Kunst in het wild: Friese kunst in Franse tijden

Elke kunstenaar is ingebed in tijd, ruimte, maatschappij, smaak en stijl. De kunstenaar reflecteert op deze context en wijst niet zelden vooruit. De eerste tekenen van verandering, van nieuwe tijden, verschijnen op de sensitieve artistieke radar en helpen, vaak na aanvankelijke weerstand, ons vooruit. In het licht van deze observaties is het interessant om de rol van de kunst in moeilijke en troebele tijden te onderzoeken. Hoe zal de kunst reageren op Covid-19? Zal hij vooruitwijzen naar een andere samenleving? In de negentiende eeuw moest Fryslân zich verhouden tot de bezetting van de Fransen onder Napoleon. Natuurlijk had die tijd invloed op het denken en voelen van de mensen. Maar is daarvan ook iets terug te vinden in de Friese kunst uit die tijd?

Grote wandschilderingen van Van der Poort uit 1805 in het Landbouwmuseum.

Grote wandschilderingen van Van der Poort uit 1805 in het Landbouwmuseum. Foto: Marchje Andringa

In kunstvormen als literatuur en toneel is de reflectie op de actualiteit zeer direct en expliciet. In kunstvormen als beeldende kunst en muziek is die per definitie moeilijker als de kunstenaar niet zelf de intentie van het werk verduidelijkt. Een van de sprekendste voorbeelden in dit Beethovenjaar is de Eroïca , de derde symfonie in Es-groot. Die schreef Ludwig van Beethoven (1770-1827) in eerste instantie ter ere van Napoleon (1769-1821) en diens verdiensten voor het volk. Maar toen hij er achter kwam dat Napoleon zich tot keizer, tot absolutistisch vorst wilde laten kronen, veranderde de componist resoluut van gedachten en kraste hij de naam van Napoleon van het titelblad zodat daar een gat achterbleef. De symfonie gaf in beide gevallen een politiek statement, maar de intentie veranderde van pro in contra.

Hoe reageerden de kunsten op de situatie? Bewierookten zij, zoals Beethoven aanvankelijk van plan was, de nieuwe maatschappelijke orde of pleegden zij juist verzet?

Kunst onder de Fransen, onder Napoleon. Hoe zat dat in Nederland, in Fryslân? Hoewel er de afgelopen jaren vele studies over de Bataafs-Franse Tijd rond 1800 zijn verschenen, vooral over politiek, bestuursinrichting en economie, is de culturele en mentale kant van die periode nog onderbelicht. Welke invloed had deze tijd van bezetting en overheersing op denken en voelen van de mensen? Hoe reageerden de kunsten op de situatie? Bewierookten zij, zoals Beethoven aanvankelijk van plan was, de nieuwe maatschappelijke orde of pleegden zij juist verzet? Ging de cultuur mee in de vormentaal van het Franse Keizerrijk of ontstond er een tegenreactie? Laten we eerst de achtergronden van die periode nog eens schetsen en ons dan richten op de kunst in onze provincie.

Ingrijpende ontwikkelingen

Als we ons realiseren hoe tegenwoordig gemeentelijke herindelingen de gemoederen los maken, dan zou je verwachten dat de ingrijpende ontwikkelingen rond 1800 alles en iedereen in rep en roer brachten. In de eerste plaats verloor Fryslân zijn zelfstandige status van machtig gewest in de Republiek der Verenigde Nederlanden. ‘We’ werden onderdeel van de Bataafse Republiek (1795-1806) met de belangrijke ‘doorontwikkeling’ van Holland als machtscentrum.

Vervolgens werd Fryslân korte tijd samengevoegd met Groningen in het Departement van de Eems, om uiteindelijk opgenomen te worden in het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon van 1806-1810 en het Franse Keizerrijk van 1810-1814. In die hectische periode werden de burgers geconfronteerd met vele nieuwe maatregelen, zoals de Franse wetgeving, de invoering van de burgerlijke stand en het kadaster. Ook de infrastructuur, de aanleg van wegen en steden (denk aan de uitleg van Assen onder Lodewijk Napoleon), werd aangepakt. Hoe ervoeren de mensen dit? Wat veranderde er in de directe, zichtbare omgeving, in het landschap en in de kunst?

Wie door het Friese land reist kan de effecten van deze bloeiperiode nog op veel plaatsen zien in de vorm van grote en rijke boerderijen

De economische situatie in de eerste twee decennia van de negentiende eeuw heeft een sterk stempel gedrukt op het fysieke aanzien van onze provincie. De omstandigheden waren zwaar, maar de Friese landbouw maakte een periode van bloei door. Wie door het Friese land reist kan de effecten van deze bloeiperiode nog op veel plaatsen zien in de vorm van grote en rijke boerderijen. Enkele tientallen boerderijen zijn nog aanwezig, vooral uit de periode 1800-1806, dus nog onder de Bataafse Republiek. Wolvega, Reduzum, Dronryp, Ferwert, Hallum, Harich, Nes, Oosternijkerk en Opeinde hebben nog monumentale ‘pleatsen’.

Neergang en crisis

Ging het met de landbouw voorspoedig, voor de handel en nijverheid betekende de Franse Tijd neergang en crisis. Vooral door de afkondiging van het Continentaal Stelsel (1806-1814) ging de ‘open ’Friese economie sterk achteruit. In zijn strijd met Engeland sloot Napoleon het Europese continent voor de Engelse concurrentie. Alle handel tussen Engeland en het continent was verboden. Statistieken uit die jaren laten zien dat in de steden de werkgelegenheid in de nijverheid, bijvoorbeeld in de pottenbakkerijen van Makkum en Harlingen, door deze economische blokkade sterk terugliep. De kuststeden verarmden. In Staveren brak men in 1811 zelfs de poorten van de stad af omdat het onderhoud te duur werd. Fryslân kent weinig gebouwen uit die jaren met een economisch karakter. Het Continentaal Stelsel heeft wel een uniek monumentje opgeleverd aan de Friese kust. De aanscherping van de maatregelen om het continent af te grendelen voor de Engelsen, leidde tot een intensieve kustbewaking. In 1810 werd bij Oostmahorn, vlakbij Anjum, een kruitkelder gebouwd om die bewaking te ondersteunen.

Lees ook: Kunst in het wild: Kunst die niet wilde blijven

Aan de infrastructuur veranderde niet zoveel. De verharding van de wegen met klinkers kwam pas in de jaren twintig van de negentiende eeuw op gang. Wel waren er voor de waterbeheersing poldermolens nodig. Uit de eerste jaren van de negentiende eeuw dateren de molens van Berltsum ( De Kievit, 1802), de Schalsumer molen van 1801, Bolsward (De Klaver, 1802) en Tsjum (Teatling, circa 1800). In de Zuidoosthoek werd verder gewerkt aan het grote project van de compagnonsvaarten, maar deze werken werden pas na de Franse Tijd voltooid.

De aankleding van het landschap zou ook pas in de loop van de negentiende eeuw op gang komen met bijvoorbeeld de aanleg van de vele tuinen van de tuinarchitecten Lucas Pieters Roodbaard en Gerrit Vlaskamp. Mooi is in Fryslân te zien hoe de diverse religies zich na de Franse revolutie en in de Franse Tijd konden ontplooien. De Doopsgezinde kerken van Blije, Oudebildtzijl en Surhuisterveen dateren van respectievelijk 1807, 1806 en 1801.

Voor de boeren waren het gouden tijden, maar voor vele Friezen betekenden vooral de maatregelen ten tijde van het Keizerrijk regelrechte armoede

Ook kwamen in die jaren de synagogen van Gorredijk (1807) en Leeuwarden (1803-1805) tot stand en werden de Israëlitische begraafplaatsen van Kortezwaag en Tacozijl aangelegd. Zo zijn er in het landschap en in de bebouwde omgeving nog vele sporen te vinden die direct verwijzen naar de ontwikkelingen in de Bataafs-Franse Tijd. Een periode die veel heeft opgeleverd waar wij ook nu nog schatplichtig aan zijn, denk maar aan de Burgerlijke Stand, de naamgeving (onze achternamen) en de eerste aanzet tot een kadastrale administratie. Voor de boeren waren het gouden tijden, maar voor vele Friezen betekenden vooral de maatregelen ten tijde van het Keizerrijk, dus vanaf 1810, regelrechte armoede.

Neoclassicisme

Welke invloed hadden ingrijpende veranderingen onder invloed van Franse revolutie, Koninkrijk Holland en Keizerrijk op de kunst? Om maar met de deur in huis te vallen: weinig! In de eerste plaats moeten we ons realiseren dat literatuur, architectuur en kunst al lange tijd onder invloed van de dominerende Franse cultuur stonden. De taal, onze smaak, mode en onze manieren waren sterk op Frankrijk georiënteerd. In kunst en architectuur overheerste de neoclassicistische stijl, die voortkwam uit een verering van de Griekse en Romeinse Oudheid. Juist de classicistische vormen waren bij uitstek geschikt om macht en grandeur uit te stralen. Aan het einde van de achttiende eeuw kwam de Romantiek op als sterke onder- en tegenstroming, maar in de Nederlandse cultuur wordt de Romantiek pas in de loop van de negentiende eeuw zichtbaar.

Lees ook: Kunst in het wild: De bekendste onbekende kunstenaar van Fryslân

In Fryslân is de Romantiek sterk verbonden met de decennia na Napoleon wanneer binnen de eenheidsstaat der Nederlanden de Friezen een nieuwe identiteit moeten opbouwen en zich, geheel in romantische traditie, oriënteren op hun Middeleeuwse geschiedenis. Met andere woorden, kunst en architectuur ontwikkelen zich onder de Franse overheersing verder binnen een neoclassicistisch kader dat eigenlijk de gehele periode van 1760-1840 omspant. De gebouwen die in Fryslân na 1800 tot stand zijn gekomen vertonen alle classicistische kenmerken. Na de kroning van Napoleon tot keizer ontwikkelde zich in Frankrijk een geïntensiveerde classicistische stijl, het Empire. In Fryslân is het Empire niet heel uitdrukkelijk aanwezig, maar is het ook een doorontwikkeling van het neoclassicisme.

Modegevoeligheid

Dat er toch modegevoeligheid was, blijkt wel uit kleinere projecten. In het kloeke, pas verschenen standaardwerk over Dekemastate in Jelsum, wordt uitvoerig een verbouwing rond 1810 behandeld, waarbij Empire-elementen aan het gebouw werden toegevoegd. Het Empire komen we verder vooral tegen in de toegepaste kunsten, die direct reageren op smaak- en stijlveranderingen. Vooral in de meubels van die tijd zien we de ‘laatste’ Franse modes terug, dus ook die van de smaak van Napoleon.

De grote Friese namen uit de beeldende kunst van die periode zijn de Harlinger kunstschilder Nicolaas Baur (1767-1820) en Willem Bartel van der Kooi (1768-1836) uit Augustinusga. Eerstgenoemde won zelfs een prijs voor zijn werk tijdens een door koning Lodewijk Napoleon georganiseerde kunsttentoonstelling. Van Baur kennen we vooral zijn zeegezichten, van Van der Kooij de (groeps)portretten. Op het eerste gezicht lijkt de beeldende kunst zich volledig te onttrekken aan de politieke realiteit van revolutie, bezetting en diepgaande maatschappelijke veranderingen. Maar bij nadere beschouwing is er wel iets bijzonders aan de hand. Dat Baur zijn prijs won bij een koninklijke tentoonstelling geeft al aan dat de Fransen een rol zagen voor de kunst in de versterking van hun positie.

De grootsheid van de Nederlandse Gouden Eeuw was een belangrijk thema en de Fransen maakten het tot hun beleid om deze grootsheid te vieren

In het begin van de negentiende eeuw zien we in de schilderkunst een voorliefde voor de verbeelding van historische taferelen. De grootsheid van de Nederlandse Gouden Eeuw was een belangrijk thema en de Fransen maakten het tot hun beleid om deze grootsheid te vieren, maar wel binnen de kaders van hun nieuwe orde. Onder Frans bewind, zo was de boodschap, zou na decennia van verval de oude glorie hersteld kunnen worden. Kunst bevatte subtiele politieke en maatschappelijke codes. Zouden we zo ook het bekendste schilderij van Baur moeten duiden? Op het doek ‘schaatswedstrijd voor vrouwen in Leeuwarden’ zien we vrouwen die hun mantels hebben afgeworpen en met blote armen over het ijs stuiven. Het schilderij baarde veel opzien. Was het alleen maar een ondeugend werk of zat er ook een emancipatorische boodschap in over de positie en de vrijheid van de vrouw?

Uniek werk

Ook een ander werk lijkt zich volledig aan het rumoer van die periode te onttrekken. Enkele jaren geleden verwierf de Ottema-Kingma stichting enkele levensgrote wandschilderingen van de Friese kunstenaar Aldert Jacobs van der Poort (1771-1807), leerling van Willem Bartel van der Kooi. De schilderingen waren in 1805 vervaardigd voor het huis van een rijke Leeuwarder koffie- en tabakskoopman aan de Nieuwestad. Rond 1900 werden de schilderingen uit het huis verwijderd en begonnen ze aan een zwerftocht die eindigde in een kasteel in Frankrijk. Daar werden ze ontdekt door de Friese kunstkenners Peter Karstkarel en Rienk Wegener Sleeswijk.

Lees ook: Kunst in het wild: In Drachten zijn alle stromingen te vinden

Het imposante werk van Van der Poort is nu te bezichtigen in het Friese Landbouwmuseum (foto). Het werk is uniek omdat we de verbeelding zien van het Friese landschap rond 1800. We worden bijna opgenomen in het landschap van die tijd. Geen enkele boodschap? De schilderingen laten een arcadisch, idyllisch landschap zien. Was dat de realiteit of verwezen de beelden naar een verloren tijd. Was het heimwee naar een periode vóór de Franse overheersing? Misschien moeten we het anders zien en verwees Van der Poort niet naar het verleden, maar voorvoelde hij de nieuwe tijd, de Romantiek, waarin Friezen zochten naar hun identiteit en die vonden in een arcadische agrarische samenleving. Van der Poort was niet traditioneel en gezapig. Nee, hij brak juist met de Franse traditie en wees een nieuwe weg!

Dit is de 21ste aflevering in de serie Kunst in het wild, reisgids naar verborgen schatten met een Fries verhaal.

Kunst in het wild: De gevolgen van Kneppelfreed voor de Friese kunst

Kneppelfreed in 1951 leidde tot een omslag in de houding van de overheid tegenover met name de Friese taal, die enkele jaren later officieel in onderwijs en rechtspraak werd toegestaan. De vraag is in hoeverre Kneppelfreed invloed had op andere aspecten van de Friese cultuur, zoals de kunst.

Nieuws

menu