Sciencefiction die onze werkelijkheid weerspiegelt in 'Lapsis': kabels trekken door de wildernis | Recensie

De satirische sciencefictionfilm Lapsis laat zien hoe grote bedrijven zzp’ers misbruiken om er zelf beter van te worden. Een toekomstbeeld dat deels werkelijkheid is.

Filmstill van 'Lapsis'.

Filmstill van 'Lapsis'. Foto: De Filmfreak

Het is razendknap hoe de Amerikaanse regisseur en scenarist Noah Hutton (1987) met weinig middelen een overtuigende film weet neer te zetten. De sciencefictionfilm Lapsis speelt zich niet af in de ruimte of in een verre toekomst. Verwacht dus geen hypermoderne decors of verbluffende special effects. Hutton laat een wereld zien als de onze waarin de invloed van techgiganten nog verder is doorgeschoten. Zijn eerste speelfilm is een confronterende satire op de hedendaagse maatschappij.

Kwantumtechnologie

Wanneer de film zich afspeelt is niet helemaal duidelijk. Het zou de nabije toekomst kunnen zijn, maar net zo goed een alternatieve versie van het heden. Kwantumtechnologie is het nieuwe goud. Computers kunnen razendsnel met elkaar communiceren, wat tijdwinst oplevert. Het techbedrijf CBLR zet overal in de Verenigde Staten kwantumservers neer. Deze grote kubussen worden aan elkaar gelinkt met kilometers aan kabel, aangelegd door een leger hardwerkende bekabelaars die met een tentje de wildernis doorkruisen.

Bagagemedewerker Ray (Dean Imperial) moet niks hebben van technologische hoogstandjes. Een kwantumcomputer komt er bij hem niet in. Ook al bemoeilijkt dat soms zijn leven: zonder de allernieuwste pc weet je niet eens aan welke kant van de straat je mag parkeren.

Wanneer zijn jongere halfbroertje Jamie (Babe Howard) - die lijdt aan omnia, een raadselachtig vermoeidheidssyndroom - naar een dure kliniek gaat, zegt hij zijn slecht betaalde baantje bij het vliegveld op. Er zit niets anders op dan te gaan bekabelen.

De hoofpersoon wordt eigenlijk gedwongen om mee te gaan in de technologische ontwikkelingen. Onder het mom van vooruitgang worden de werknemers als zzp’ers ingehuurd. Van de aan hen beloofde vrijheid komt weinig terecht. Integendeel: elke beweging wordt geregistreerd en overtredingen worden streng bestraft. Wat dat betreft doet de film denken aan Sorry we missed you (2019, Ken Loach), waarin freelance bezorgers slaaf worden van hun pakketscanner.

Kwaad bloed

Ray, de goeie sul, weet niet half waar hij aan begint. Hij verkeert in een slechte conditie en is bovendien digibeet. Toch willen de promo-filmpjes van het megabedrijf CBLR hem doen geloven dat ook hij flink geld kan verdienen. Via de louche Felix bemachtigt hij een bekabelingsvergunning, die al eerder is gebruikt door ene Lapsis Beeftech. Aanvankelijk ondervindt hij hier voordeel van, maar dat is van korte duur. Zijn gebruikersnaam zet kwaad bloed bij sommige concullega’s.

En dan moeten de bekabelaars ook nog eens concurreren met kleine, zespotige robots, die dag en nacht doorwandelen. De ondoorgrondelijke Anna (Madeline Wise) biedt Ray een helpende hand. Het stel keert zich gaandeweg tegen het systeem, een draai die wel wat voorspelbaar is.

Bittere glimlach

De futuristische kubussen zijn een raar gezicht, zo midden in de natuur, en het idee dat daar bovengronds losse kabels tussen worden aangelegd is ronduit ridicuul. Het zorgt voor een bittere glimlach, aangezien deze vorm van uitbuiting in grote lijnen onze eigen werkelijkheid weerspiegelt.

Lapsis van Noah Hutton is te zien bij Slieker Film Leeuwarden . **** / confronterende satire op moderne uitbuiting