'No time to die' is een eigentijdse Bond-film die ontroert en verrast | Recensie

De nieuwe Bond-film is spectaculair, ontroerend, maar ook vormeloos. ‘No time to die’ is het eigenzinnigste deel uit de langlopende filmreeks rond geheim agent 007.

Daniel Craig als James Bond.

Daniel Craig als James Bond. Foto: Nicola Dove

Al meer dan 130.000 kaarten zijn er verkocht voor de langverwachte Bond-film, meldde producent Universal Pictures donderdag. Dit gebeurt zelden in de voorverkoop van een bioscoopfilm. Het was dan ook lang wachten op het 25e deel van de Bond-reeks. Vanwege corona werd de bioscooprelease keer op keer uitgesteld.

Het geduld wordt nu beloond met de langste Bond-film ooit, een onderhoudend spektakelstuk van twee uren en 43 minuten. Denderende actiescènes, exotische locaties, cocktails; de welbekende basis-ingrediënten worden allemaal afgevinkt en toch breekt No time to die met veel tradities.

In deze vijfde en laatste film met Daniel Craig worden losse eindjes aan elkaar geknoopt wat leidt tot een bijzonder verrassend sluitstuk. De plot draait om een biologisch superwapen (hoe wrang in deze tijd: een virus) genaamd Heracles.

Onconventionele opening

Wat meteen opvalt is de sterke, onconventionele opening. Regisseur Cary Fukunaga (1977, Jane Eyre , True Detective ) kiest voor een ijzingwekkend begin: een inbraak gefilmd vanuit het perspectief van een jong meisje. Maar na deze thrillerachtige flashback knokt, rent en schiet Bond als vanouds, wanneer hij tijdens een bezoek aan Italië met zijn geliefde, Madeleine Swann (Léa Seydoux), wederom op de hielen wordt gezeten door SPECTRE.

De amourette tussen Bond en Swann, in het vorige deel ( Spectre ) sloeg de vonk over, komt zo tot een einde. Hij wordt achterdochtig en breekt met haar. Vijf jaar later laat Bond, ook al geniet hij volop van zijn pensioen op Jamaica, zich lijmen door Felix Leiter om een spionageklus voor de CIA op te knappen.

Hij komt de nieuwe 007 (Lashana Lynch) tegen, een vervaarlijke tante. Nog meer indruk maakt de geheim agente Paloma (Ana de Armas) met wie hij tijdens zijn missie op Cuba samenwerkt; zij is niet zo onervaren als haar nervositeit doet vermoeden.

Onderdanige Bond-girls

Duidelijk is dat de tijd van de hulpeloze, onderdanige Bond-girls voorbij is. Scenarist Phoebe Waller-Bridge ( Fleabag , Killing Eve ) werd in een later stadium bij de film betrokken om de karakters wat meer naar deze tijd te trekken en dat is gelukt. Craig speelde Bond niet eerder zo kwetsbaar als nu.

Juist de emotionele en romantische scènes beklijven het meest. Daarnaast is dit de luchtigste van zijn vijf films. De droge woordgrapjes, in de stijl van Roger Moore, zijn helemaal terug.

Manco

Het grootste manco is schurk van dienst Luytsifer Safin. Een Bond-film is zo goed of slecht als de bijbehorende nemesis, wordt wel gezegd. De verwachtingen van Rami Malek waren in dat opzicht hooggespannen: voor zijn rol als Freddie Mercury in de Queen biopic Bohemian Rhapsody won hij immers een Oscar en een Golden Globe.

Helaas boezemt zijn clichématige en apathische vertolking nergens angst in. En de flauwe vereenzelviging van de antagonist met Bond is ook niet nieuw, denk maar aan Scaramanga in The Man with the Golden Gun (1974) of nog recenter Raoul Silva in Skyfall (2012).

Safin verschuilt zich op een afgelegen eiland, zijn hypermoderne basis oogt desalniettemin als een klassiek Bond-decor. De tuin met giftige planten verwijst naar Ian Flemmings boek You only live twice (1964). En zo zijn er veel meer verwijzingen naar het verleden, vooral naar de film On her majesty’s secret service (1969).

De filmmakers slaan tegelijk oude en nieuwe wegen in. Knap, maar het is spijtig dat dit mozaïek van op zichzelf creatieve ideeën niet mooi samenvalt.

No time to die van Cary Fukunaga is te zien in Pathé Leeuwarden, De Bios Drachten, Cine Sneek en De Bios Heerenveen. *** / ontroerende Bondfilm mist vorm