Hoe ziet de wereld eruit in 2068? Maarten van der Graaff creëert in 'Onder asfalt' een wereld waarin datatechnologie onderdeel uitmaakt van ons fysieke brein | Boekrecensie

Implantaten in je hoofd zijn in 2068 niet eens meer nodig, het menselijke brein is dan zo geëvolueerd dat er vanzelf iets als informatietechnologie ontstaat, op biologisch niveau. Handig, of toch niet?

Maarten van der Graaff.

Maarten van der Graaff. Foto: Merlijn Doomernik

Je moet wel een meerdimensionale roman creëren, zal Maarten van der Graaff bedacht hebben, toen hij zich voornam om in zijn nieuwe boek een toekomstige wereld op te roepen. Want wat kunnen wij vanuit ons heden snappen van zo’n toekomstige realiteit, waarin alles wat wij nu al kennen als datatechnologie veel en veel verder zal zijn ontwikkeld? Niet alleen in snelheid en reikwijdte zal ‘het digitale’ groter en intenser zijn, maar ook in de verwevenheid met ons concrete menszijn: onze lichamelijkheid, en vooral ook onze hersenen. In het jaar 2068, zo laat de roman Onder asfalt je geloven, maakt datatechnologie onderdeel uit van ons fysieke brein. En dan ben je dus ook ‘doorzoekbaar’.

Compleet ander tijdperk

Nieuws

Meest gelezen

menu