Het boek 'Almayers luchtkasteel' is een meeslepende schets van een obsessieve Hollander | Recensie

Hij staart zich helemaal blind op een toekomst van rijkdom en roem, de Hollander Kaspar Almayer, die in de Indonesische archipel woont. Joseph Conrad schetst de man en zijn obsessie, tegen de achtergrond van een koloniaal tijdperk.

Joseph Conrad (1857-1924).

Joseph Conrad (1857-1924). Foto: Shutterstock

Dat mensen luchtkastelen bouwen en zich daarop blindstaren, is een bekend gegeven in de literatuur. Het is ook kenmerkend voor de menselijke soort: helemaal opgaan, tot in het dwangmatige toe, in iets dat ware geluk moet opleveren. Drama’s en tragedies in overvloed, in de schone letteren, van Homerus tot Shakespeare en verder. Ook Joseph Conrad (1857-1924) past in dit rijtje, de Pools-Britse schrijver die tot de beste Engelstalige schrijvers van de twintigste eeuw gerekend wordt. Zijn boeken Hart der duisternis (1899) en Toean Jim (1900) hebben zijn roem gevestigd. Maar ook zijn overige werk is de moeite waard, zoals zijn eerste roman, Almayers luchtkasteel . Dit boek verscheen in 1895, met als ondertitel Een verhaal over een Oosterse rivier. Dit debuut is nu vertaald in het Nederlands, door Marcel Otten. Het verhaal trekt je mee in de obsessieve ervaringswereld van Kaspar Almayer, die het droombeeld najaagt van onmetelijke rijkdom. Conrads roman biedt zicht op de verre wereld van het toenmalige Nederlands-Indië, met een sfeer van dromerigheid, dagelijkse hitte en prauwen over de deinende rivier.

Heldere vertaling

Nieuws

menu