Snuffelen in het geheime leven van een varken, een paar koeien en een kip met de ontzagwekkende documentaire 'Gunda' | Recensie

Gefilmd in zwart wit en zonder mensen volgt Gunda het dagelijks leven van een varken, een paar koeien en een kip. Het resultaat is een documentaire die je verdwaasd achterlaat.

Beeld uit 'Gunda'.

Beeld uit 'Gunda'. Foto: Periscoop Film

In deze dieren-docu is een hoofdrol weggelegd voor een enorme zeug, die van de filmmaker de naam Gunda meekrijgt. Letterlijk betekent deze (Scandinavische) naam ‘vrouwelijke strijder’. Het is aan de kijker om er een eigen verhaal of beter: eigen emoties op los te laten. De veel bekroonde Russische documentairemaker Victor Kossakovski (1961) heeft voor zichzelf in stilte al partij gekozen voor de dieren.

Biggetjes

Nu zijn er op het witte doek al meerdere films verschenen met een varken in de hoofdrol, denk aan Babe, Pig in the city , waarin varkens een menselijke stem hebben, maar Kossakovsky corrigeert het beeld door observerend dicht op de huid van deze dieren te komen. Ze zijn natuurlijk schattig om te zien, vooral als na een bevalling allemaal biggetjes over de moeder en elkaar heen kruipen om maar een speen te pakken te krijgen. Ze vormen zo een behoorlijk contrast met hun logge, uitgeputte moeder. In de loop van de film zien we hun ontwikkeling: ze groeien en spelen terwijl mama altijd in de buurt is.

Wat zien we? Een herschepping van onze eigen gelukkige onbezorgde kindertijd? Misschien het ritme van eten, slapen en spelen? Gunda’s twaalf biggen die hun omgeving ontdekken met dezelfde nieuwsgierigheid als waarmee een kind de wereld wil ontdekken? Het zou zomaar kunnen.


Bijrollen voor andere dieren

Omdat anderhalf uur varken wel een beetje veel van het goede is, introduceert de maker in een bijrol andere dieren, ook weer met hun eigen routines. Koeien die in het voorjaar springend het veld ingaan; net kinderen die na een dagje binnen zitten het schoolplein oprennen. En dan de kippen die maar wat naar de camera staren alsof daar wat te halen valt. Er is ook een kreupele kip met maar één poot om op te staan die kennelijk de slacht heeft overleefd en nog wat tijd is gegund in het leven.

Als je deze film gaat zien, ga er dan heen met een meditatief gemoed zonder een soort verhaallijn te verwachten. Kossakovsky laat de dieren zien zoals ze voor zijn camera verschijnen. Hij respecteert het wezen van de dieren, maar respecteert ook hoe wij ernaar kijken. Of verdenk ik de filmmaker ervan dat hij een film wilde maken die de dieren, als zij zouden kunnen filmen, ook zo gemaakt zouden hebben?

Vegetariër

Deze film is voor Kossakovski zelf niet zonder betekenis. In zijn jeugd, in een afgelegen Russisch dorpje, had hij veel gespeeld met een varken op eigen erf, totdat deze tijdens de feestdagen in een braadpan verdween. Sinds die tijd afficheert hij zichzelf als vegetariër. Het is de morele vraag vanuit de bio-ethiek die je jezelf kunt stellen: is al dat vlees eten wel goed voor ons en de wereld waarin we leven? De vraag komt op, maar de filmmaker is nergens polariserend of sturend.

Pas in de laatste beelden zien we wat de ultieme gevolgen zijn voor de dieren. Concreet wordt het niet, we zien geen slagveld in het abattoir, wel een moederzeug die verdwaasd achterblijft.

Had deze film korter, minder traag kunnen zijn? Dat had zeker gekund, maar wat zouden we dan gemist hebben aan eigen gedachten en de ervaring van een emotionele relatie met het dier en onze eigen diersoort. Blijft over een minimalistisch en meditatief monument voor dieren waarvoor je diep ontzag krijgt.

Gunda van Victor Kossakovski is te zien bij filmhuis Slieker in Leeuwarden. ****/ Ontroerend in al zijn charmes en eenvoud