Joost Swarte en Vrienden: alle vrijheid binnen strakke lijnen

Op de expositie Joost Swarte en Vrienden in De Lawei komen strakke en organische tekenstijlen samen. De overeenkomst: volledige artistieke vrijheid. ,,De mens moddert voort. Maar de tekenaar niet.”

Met de expositie die vandaag in De Lawei geopend wordt, is Joost Swarte terug in Drachten. ,,Ik ben lang geleden een keer speciaal naar Drachten gekomen om bij de Rijks Landbouw Winterschool in te sluipen om die grote ramen van Theo van Doesburg te bekijken”, bekent hij.

Swarte (1947), graficus, tekenaar, ontwerper, afficher, stripmaker en -uitgever, is groot liefhebber van De Stijl en maakte daar een paar jaar geleden een kinderboek over ter gelegenheid van honderd jaar De Stijl. De portretten van De Stijl-kunstenaars in hun atelier die hij tekende, hangen ook in het groot op de expositie. Het strakke van De Stijl is ook duidelijk terug te zien in Swartes eigen werk: harde contourlijnen – de ‘klare lijn’ die vooral bekend is door Hergé (Kuifje) – en lineaalstrakke rechte vormen. Dat is bijvoorbeeld mooi te zien in de serie Transatlantic, met New Yorkse haventaferelen.

Het strakke van De Stijl is ook duidelijk terug te zien in Swartes eigen werk

Die constructivistische stijl is ook te zien in het werk van Chris Ware (1967), die aan de School of Visual Arts in New York studeerde toen Swarte daar gastcolleges gaf. Zowel bij Ware als Swarte zie je dat de overdaad aan informatie in de tekeningen haast mathematisch geordend is.

Art Spiegelman leerde hij eind jaren zeventig kennen toen die met zijn vrouw in Europa op zoek was naar tekenaars voor zijn nieuwe tijdschrift Raw. ,,We hebben elkaar gevonden en dat is nooit meer over gegaan.”

Toen was Swarte al bevriend met Robert Crumb (1943), die op zich een totaal andere stijl heeft – organisch en chaotischer. ,,Hij was mijn grote inspirator toen ik ruim vijftig jaar geleden begon. Hij permitteerde zich alle vrijheid die hij maar kon pakken. De meeste tekenaars in de jaren vijftig in Amerika richtten zich op een jong publiek en pasten een soort zelfcensuur toe. Hij was een zelfstandige, eigenwijze tekenaar die dat niet deed.”

Ook Charles Burnes (1955), wiens stijl lijkt op die van Crumb, zoekt alle vrijheid op. Hij tekent tamelijk lugubere droomwerelden en waanwerkelijkheden, die op de expositie wat uit de toon lijken te vallen. ,,Op zich staat die thematiek vrij ver van mij af, maar hij is een goede, expressieve tekenaar. Ik was lange tijd art director van de affiches voor het Holland Animation Film Festival en een van de leukste tekenaars die ik daarbij betrok was Burnes.”

Zelfstandige tekenaars die hun eigen werk uitgeven en zich op een volwassen publiek richten worden in het subgenre ‘underground’ ondergebracht. ,,Een tekening is niet alleen de stijl waarin je werkt. Het gaat ook om welk verhaal je vertelt en hoe je met het medium strip omgaat. Undergroundstripmakers zien de menselijk soort niet als het belangrijkste op aarde – anders dan de meeste mensen, die denken dat het wel om hen draait. Wij relativeren de menselijke soort. Dat zie je in de droomwerelden van Burnes, in de strip Maus van Spiegelman (over het Holocaustverleden van zijn ouders), bij Crumb gaat iedereen als een sukkel door het leven. De mens moddert voort. Maar de tekenaar niet: die wil dat duidelijk overbrengen.”

De expositie Joost Swarte en Vrienden loopt tot en met 3 januari 2021

Nieuws

menu