Leeuwarder schilder Christoffel Bisschop (1828-1904) vond in Parijs dezelfde leermeester als Renoir en Monet, maar terug in Hindeloopen zijn grote inspiratiebron

Christoffel Bisschop was een schilder van grote naam en faam, die de koninklijke familie tot zijn klanten- en vriendenkring mocht rekenen. De geboren Leeuwarder volgde zijn roeping naar Delft, Parijs en Den Haag, maar het was de Friese traditie waar het in de kern van zijn leven en zijn werken om zou draaien.

Christoffel Bisschop en de reizen die hij maakte.

Christoffel Bisschop en de reizen die hij maakte. Illustratie: Gert-Jan Veenstra

Christoffel Bisschop (Leeuwarden, 1828 - Scheveningen, 1904) wordt op 22 april 1828 geboren in een welgestelde koopmansfamilie in Leeuwarden. Zijn vader Richard Bisschop handelt in tabakwaren. Moeder Sara Soetingh is de dochter van Albert Soetingh, ‘spinbaas’ in het Tucht- en Werkhuis achter het Blokhuis, waar hij de leiding heeft over vrouwelijke gedetineerden die aan het spinnewiel te werk worden gesteld.

Vurige wens

De kleine Christoffel geeft al vroeg te kennen dat hij schilder wil worden, maar zijn vader stemt daar niet mee in. Zijn tekenlessen bij Hendrik Schaaff mag hij wel blijven volgen. Wanneer Richard Bisschop in 1845 komt te overlijden, neemt het lot van de jonge tekenaar een andere wending. Zijn moeder, die dan niet alleen haar man, maar ook al vier van haar acht kinderen heeft verloren, stemt wél in met de vurige wens van haar zoon.

Op zijn achttiende vertrekt Bisschop naar Delft, waar hij in de kost gaat bij Willem Hendrik Schmidt (1809 - 1849). Hij is zeker niet de enige student in het atelier van deze gevierde historieschilder. Er breekt een enerverende periode aan, waarin de jonge Fries zich snel ontwikkelt en met volle teugen geniet van het artistieke leven. In Delft en soms in het Brabantse Dongen, waar zijn meester nu en dan een complete herberg afhuurt voor zijn leerlingen.

Schilderen en feesten, dat is wat ze doen. Totdat Christoffel wederom met de dood wordt geconfronteerd: Schmidt komt plotseling te overlijden.

Lift naar Parijs

Bisschop werkt daarna enige tijd op het gerenommeerde atelier van Huib van Hove in Den Haag, maar hij wil meer van de wereld zien. Als hij een lift krijgt aangeboden van de Parijse schilder Hippolyte Lecomte, pakt hij zijn biezen en vertrekt naar de Franse hoofdstad. De jonge kunstenaar vindt al snel een plekje op het atelier van de Zwitser Charles Gleyre (1806 - 1874), die zelf zijn opleiding heeft genoten bij de wereldberoemde Engelse landschapsschilder Bonington.

Gleyre zal later grootheden als Renoir, Monet en Sisley de fijne kneepjes van het vak bijbrengen. Ruim voordat deze jonge ‘impressionisten’ arriveren, heeft Bisschop Parijs alweer verlaten.

Hindeloopen

In 1855 vestigt de schilder zich in de Boekhorststraat in Den Haag, waar hij zijn moeder in huis neemt. Het is een zoete inval in het Friese huishouden. Ook collega schilders genieten van de goede zorgen van ‘moeke’ Bisschop. Met zijn eigen werk wil het sinds zijn terugkeer uit Parijs niet vlotten. Moeke stelt voor dat Bisschop dan maar terug moet naar Parijs. Maar in plaats daarvan dwaalt de schilder een tijdlang door zijn Heitelân.

In Hindeloopen vindt hij in de combinatie van Friese historie, klederdracht en mentaliteit zijn meest dankbare onderwerp. In plaats van terug te gaan naar Fryslân, haalt de schilder Fryslân naar de hofstad.

Koningin als bewonderaar

Als Sara Soetingh op 30 november 1866 haar laatste adem uitblaast, is haar zoon een gevierd schilder met Hindelooper interieurs als handelsmerk. Koningin Sophie is één van zijn grootste bewonderaars. Bisschop is een vooraanstaand lid van het Haagse kunstenaarsgenootschap Pulchri Studio, dat in die jaren uitgroeit tot het ‘clubhuis’ van de Haagse School.

Op 26 januari 1869 trouwt Bisschop met de Britse schilderes Kate Swift (1835 - 1928), die hij als één van zijn leerlingen heeft leren kennen. Het echtpaar betrekt in 1883 de ‘Villa Frisia’ die zij in Scheveningen hebben laten bouwen. Anders dan de schilders van de Haagse School, laat Bisschop zich niet inspireren door de zee en het strand, maar heeft hij enkele kamers in zijn huis laten inrichten met antieke elementen uit Friese interieurs. Zo zijn er een Hindelooper bedschutting, een prikslee en twee spinnewielen. Hier componeert hij zijn populaire binnenhuistaferelen met modellen die hij in Friese klederdracht laat poseren.

Bisschopkamers

Na het overlijden van Bisschop op 5 oktober 1904, wordt een gedeelte van de inventaris van Villa Frisia overgebracht naar het oude Fries Museum op de Turfmarkt. Onder toezicht van weduwe Swift, die hiervoor zelfs een tijdje in Leeuwarden woont, zijn in het museum toen de Bisschopkamers ingericht. In de nieuwbouw krijgen deze later helaas geen plaats.

Nadat Kate Bisschop-Swift in 1928 overlijdt, wordt het legaat aangevuld met huisraad, schilderijen, sieraden en geschenken die het kunstenaarsechtpaar ten deel vielen tijdens hun bezoeken aan vooraanstaande families en vorstenhoven in Europa. Het Fries Museum wijdt in het voorjaar van 2023 een tentoonstelling aan de beide schilders en hun levens, met ook weer aandacht voor het interieur van Villa Frisia.

Behalve in het Fries Museum bevindt het werk van Bisschop zich in collecties van onder andere het Rijksmuseum, het Groninger Museum en het Kunstmuseum Den Haag.

In de zomerserie Reizende schilders belicht het Friesch Dagblad Friese schilders die in het verleden inspiratie zochten over de grens