Reizende schilders: Wybrand de Geest was de Friese adelaar in Rome

Wybrand de Geest vertrekt in 1614 te voet naar Rome. Onderweg ontmoet hij collega- schilder Leonard Bramer. De jongemannen arriveren twee jaar later – na een enerverende tocht langs Parijs en de Côte d’Azur – in de ‘Eeuwige Stad’.

Wybrand de Geest wordt op 16 augustus 1592 geboren in Leeuwarden. Zijn vader Simon Juckes de Geest is een gerespecteerde glasschilder met een werkplaats in de Bagijnestraat. Moeder Wyts Wybrens woonde tot 1580 – het jaar van de opheffing van de Friese kloosters – als non in een vrouwenconvent. Een positie die was voorbehouden aan de welgestelden.

De reizen van Wybrand de Geest. Illustratie: Gert-Jan Veenstra

Wybrand en zijn vier jaar oudere broer Gillis gaan eerst bij hun vader in de leer, maar wanneer deze al in 1604 komt te overlijden vervolgen zij hun opleiding in Leeuwarden en later in Utrecht. Daar krijgt Wybrand les op het atelier van Abraham Bloemaert. Het is een plek waar vele jonge kunstenaars studeren, zoals Gerard van Honthorst, Jacob Cuyp en Wybrands goede vriend Cornelis van Poelenburch.

De katholieke Bloemaert heeft een sterke focus op Italiaanse kunst; van landschappen tot historiestukken. Een Romereis beschouwt hij als een belangrijke stap in de ontwikkeling tot kunstenaar én een manier om zich via zijn leerlingen te informeren over de laatste trends uit het Zuiden. In 1614 begint de dan 21-jarige Wybrand aan een voetreis die hem voor de rest van zijn leven zal vormen. Zijn belevenissen kunnen we volgen aan de hand van zijn album amicorum, Latijn voor ‘vriendenboek’.

Grand tour

Het voeren van een album amicorum is een zestiende-eeuws gebruik, waarmee studenten of gezellen hun contacten met medeleerlingen, professoren en andere belangrijke personen kunnen vastleggen. In Nederland wortelt de traditie in Leiden, waar in 1575 de eerste universiteit werd opgericht, tien jaar later gevolgd door die van Franeker. Waarschijnlijk heeft Wybrand het gebruik overgenomen van zijn vrienden aan de universiteit aldaar, want de eerste bijdragen in het album dateren van 1611, wanneer hij nog in Leeuwarden woont.

Lees ook: Reizende schilders: Siebe ten Cate stierf onder verdachte omstandigheden in Parijs

De eerste lange tussenstop tijdens de ‘grand tour’ is Parijs, waar De Geest zich, samen met andere Friezen en Hollanders, onderdompelt in het studentenleven. ‘Bloeyen in Wysheijt als Redenryck int vertaelen. Snel-vloeijend inde rijm, seer konstryck in Afmaelen.’ Zomaar twee regels uit de lofzang op De Geest die toneelschrijver Meyndert Voscuyl op de eerste dag van de zomer in het album van zijn vriend neerschrijft.

Pas in het Zuiden is hij voor langere tijd onder de pannen. Wellicht is het een ontluikende liefde die hem van het reizen weerhoudt?

De Geest trekt na een jaar vol lange, Parijse nachten verder door Frankrijk. Pas in het Zuiden, in Aix-en-Provence, is hij voor langere tijd onder de pannen. Wellicht is het een ontluikende liefde die hem van het reizen weerhoudt? Op 4 oktober 1616 schrijft ene Diane Develle, als enige vrouw, een korte groet in het album amicorum. Van deze mysterieuze dame wordt later in het album niets meer vernomen.

Het volledige door Wybrand de Geest geschilderde portret van gravin Elisabeth Friso. Beeld: Tom Haartsen

De Bentvueghels

Uiteindelijk vervolgt De Geest zijn tocht met de Delftse schilder Leonard Bramens. Te voet, te paard en sommige stukken met een boot. Via Marseille, Genua en Livorno arriveren zij op hun eindbestemming: Rome. Ook in de Eeuwige Stad zoeken de Nederlandse schilders elkaar veelvuldig op. Naast de schilderkunst is feestvieren wederom de belangrijkste bezigheid. De groep verenigt zich in een broederschap met de naam de Bentvueghels.

In het zeventiende-eeuwse Rome lopen een leeuw, een wolf en een Batavier rond, maar ook een ezel, een biervlieg en een hermafrodiet

Tijdens het ontgroeningsritueel wordt aan elk nieuw lid een bijnaam toegekend, meestal verwijzend naar een opvallende eigenschap of karaktertrek. Zo lopen er in het zeventiende-eeuwse Rome een leeuw, een wolf en een Batavier rond, maar ook een ezel, een biervlieg en een hermafrodiet. De Geest is de trotse ‘Friesche Adelaar’.

Lees ook: Reizende schilders: Theo Molkenboer schilderde portret van de Amerikaanse president

Hij verlaat Italië in 1620, nadat hij een kopie van een schilderij van de beroemde Caravaggio heeft voltooid. Een jaar later is hij alweer in Leeuwarden, waar hij meteen zijn eerste opdracht heeft: een portret maken van de familie Verspeeck. In 1622 trouwt de schilder met Hendrickje van Uylenburch, een achternicht van Saskia, de latere vrouw van Rembrandt. Het echtpaar krijgt vier kinderen. Twee dochters en twee zonen, die allebei kunstschilder worden.

Friese Nassaus

De Geest groeit uit tot een zeer gewaardeerde en beroemde portretschilder van Fryslân. In 1625 maakt hij een portret van Elizabeth Friso van Nassau (1620-1628), het jongste kind van stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz en Sophia Hedwig van Brunswijk Wolfenbüttel. In de jaren die volgen schildert De Geest regelmatig portretten van Friese Nassaus. Naar alle waarschijnlijkheid is zijn werk uit die tijd tot stand gekomen in een atelier met diverse medewerkers en leerlingen; een werkwijze die vergelijkbaar is met die van Rembrandt en andere grote meesters uit de gouden eeuw.

Lees ook: Reizende schilders: Sipke van der Schaar ging op een kameel door de woestijn

Wanneer De Geest exact is overleden, is niet bekend. Zijn laatst gedateerde schilderij is van 1660 en er is een brief uit 1661 bekend. Het album amicorum van Wybrand de Geest maakt deel uit van de collectie van Tresoar. De portretten van Wybrand de Geest uit de collectie van het Fries Museum zijn gecatalogiseerd door Lyckle de Vries en in 1982 uitgegeven als Wybrand de Geest – Portretschilder in Leeuwarden.

In de serie Reizende schilders belicht het Friesch Dagblad Friese schilders die in het verleden inspiratie vonden over de grens. Dit was de laatste aflevering

Reizende schilders: Germ de Jong was de buurman van Picasso

Wanneer hij vanwege malaria in het ziekenhuis belandt, ziet een oplettende arts het talent van de jonge patiënt die almaar met een potlood zit te krabbelen. Naar zal blijken is deze bevangen door een ander soort virus, dat nooit meer te behandelen zal zijn.