Reizende schilders: Sipke van der Schaar ging op een kameel door de woestijn

Sipke van der Schaar maakt in Amsterdam deel uit van een groep experimentele en avontuurlijke kunstenaars, onder wie Leo Gestel en Jan Sluijters. Na zijn afstuderen met de rest naar Parijs? Niet voldoende voor Sipke. Hij trekt als een ware nomade door de woestijn, van Istanbul tot Algerije.

Sipke van der Schaar wordt op 11 maart 1879 geboren in Leeuwarden, als eerste zoon van Leendert van der Schaar en Mintje Ritman. Het jonge echtpaar woont bij pake en beppe op de boerderij in Nijehaske. In 1882 verhuist het gezin met Sipke en zijn twee jaar oudere zus naar Amsterdam. Hun eerste onderkomen in de hoofdstad is een armenhuis aan de Haarlemmerstraat.

De reizen van Sipke van der Schaar. Illustratie: Gert-Jan Veenstra

Vader Leendert is timmerman, maar nog voor de eeuwwisseling heeft hij zijn eerste miljoen verdiend. Wanneer hij in 1899 zijn bouwmaatschappij Voorwaarts laat registreren, heeft hij al een enorme staat van dienst als projectontwikkelaar.

Eerste prijs

Sipke van der Schaar is zich van dat alles niet bewust wanneer hij in 1893 een cursus decoratieschilderen aan de Teekenschool voor Kunstambachten volgt. Hij wint meteen de eerste prijs van zijn klas. Ook de volgende jaren behoort hij steeds tot de prijswinnaars. Vanuit het ouderlijk huis klinken geen bezwaren tegen zijn artistieke ambitie – met inmiddels negen kinderen zijn er voldoende potentiële opvolgers voor de zaak.

In 1898 wordt Van der Schaar toegelaten als student aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij krijgt les van August Allebé, de bekende leermeester van de grote Nederlandse kunstenaars uit die tijd zoals Isaac Israëls en George Hendrik Breitner. Wanneer Van der Schaar zijn eerste studies naar gips en levend model maakt, zijn deze heren al internationale beroemdheden.

Onder invloed van Vincent van Gogh en Paul Gauguin geven schilders niet meer slechts weer wat ze zien, maar proberen ze ook hun gevoelens uit te beelden

Het zindert in de kunstwereld rondom de eeuwwisseling. Onder invloed van Vincent van Gogh en Paul Gauguin geven schilders niet meer slechts weer wat ze zien, maar proberen ze ook hun gevoelens uit te beelden op het doek. En terwijl jaargenoten als Jan Sluijters en Leo Gestel na hun afstuderen naar de ‘beloofde stad’ Parijs vertrekken, gaat Van der Schaar zijn geheel eigen weg.

Met een diploma voor teken-onderwijzer op zak, vertrekt hij in 1903 van Amsterdam naar Istanbul. Dan nog bekend als Constantinopel; de poort naar het oosten. Hij laat zich aan de kades van de Bosporus inschepen op stoomschip de Stella, voor een reis naar Algerije, het land dat zijn grote muze zal worden:

‘De reis naar Algiers was voorspoedig zodat we reeds donderdagsavonds 10 uur voor Algiers lagen. ’t Kostte heel wat moeite om de haven binnen te komen [...]. Na zo enige tijd in ’t holst van de nacht gezworven te hebben kwamen we aan een hal, zoals de Parijse hallen, iets kleiner. Behalve de waren die hier in grote hopen lagen opgestapeld om de volgende dag verkocht te worden, lagen de respectievelijke eigenaars of verkopers bij honderden te slapen op de straat. We hadden nu reeds gelegenheid om te zien hoe al deze handelaars in Arabische kostuums waren gehuld’, noteert Van der Schaar in zijn dagboek.

Nieuwe wereld

De jonge kunstenaar raakt volledig in de ban van deze nieuwe wereld, waar hij de komende drie jaar zal ronddwalen, de taal leert spreken en samen met de woestijnruiters – gehuld in traditionele kleding – op een kameel van stad naar stad trekt. Hij bezoekt illustere plaatsen als Ghardaïa, Bou Saada en Laghouat. En overal legt hij zijn indrukken vast in schetsen en schilderijen waar de zinderende zon in doorgloeit.

Van der Schaar onderneemt nog verschillende grote reizen; naar Jeruzalem, Bethlehem en meermaals keert hij terug naar Algerije

Terug in Nederland vindt Van der Schaar snel aansluiting bij de kunstwereld. Al in 1906 exposeert hij in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij publiceert diverse reisverslagen met illustraties in tijdschriften. In 1907 trouwt hij met zijn geliefde Maria Jacoba Heule, met wie hij zeven kinderen krijgt, maar hij blijft verlangen naar de woestijn. Hij onderneemt nog verschillende grote reizen; naar Jeruzalem, Bethlehem en meermaals keert hij terug naar Algerije.

Lees ook: Reizende schilders: De Rembrandt van Leeuwarden in het spoor van Don Quichot

Het rusteloze blijft de kunstenaar ook in Nederland achtervolgen. Het gezin verhuist geregeld en woont achtereenvolgens in Laren, Sloten, Velsen, Beverwijk en Wijk aan Zee, om zich uiteindelijk in 1937 definitief te vestigen in Blaricum. In al deze plaatsen maakt Van der Schaar prachtige schilderijen die ook geregeld tentoongesteld worden.

Bijbelse taferelen

Zijn meesterwerken worden echter de diorama’s (een soort gigantische kijkdozen van schilderijen) die hij vervaardigt in opdracht van zijn zwagers, de drie gebroeders Heule. Al zijn oosterse indrukken komen samen in maar liefst 26 Bijbelse taferelen zoals Jona bij Ninevé, Elia op de berg Karmel en de engelen bij Bethlehem. Het eindresultaat wordt in 1938 ondergebracht in een speciaal hiervoor ingericht museumgebouw in Haarlem.

Van der Schaar overlijdt ruim twintig jaar later, op 8 januari 1961 op 81-jarige leeftijd in Blaricum, waar hij ook begraven is. Zijn diorama’s zijn tegenwoordig eigendom van Orientalis in Berg en Dal (voorheen Heilig Landstichting), waar ze gerestaureerd worden. Nabestaanden organiseerden in 2017 in Museum Kennemerland een tentoonstelling over de schilder, waarbij ook een boek over zijn leven en werk verscheen.

Kijk voor meer informatie op: sipkevanderschaar.nl

In de serie Reizende schilders belicht het Friesch Dagblad deze zomer de levens van Friese schilders die in het verleden inspiratie vonden over de grens

Reizende schilders: Tjerk Bottema, van boerenzoon tot bohémien

Tjerk Bottema en de reizen die hij maakte. Illustratie: Gert-Jan Veenstra Wanneer Bottema vervolgens invalt voor de tekenleraar op zijn oude school in Tijnje, ontdekt hij dat het onderwijs niet zijn wereld is. Hij vertrekt naar Amsterdam, waar zijn jongere broer Tjeerd zich twee jaar later bij hem voegt.