Integere en respectvolle hommage aan dominee-dichter HaverSchmidt te Foudgum | Recensie

De wijze waarop Johannes Keekstra en Frank de Wilt in ‘Grauwe Hemel’ vorm hebben gegeven aan de periode dat de beroemde dominee-dichter François HaverSchmidt in Foudgum was gestationeerd, getuigt van groot respect en liefde voor diens poëzie én leven.

In de voorstelling die in de mooie pastorietuin begint zitten HaverSchmidt en Paaltjens te schrijven en ben je als het ware even in 1860.

In de voorstelling die in de mooie pastorietuin begint zitten HaverSchmidt en Paaltjens te schrijven en ben je als het ware even in 1860. Foto: Bote Schoorstra

De docent Nederlands van de middelbare school, vroeg tijdens het eindexamenjaar waarom ik de Friese dichter Piet Paaltjens op de literatuurlijst had gezet. Wilde toen een heel verhaal houden over diens poëzietechnieken, metaforen en nog wat begrippen waarmee ik zeker indruk zou maken. Maar ik vond de titel van Paaltjens’ bundel ‘Snikken en grimlachjes’ gewoon hartstikke leuk. En uit het niets begon de beste man daaruit de beroemde strofe te declameren: ,,Wel menigmaal zei de melkboer, des morgens tot haar meid: de stoep is weer nat. Och, hij wist niet, dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.” Ook door dit gedicht Immortelen was ik verkocht en las Paaltjens’ werk nadien met nog groter plezier. Zijn humor, zijn dichtkunst met een religieuze achtergrond vormden de pijlers van waardering.

Nieuws

menu