Reizende schilders: Tjerk Bottema, van boerenzoon tot bohémien

Tjerk Bottema leeft een leven tussen de grote steden van Europa en zijn heitelân. Tot aan de Tweede Wereldoorlog. Een vlucht uit Parijs eindigt aan boord van de SS Berenice, een vrachtschip dat hem terug naar Fryslân moet brengen.

Tjerk Bottema wordt op 4 maart 1882 geboren in Bovenknijpe (nu De Knipe), als derde zoon in een boerengezin. Op zijn tiende verhuizen de Bottema’s naar Tijnje, waar zijn oudere broers Sietze en Roelof het boerenbedrijf voortzetten.

Tjerk tekent graag. Op voorspraak van zijn grootvader – hoofd van de lagere school in Beneden-knipe – wordt hij daarom op zijn veertiende naar de Rijkskweekschool in Maastricht gestuurd. Hier behaalt hij zijn akte tekenen. Ook krijgt hij er zijn eerste schilderlessen van Alphonse Olterdissen, een plaatselijke bon vivant die later met een beroemd geworden operette zijn schulden weet af te lossen.

De reizen van Tjerk Bottema. Illustratie: Gert-Jan Veenstra

Wanneer Bottema vervolgens invalt voor de tekenleraar op zijn oude school in Tijnje, ontdekt hij dat het onderwijs niet zijn wereld is. Hij vertrekt naar Amsterdam, waar zijn jongere broer Tjeerd zich twee jaar later bij hem voegt.

In de hoofdstad is dan net de art-nouveaubeweging in zwang geraakt. Kunst en nijverheid worden steeds meer met elkaar verklonken

Via de Rijksschool voor kunstnijverheid, gevestigd in het dan nog gloednieuwe Rijksmuseumgebouw, belandt Bottema op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, waar hij studeert onder de professoren August Allebé en Nicolaas van der Waay. In de hoofdstad is dan net de art-nouveaubeweging in zwang geraakt. Kunst en nijverheid worden steeds meer met elkaar verklonken.

Naast hun studie verdienen de broers de kost als decoratieschilder, en samen hebben ze een bijlesinstituut avant la lettre voor jonge tekentalenten. Tjerk is ook nog actief als reclametekenaar; het vak dat Tjeerd later grote roem bezorgt als de ontwerper van de RVS-man met de paraplu.

Burn-out

Al die activiteiten gaan Tjerk niet in de koude kleren zitten. In 1904 keert de twintiger terug op het nest. Door te werken op het land én door te tekenen komt hij op de boerderij in Tijnje zijn burn-out te boven. Hij schetst bladen vol hooiers en maaiers, in de traditie van de beroemde Franse schilder Millet, die ook Van Gogh inspireerde.

Met herwonnen levenslust keert hij terug naar Amsterdam, waar hij in 1907 deelneemt aan zijn eerste grote tentoonstelling. In 1909 volgt zijn doorbraak met het schilderij Maaiers dat goede kritieken krijgt. Een jaar later verblijft hij in Londen, waar Tjeerd als winnaar van de prestigieuze Prix de Rome (een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars) studeert. De grote reislust heeft definitief postgevat.

De schilder waant zich daarna oorlogsjournalist als hij voor De Amsterdammer een geïllustreerd verslag maakt van de Vlaamse frontlinies

In de winter van dat jaar volgt Bottema een schilderscursus aan de academie in Antwerpen en in 1911 reist hij naar Berlijn. Als decoratieschilder gaan de zaken daar zo voorspoedig dat hij zich een grote reis kan veroorloven. Via Venetië en Ravenna naar Florence – waar hij in opdracht de beroemde fresco’s van Giotto kopieert – om vervolgens via Rome, Napels, Palermo, Marseille en Lyon in Parijs te arriveren. De stad waaraan hij zijn hart verpandt, maar achtergebleven huisraad noopt hem de lichtstad weer te verlaten.

Tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontwerpt hij affiches voor de films die worden geproduceerd in de studio’s bij Babelsberg. De onverschrokken schilder waant zich daarna een heus oorlogsjournalist wanneer hij voor De Amsterdammer een geïllustreerd verslag maakt van de frontlinies in Vlaanderen. Terug in Nederland is hij veel in Tijnje maar vindt hij ook aansluiting bij de schilders van de Bergense School. Bottema experimenteert met diverse moderne stijlen. In 1919 is hij een van de deelnemers (ook broer Tjeerd en Pier Pander doen mee) aan de jubileumtentoonstelling ter ere van twintig jaar Frysk Selskip Rjucht en Sljucht, een vereniging voor Friezen in Holland.

Werken, werken, werken

Pas in 1920 en inmiddels 38 jaar oud, vestigt Bottema zich in zijn geliefde Parijs. ,,In Berlijn en Londen, daar werk je vooral. Als je daar niet hard werkt, ga je er dood. Daar moet je werken, werken, werken, om te vergeten dat er geen lucht is, dat je er niet ademen kunt. Maar in Parijs, ja, werken doe je daar ook, zelfs hard, maar in de eerste plaats lééf je”, laat de schilder optekenen in een interview met een damesblad. Hij krijgt een vaste aanstelling als illustrator voor het tijdschrift De Notenkraker, ook met zijn vrije werk gaat het voorspoedig.

Terwijl het nationaalsocialisme zijn opmars maakt in Europa, begint het heitelân de schilder steeds harder aan te roepen

Het Haags Gemeentemuseum koopt een aquarel aan en hij exposeert in Nederland en in Frankrijk. In de jaren dertig laat de gearriveerde Fries een atelierwoning bouwen in Cachan, nabij Parijs. Voor De Notenkraker maakt hij reisverslagen. Natuurlijk. Van Spanje tot Griekenland en van Noorwegen tot Lapland.

Terwijl het nationaalsocialisme zijn opmars maakt in Europa, begint het heitelân de schilder steeds harder aan te roepen. In 1938 exposeert Bottema in het Princessehof en in 1939 met Rjucht en Sljucht in Den Haag. Later dat jaar stuurt hij werk in voor de grote tentoonstelling van ‘Hedendaagschen Friese Kunst’ in het Fries Museum.

Vertrek

Wanneer de Duitsers in het voorjaar van 1940 Parijs naderen, besluit Bottema te vertrekken. Op 21 juni laat hij zich in de haven van Bordeaux samen met zijn vriend, de dichter Hendrik Marsman, inschepen op de SS Berenice, een vrachtschip op weg naar het Britse Falmouth. Hun tijd aan boord brachten ze waarschijnlijk ‘Denkend aan Holland’ door, maar hun thuisland zien ze niet meer terug. Het schip wordt getorpedeerd door vijandelijke bommen, en gaat in de Golf van Biskaje ten onder.

Het leven en werk van de beide broers Bottema is in 1990 uitvoerig opgetekend door Frédérique Bruyel-van der Palm. In het Katwijks Museum in Katwijk aan Zee – waar Tjeerd zijn latere jaren doorbracht – is een Bottemazaal, waar het werk van beide kunstenaars permanent tentoongesteld wordt.

In de serie Reizende schilders belicht het Friesch Dagblad deze zomer de levens van Friese schilders die in het verleden inspiratie vonden over de grens

Reizende schilders: De Rembrandt van Leeuwarden in het spoor van Don Quichot

Johannes Hendricus Jurres wordt bij leven vergeleken met de groten: van Rubens en Velázquez tot Rembrandt. De Leeuwarder groeit in Amsterdam uit tot een van de invloedrijkste kunstenaars van vóór WOII. Zijn inspiratie? Die komt noch uit Fryslân, noch uit de hoofdstad.