Wat in de schemer verbleef moet aan het licht komen, de pijn zoekt onverbiddelijk een uitweg | Boekrecensie

In Schemerleven richt Jaap Robben een monumentje op voor moeders van levenloos geboren kinderen in vroeger jaren. Het is zijn derde roman voor volwassenen. Een aangrijpend menselijk verhaal, met een pijnlijke rol voor de kerk.

Monument voor het naamloze, levenloos geboren kind op de algemene begraafplaats in Harlingen.

Monument voor het naamloze, levenloos geboren kind op de algemene begraafplaats in Harlingen. Foto: Catrinus van der Veen

Jaap Robben is een specialist in de kleine ruimte. In zijn debuut Birk (2014) woont een jongen slechts met zijn moeder en de buurman op een eiland. Robben weet er een groots verhaal van te maken, door zijn personages nauwgezet te bestuderen en de kleinste details vol betekenis in het verhaal te verwerken. Klein opent ook Schemerleven. We maken kennis met Frieda. Ze is 81 jaar en komt na de dood van haar man Louis in een verzorgingshuis terecht. De eerste nacht schuifelt ze door de nog onbekende kamer op zoek naar anijsblokjes en melk. ‘Langs het gordijn kan ik de binnentuin zien. Boven de daken begint de zwarte nacht al donkerblauw te worden. Ik geloof niet dat Louis kan terugkomen, in dat soort zaken heb ik nooit geloofd. Louis is nergens meer. Toch word ik verdrietig van het idee dat hij me op deze plek nooit zou kunnen vinden, mocht hij wel terugkeren.’ De anijsblokjes, een nachtvlinder die tegen het raam tikt, het zijn details die later in het verhaal betekenis blijken te hebben en Frieda herinneren aan een ingrijpende gebeurtenis in haar jonge jaren.

Eerst geschuifel, dan een schaduw

Nieuws

menu