Jongste IFKS-schipper krijgt van heit skûtsje cadeau

De achttienjarige Herke Boskma uit Lemmer maakt dit seizoen zijn debuut als jongste schipper binnen de IFKS-familie. Hij is de nieuwe man op de Engelina Smeltekop, dat overigens nu de naam Lytse Famke draagt.

De achttienjarige Herke Boskma uit Lemmer maakt dit seizoen zijn debuut als jongste schipper binnen de IFKS-familie.

De achttienjarige Herke Boskma uit Lemmer maakt dit seizoen zijn debuut als jongste schipper binnen de IFKS-familie.

Dit schip dat uitkomt in de klasse van de kleine skûtsjes vergaarde de meeste titels binnen de IFKS. De laatste twee jaar pakte Pieter Jilles Tjoelker met de Engelina Smeltekop de titel. Wat dat betreft komt Herke in een gespreid bedje. ,,Maar”, zo laat de nieuwbakken schipper weten. ,,Het moeilijkste vind ik het schip te leren kennen. Het is niet zo: je zet het spul erop zoals anderen dat doen en klaar.”

Een titel in de kleine A-klasse moet er op termijn wel inzitten, denkt Herke. Maar zeker niet in het debuutjaar, voegt de Lemster toe. Bovendien moet hij nog veel leren en zeker zijn bemanningsleden ook. Die bestaat uit familieleden en vrienden. Verscheidene vrienden gaven aan graag mee te willen, maar vulden aan: we hebben er de ballen verstand van. ,,Ik zei tegen de jongens: dat ga ik jullie leren.”

Een jaar of zes geleden stapte Herke voor het eerst aan boord van een skûtsje. Dat was de Goede Verwachting van Bouke van der Vaart tijdens de Friese Hoek Race. Er was een opstapper te weinig en zijn vader vroeg of hij mee wilde. ,,Ik had vroeger gezegd dat ik nooit wilde zeilen, maar daar kreeg ik spijt van. Toen ik meeging, was ik meteen gegrepen door het skûtsjesilen.”

In de afgelopen jaren heeft Herke ervaring opgedaan op vrijwel alle posities op een skûtsje. Vorig jaar zelfs bij de SKS. Daar was hij zwaardenman bij Klaas Westerdijk op D’Halve Maen. ,,Ik heb daar heel veel geleerd. Vooral ook hoe je met elkaar omgaat op een skûtsje. Tijdens de wedstrijden is het heel rustig aan boord. Na afloop wordt de wedstrijd geëvalueerd. Dat was heel goed.”

Meester aan boord

Nu Herke zelf schipper is moet dat nog erg wennen. ,,Ik ben de meester aan boord”, zegt de Lemster die deze zomer examen deed aan ROC Friese Poort in Sneek in de richting watersport industrie. ,,Ik moet alles aansturen. Dat voelt wel apart.”

Als adviseur zit zijn vader Eelke Boskma naast hem. In het dagelijks leven is hij binnenschipper. Die had vroeger als kind graag skûtsjeschipper willen worden, maar kreeg er de kans niet voor. Eelke Boskma kocht de ‘Engelina Smeltekop’ nog voordat het vorig jaar op de markt kwam. Zelf hoeft hij niet aan het roer te staan. Hij heeft alle vertrouwen dat zijn zoon Herke het kan.

Heit Boskma wilde het skûtsje, dat op Buitenstvallaat bij Drachten voor de Ferwerder Sipke Kok is gebouwd, niet verlengen. Het is namelijk 17,10 meter lang, de maximale lengte voor de A-klasse klein.

De Friesland

Een befaamd skûtsje maakt dit jaar zijn rentree in de skûtsjecompetitie. De Friesland waarmee SKS-schipper Loadewyk Meeter voer voor Huizum en Langweer, doet dit jaar mee in de IFKS. Aan het helmhout staat ook iemand die terugkeert: Johannes de Vries uit Sneek.

Al zijn hele leven is De Vries betrokken bij de IFKS. Jarenlang voer hij op het familieskûtsje Gerrit de Vries mee in de competitie. Drie jaar geleden stopte hij om het roer over te dragen aan zijn zoon Gerrit. Zijn zoon spoorde hem aan om nu weer mee te doen.

In 2015 had De Vries De Friesland al gekocht. Voor het ploechjesilen. Dan hoefden de dure wedstrijdzeilen van de Gerrit de Vries niet steeds verwisseld te worden. Volgens zoon Gerrit kon zijn vader met dit schip ook wel weer meedoen met de IFKS. Hij zou wel een andere adviseur aan boord vinden. En hoe het toeval het wilde: hij krijgt meteen de beste skûtsjeschipper van deze tijd naast zich. Douwe Visser, die vorig jaar zijn afscheid bekendmaakte op de Sneker Pan, zit deze competitie bij de IFKS naast Gerrit de Vries om af te kicken.

Zeilervaring

,,Ik moet straks tegen mijn zoon zeilen, maar dat ga ik niet winnen”, weet heit Johannes nu al. Met De Friesland zal hij waarschijnlijk vaak in de achterhoede eindigen met zijn kleine schip. ,,De meeste skûtsjes zijn ook geen skûtsjes meer, maar ‘grutte bakken’. Ik ben van mening dat een skûtsje door het Goengarijpster sluisje moet kunnen. Dus niet langer dan twintig meter moet zijn en niet breder dan vier meter. Maar de meesten zijn allemaal groter. En wat een tonnage hebben ze. Ik vind tussen de 40 en 45 ton maximaal voor een skûtsje, maar de meesten hebben veel meer”, klaagt De Vries.

Toch gaat de Sneker met onvervalste moed beginnen met zijn rentree in het skûtsjesilen. Toen in het skûtsjewereldje bekend werd dat hij weer mee ging doen, meldden zich allemaal kandidaten als bemanningslid. ,,De meesten hebben zelfs niet eens zeilervaring, maar dat hindert ook niet. Voordeel is dat ze dan niet eigenwijs zijn en van alles willen leren. En ik vertel ze het graag.”

De Vries kocht De Friesland ter nagedachtenis aan zijn goede vriend Hidzer Meeter, die op 1 juni 2015 overleed. Het schip kwam in de SKS uit voor Huizum, Joure en Langweer. In de IFKS zeilden Allard Syperda, Jitske Visser, Hidzer Meeter en zijn zoon Lodewijk Meeter ermee. De Vries bracht de roef terug naar de staat van 1910 toen het schip gebouwd werd bij Alle Berends Barkmeijer in Briltil. Volgend jaar komt er een boek uit over het skûtsje.

Nieuws

Meest gelezen