Hernieuwde plek voor twee beroemde bewoners

De stijlkamer die naar haar genoemd is was er al, maar nu schenkt Keramiekmuseum Princessehof met een langlopende expositie ook aandacht aan de rol die Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) in de vaderlandse geschiedenis heeft gespeeld. Verder kreeg M.C. Escher (1898-1972) er een kleine, heringerichte plek in de kelder van zijn geboortehuis.

Het huwelijksportret van Maria Louise van Hessen-Kassel, door Louis Volders (1709-1711)

Het huwelijksportret van Maria Louise van Hessen-Kassel, door Louis Volders (1709-1711) Foto: Keramiekmuseum Princessenhof

Misschien was de populariteit van Maria Louise een beetje te vergelijken met die van koningin Máxima nu. In ieder geval was ze zeer geliefd bij de bevolking. Het verhaal gaat dat ze vanuit haar koets snoep aan de kinderen uitdeelde. En als de kinderen wat te opdringerig werden, zei ze om van hen af te komen, dat ze maar naar huis moesten gaan. Want daar bakte hun moeder pannenkoeken, zo gaat de anekdote verder. Marijke Meu, ofwel ‘tante Marijke’, was haar bijnaam.

Keramiekmuseum Princessehof heeft nu een kleine expositie ingericht over Maria Louise; de meest illustere bewoonster van het monumentale pand aan de Grote Kerkstraat waar het Leeuwarder museum in huist. Die gaat niet zozeer over haar en het Princessehof dat ze in 1731 - na een verbouwing door de architect Anthony Coulon - betrok, of over haar betekenis voor Leeuwarden of Fryslân, maar wel over de Friese Nassaus en de dynastieke problemen van het huis van Oranje die waren gerezen na de dood van Willem III. Zij speelde, niet in de laatste plaats als moeder, een belangrijke rol in het oplossen van die problemen.

Maria Louise speelde een belangrijke rol in het oplossen van de dynastieke problemen van het huis van Oranje

Willem III van Oranje (1650-1702), stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en koning van Engeland en Ierland, was kinderloos gestorven. Hij had daarom in zijn testament Johan Willem Friso (1687-1711) als opvolger aangewezen, een telg uit het geslacht van de Friese tak van de Nassaufamilie maar ook verwant aan de Oranjes (Frederik Hendrik was zijn overgrootvader). De gang van zaken werd echter betwist door de koning van Pruisen. Een slepende kwestie was het gevolg. Daar kwam nog bij dat de regenten van vijf gewesten na het overlijden van Willem III geen stadhouder wensten: een periode die de geschiedenis is ingegaan als het tweede stadhouderloze tijdperk.

Johan Willem Friso was dus alleen stadhouder van Fryslân en Groningen. Als jonge, hoge militair in het leger in de strijd tegen de Fransen tijdens de Spaanse successieoorlog - een Europees conflict waar ook de Republiek bij was betrokken - liep de enige die het voortbestaan van het Oranjehuis kon waarborgen overigens voortdurend het gevaar te sneuvelen zonder een nazaat te hebben. In 1709 trouwde hij met Maria Louise van Hessen-Kassel. Het jaar daarop vestigde het jonge paar zich in het stadhouderlijk hof te Leeuwarden.

De Drachtster rol in de geschiedenis van Bauhaus

Theo van Doesburg zorgde tussen 1921 en 1923 voor een omslag in Bauhaus. Museum Dr8888 laat zien wat de beroemde school voor architectuur en kunst in Weimar daarna opleverde aan producten, en belicht de (bescheiden) rol die Drachten daarin heeft gespeeld.

In 1711 was er eindelijk zicht op een regeling met de koning van Pruisen. Johan Willem Friso moest daarvoor naar Den Haag. De rest is een stukje overbekende, tragische vaderlandse geschiedenis: Johan Willem Friso verdronk op 14 juli 1711 bij Moerdijk. Hij was nog maar 23 jaar oud.

Het moet een enorme klap zijn geweest voor de hoogzwangere Maria Louise: horen dat haar geliefde echtgenoot het ongeluk met de veerboot die in zwaar weer terechtkwam niet had overleefd. Zes weken later kwam Willem Karel Hendrik Friso ter wereld. In 1747 werd hij tot stadhouder van alle gewesten benoemd. Op een moment dat - net als bij het eerste stadhouderloze tijdperk - de republiek werd bedreigd, en wel door de Fransen. Zo werd een telg uit het Friese Nassaugeslacht de voortzetter van het huis van Oranje.

Stamboom

De tentoonstelling in het Keramiekmuseum Princessehof begint met een stamboom van de Oranjes. Het oranjeboompje boven de poort van de Grote Kerk in Leeuwarden heeft hiervoor overduidelijk als voorbeeld gediend. Verder worden de hoofdpersonen aan de hand van portretten in beeld gebracht.

Overigens ook de Friese Nassaus kenden eerder al een probleem met de opvolging: van de kinderen van Ernst Casimir en Sophia Hedwich kreeg alleen Willem Frederik kinderen. Hij kreeg een dochter, Amalia, en, als enige zoon, Hendrik Casimir; de vader Johan Willem Friso. Zo ontsnapten ook de Friese Nassaus ternauwernood aan uitsterven. Op een schilderij uit het atelier van Paulus Moreelse uit circa 1625 wordt Sophia Hedwich, wat betreft nageslacht, echter nog onbekommerd afgebeeld. Met vier (van haar uiteindelijk negen) kinderen, en met ontblote borst als een allegorie van de moederliefde.

Sober versus pompeus

Tamelijk sober zijn de portretten van Johan Willem Friso en Maria Louise door de Brusselse portretschilder Louis Volders. Hij was tussen 1691 en 1713 de belangrijkste schilder van het Friese hof. Naar hem werd zelfs een kamer in het stadhouderlijk hof vernoemd omdat hij er zo vaak verbleef.

De schilderijen van hun zoon Willem IV en diens echtgenote Anna van Hannover (een dochter van de Engelse koning) zijn juist pompeuze staatsieportretten. Johan Valentin Tischbein beeldde hen in vol ornaat af. Dat was Willem IV natuurlijk ook wel aan zijn stand verplicht. Hij was de machtigste stadhouder die de Republiek heeft gekend. Maar, zoals de historicus Gerlof Verwey ook heeft opmerkt: ‘Zelden heeft een vorst, na een zo goed begin, van zijn positie echter zo weinig weten te maken’. En hij vervolgt met deze treffende, zij het vernietigende typering: ‘Willem IV was, geheel anders dan Willem III, geen sterke figuur. Hij was allerbeminnelijkst, had een talent voor fraaie, toepasselijke speeches en volzinnen, voor badinages en onbenulligheden, die met groot gemak bij elke denkbare gelegenheid uit zijn mond rolden, maar hij durfde doortastend optreden niet aan’. Die beminnelijkheid - het zal niet verbazen - had hij van zijn moeder geërfd.

De tentoonstelling eindigt met een uitvergrote reproductie van een tekening van de begrafenisstoet van Maria Louise. Ze was de laatste Nassau die in de Grote Kerk te Leeuwarden zou worden bijgezet. Ze had een bewogen leven gehad in een roerige tijd: ze was vroeg weduwe geworden en had haar man, die vaak op het slagveld en weinig in Leeuwarden was te vinden, amper gekend. Haar enige dochter, Anna, werd krankzinnig. Twee keer heeft ze opgetreden als regentes. Eerst voor de minderjarige Willem IV en toen deze in 1751 overleed nog eens voor zijn minderjarige zoon, Willem V.

Zelfs haar laatste rustplaats bleef niet lang rustig. Nog voor het einde van de eeuw werden de graven van de Nassaus in de Grote Kerk geschonden door patriotten. Daarbij zou de schedel van Maria Louise zijn ontvreemd. Deze schedel dook in de negentiende eeuw weer op maar bleek niet van Maria Louise. Haar graf, net als dat van Hendrik Casimir was ongeschonden gebleven. Het is bijna net zo’n bizar verhaal als dat van de ‘gestolen schedel’ van Haydn.

De expositie in Keramiekmuseum Princessehof is maar een kleine, maar het zet de Friese Nassaus een beetje op de kaart voor toeristen. Leeuwarden schaart zich met deze tentoonstelling iets nadrukkelijker in het rijtje van andere voor de Oranjes belangrijke steden als Breda en Delft.

Escher

Maria Louise – nog wel een buitenlandse (maar zulke betrokken buitenlandse vrouwen zie je meer bij de Oranjes) - had een grote betrokkenheid bij Leeuwarden en Fryslân. Maurits Cornelis Escher, een andere beroemde bewoner van het Princessehof, had die veel minder, hoewel hij in Leeuwarden is geboren. Hij distantieerde zich zelfs een beetje van Fryslân zoals aan het begin van de expositie Thuis bij Escher te lezen staat: ‘Friese koppigheid…Koppig ben ik waarschijnlijk, dat zeiden ze tenminste al op school – maar Fries ben ik niet!’. Het is een uitspraak uit 1932, naar aanleiding van een artikel in Elsevier over zijn vermeende ‘Friese wilskracht’.

Escher werd in 1898 in het Princessehof geboren. Zijn vader was in 1890 naar Leeuwarden gekomen om er aan de slag te gaan als ingenieur. Hij huurde er de grote patriciërswoning Het oude Princessehof. In 1892 had hij zijn tweede (en veel jongere) vrouw gehuwd, de moeder van de graficus.

Vader Escher had kennelijk een rusteloze natuur want Leeuwarden was een van de vele vestigingsplaatsen. Maurits Cornelis heeft er tot 1903 gewoond toen zijn vader naar Arnhem werd overgeplaatst. Veel linken zijn er dus niet met Leeuwarden te leggen. Het Keramiekmuseum heeft daarom een kleine expositie ingericht met behalve enkele biografische gegevens en foto’s vooral met enkele tegels uit Islamitisch Spanje, afkomstig uit de eigen collectie.

Het is bekend dat een bezoek aan het Alhambra van invloed is geweest op de ontwikkeling van Eschers werk. In zijn dagboek rept hij bijvoorbeeld van ‘de grote ingewikkeldheid en meetkundige artisticiteit’ van de patronen op de tegels. Ook interessant is de opmerking dat hem is opgevallen dat er geen mens of dier is afgebeeld, iets wat in de islam verboden is. Interessant omdat hij in zijn latere en meest bekende werk mannetjes, vogels en vissen laat evolueren uit geometrische patronen in zijn beroemde metamorfoses.

De wereld van Escher kan in 3D worden ervaren in de kelder waar Leon Keer fragmenten uit Hol en bol heeft weergegeven op de wanden en gewelven. Het hele proces is te volgen op een filmpje. Daar zie je de artiest voor de nog maagdelijk wit gepleisterde wanden. Hij zal zich ongetwijfeld een beetje hebben gevoeld als Michelangelo aan het begin van zijn arbeid in de Sixtijnse Kapel.

Maria Louise, prinses van Oranje-Nassau blijft tot en met 2 oktober 2025 bij Keramiekmuseum Princessehof te zien, Thuis bij M.C. Escher tot 31 december 2023