen en er dientengevolge weinig van bewaren’.

Hoewel ook landelijke dagbladen als de NRC , het Algemeen Handelsblad , de Telegraaf en Het Nieuws van den Dag al weken voorafgaand aan de opening over de tentoonstelling hadden bericht, was het succes toch niet bijster groot. Het vermaledijde Friese weer had in die augustusmaand niet echt meegewerkt. De minister van Landbouw, Nijverheid en Handel liet weten de tentoonstelling niet te hebben kunnen bezoeken. De aandeelhouders hoefden geen restitutie te verwachten van de gestorte bedragen. Op de slotdag eindigde de voorzitter zijn toespraak met het rijmpje: ‘Nauw vereenigd, vast verbonden / Door dezelfden schoonen band, / Moeten wij steeds krachtig werken / Voor het wél van Stad en Land’.

Enkele overeenkomsten en verschillen met LF2018 mogen duidelijk zijn. De ‘gemeenschapszin’ van 1908 vindt zijn pendant in de ‘mienskip’ van 2018, en ook het uiteindelijke doel van commercieel gewin komt overeen. Beide evenementen kozen voor presentaties in Fryslân zelf en beide evenementen vermengden economische ontwikkelingsdoelen met amusement. Een opvallend verschil is de veel grotere plaats voor de Friese taal in 1908: deze eigen landstaal werd toen nog als een mogelijk commercieel voordeel beschouwd. Ook de bekostiging wijkt af: in 1908 betaalden belanghebbenden het evenement zelf, in 2018 kwamen de miljoenen vooral van de overheid. Het opvallendste verschil is wel dat in 1908 Friese belangen werden bevorderd door Friese kunstenaars, bedrijven en producten, terwijl in 2018 veel meer de nadruk lag op participatie van Nederlandse en buitenlandse spelers.

Dossier: Lees alle artikelen over Culturele Hoofdstad

Nieuws

Meest gelezen