Orgelwerken, improvisaties en levendige herinneringen tijdens herdenkingsconcert Jan Jongepier in Grote Kerk Leeuwarden | Recensie

25 jaar lang was Jan Jongepier (1941-2011) organist van de Grote Kerk in Leeuwarden. Dan heb je, net als zijn voorganger Piet Post twee jaar geleden, wel een herdenkingsconcert verdiend als daar een gelegenheid toe is. Tien jaar na zijn overlijden, kreeg hij die zaterdag.

Het herdenkingsconcert voor de tien jaar geleden overleden organist Jan Jongepier (1941-2011) in de Grote Kerk in Leeuwarden.

Het herdenkingsconcert voor de tien jaar geleden overleden organist Jan Jongepier (1941-2011) in de Grote Kerk in Leeuwarden. Foto: Simon Bleeker

Jongepier werd herdacht met composities, improvisaties, herinneringen en een tekening. Laat ik met die tekening beginnen. Die is van Nelly Zandberg. Het stelt de contouren voor van een sterk gereduceerd (en dus kennelijk karakteristiek), plat figuurtje met samengevouwen handen. Herken je hierin Jan Jongepier?

Ik niet direct. Ik heb een door hem gesigneerde lp. De handtekening is onleesbaar maar de twee J’s springen er duidelijk uit. Ze deden me denken aan die twee vragende ‘Woody Allen wenkbrauwen’ die ik altijd zo karakteristiek vond voor Jongepier. Ik zou hem dan ook in een cartoonachtige tekening kunnen typeren met twee enigszins schuin omhoog staande streepjes.

Met de handen op de rug

Maar Zandbergs tekening kreeg opeens reliëf toen Andries Monna herinneringen aan Jongepier ophaalde. Iedere zondag betrad hij namelijk de Grote Kerk aan de kant van de Monnikemuurstraat en liep dan met de handen op de rug door de kerk naar het orgel. En zo verliet hij de kerk ook weer.

En dan de gespeelde muziek. Het eerste gedeelte van het programma bestond uit werk van Franse orgelcomponisten en wel enkele grote namen uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Dat is merkwaardig. Ik meen me te herinneren dat Jongepier zich tegenover Rik Valkenburg, auteur van een wat oppervlakkig boek met interviews, als volgt heeft uitgelaten: op een noordelijk barokorgel dient noordelijke barokmuziek te worden gespeeld en romantische muziek op een daartoe geschikt instrument. Dit was een uitspraak van de jonge Jongepier en opvattingen wijzigen natuurlijk nog wel eens met de jaren. Het kan zijn dat Jongepier daar later anders over dacht.

Symfonische allures

Maar wie zou willen betwisten dat het niet kan, deze Fransen op het Müllerorgel uit de jaren twintig van de achttiende eeuw, Bachs eeuw, als organist Theo Jellema het tegendeel bewijst met een magnifieke uitvoering. Hij leidde de Prélude van Vierne tot een grootse climax, vervolgde met een boeiend Larghetto van Guilmant en besloot na deze langzame delen met een Allegro van Widor dat hij de symfonische allures meegaf die het werk verdient.

Jongepier was ook geen liefhebber van avant-gardemuziek. Wat zou hij van het postuum aan hem opgedragen Commémoration van Henk Vermeulen hebben gevonden? Ook hier zal de sublieme uitvoering door Bert den Hertog hem over de streep hebben getrokken. Improvisaties waren er van Sietze de Vries die de eerste twee noten – de ‘voetstappen’ - van een improvisatiethema van Albert de Klerk nam om de Jongepier van de tekening over het klavier en pedalen te laten lopen.

Het herdenkingsconcert voor Jan Jongepier vond plaats in de Grote Kerk van Leeuwarden, er waren 100 bezoekers