Biologische landbouw, aparte sector die apart benaderd moet worden

Duurzaam, natuurinclusief, extensief of grondgebonden. Het zijn termen voor de richting die de boer volgens velen moet inslaan. Biologisch is veel meer dan dat, zegt de nieuwe voorzitter van de vereniging van biologische melkveehouders De Natuurweide.

Sybrand en Jolanda Bouma tussen de koeien op hun biologisch melkveehouderijbedrijf.

Sybrand en Jolanda Bouma tussen de koeien op hun biologisch melkveehouderijbedrijf. Foto: Simon Bleeker

Een spraakwaterval barst los wanneer Sybrand Bouma uit Grou, de nieuwe voorzitter van de vereniging van biologische melkveehouders De Natuurweide, wil uitleggen waarom de biologische landbouw volgens hem een bijzondere positie heeft binnen de agrarische sector. ,,We zijn een aparte sector die ook apart benaderd moet worden”, zegt hij ,,vooral ook in alle maatregelen waar de Nederlandse landbouw tegenwoordig mee wordt geconfronteerd. Juist bij het aanpakken van gebieds- en emissieproblemen waar we mee te maken hebben, kan de biologische landbouw worden ingezet.”

Alleen investeringen in natuurinclusieve landbouw, of landelijke regels tegen een intensivering zijn volgens de voorman niet voldoende. Ook alleen regels voor beperking van de uitstoot zoals de fosfaatwetgeving of regels die leiden tot vermindering van uitspoeling van nutriënten zijn onvoldoende. Het zijn in de ogen van Bouma allemaal instrumenten voor de korte termijn en lossen de milieu- en klimaatproblemen onvoldoende op. Een veel bredere aanpassing in de bedrijfsvoeringen is volgens hem nodig en de biologische landbouw kan daarbij een voorbeeld zijn.

De regelgeving waarmee de landbouw is geconfronteerd, heeft volgens Bouma bij een groot deel van de biologische boeren geleid tot grote (financiële) problemen. Veel van de maatregelen zijn door de overheid ingevoerd om vooral de te grote effecten op het milieu te reduceren. De biologische landbouw is daarbij onterecht getroffen, zo stelt de Grouster die sinds afgelopen jaar voorzitter is. Doordat deze sector, zo stelt hij, werkt met een evenwicht van aan- en afvoer van mineralen en zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen, is het effect op het milieu minimaal.

Problemen

De invoering van de fosfaatwetgeving heeft tot grote problemen in de sector geleid, zegt de voorzitter. ,,Een kwart heeft er enorm last van gehad en 5 procent gaat het met de huidige opzet niet redden.” Het betreft dan vooral biologische melkveebedrijven die op de referentiedatum, 2 juli 2015, al hadden geïnvesteerd in stallen of land om hun bedrijfsopzet uit te breiden, maar nog niet zoveel vee hadden aan kunnen houden om weer uit te komen op een gelijke verhouding land/vee. ,,Er zijn strenge eisen waaraan biologische veehouders moeten voldoen. Ze mogen niet te veel vee per hectare land hebben. Ze konden dus niet hun stal vol zetten om daarmee voldoende fosfaatrechten – die gebaseerd zijn op het aantal dieren – te krijgen. Een deel van de gangbare boeren heeft dat wel gedaan. Aankopen van dure rechten naderhand is voor veel biologische bedrijven geen optie.”

Voor de betreffende boeren is dat zuur, zo zegt de voorman. ,,Biologische boeren hebben per definitie voldoende land waarop ze fosfaat uit de mest kwijt kunnen. Zij zijn er niet verantwoordelijk voor dat Nederland boven het fosfaatplafond is uitgekomen.”

Brede aanpak

Wanneer de stap naar biologische landbouw in bredere zin kan worden gezet, kan dat volgens de melkveehouder veel milieuproblemen oplossen waar we nu mee worden geconfronteerd. Dan gaat het onder andere om uitspoeling van nutriënten, de grote uitstoot van broeikasgassen en klimaatproblemen. ,,Ieder individueel probleem aanpakken met specifieke maatregelen is onvoldoende. Een bredere en samenhangende aanpak is nodig en veel efficiënter. De biologische landbouw werkt veel meer in evenwicht met de natuur, daarmee kun je een veelheid aan problemen aanpakken zoals de stikstofcrisis, de fosfaatproblemen en klimaat- en andere milieuproblemen.”

Als voorbeeld wijst hij op de stikstofproblematiek. ,,Met biologische landbouw wordt geen extra stikstof aangevoerd omdat we geen kunstmest gebruiken. Daarbij wordt er minder vee per hectare gehouden en komt er ook nog eens minder stikstof vrij uit mest.” Om toch voldoende stikstof in de planten te krijgen voor de vorming van eiwitten in de gewassen, wordt er in de biologische veehouderij meer klaver in grasland gehouden. Deze nemen stikstof op uit de lucht en leggen die vast in de bodem.

Minder boeren produceren even veel. Het aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie is de afgelopen tien jaar grofweg gelijk gebleven. https://t.co/VfjMuO2sny

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) May 7, 2020

Ook het fosfaatoverschot, ontstaan bij bemesting, kan met veel meer biologische landbouw worden verminderd in de ogen van de melkveehouder. Doordat er minder bemesting plaatsvindt, draagt de biologische landbouw niet bij aan een landelijk overschot en zouden landelijke beperkende maatregelen niet nodig zijn.

Regie

Een goede landelijke regie bij uitbreiding van de sector is en blijft daarbij nodig, stelt Bouma. Vooral om ervoor te zorgen dat het aanbod niet ineens veel te groot wordt en de prijzen, die traditioneel hoger zijn dan die van gangbare producten, daardoor sterk onder druk komen. Hij pleit niet voor financiële ondersteuning van de boeren die willen omschakelen, in het omschakeltraject voor hogere kosten komen te staan en nog niet een hogere prijs voor hun producten ontvangen. ,,We moeten zeker geen ongecontroleerde uitbreiding krijgen. Ook de markt moet mee. Melkveehouders die willen omschakelen zouden geholpen kunnen worden bij een betere verkaveling en ook de aanlevering van voldoende biologisch veevoer vanuit de akkerbouw moet meegroeien.”

Dit zijn enkele belangrijke punten waar boeren die willen overstappen tegenaan lopen. Vooral de te kleine beschikbaarheid van voldoende (ruw)voer in de nabijheid van het eigen bedrijf – gras en producten vanuit de akkerbouw – is nogal eens een drempel. Het verder ontwikkelen van de kringloop op zowel het eigen bedrijf als over de deelsectoren heen in de landbouw is een uitdaging waar de biologische sector mee aan de slag is.

Wat de voorzitter betreft mag de landelijke overheid ook meer doen aan de promotie van biologisch eten. ,,We kunnen een oplossing bieden voor veel vraagstukken. In andere Europese landen zijn er mede daarom wel visies ontwikkeld om de sector uit te kunnen breiden met daarbij stimuleringsinitiatieven. Hier is dat niet of in veel mindere mate het geval. Gelukkig zijn we als sector met het ministerie van Landbouw in gesprek om een visie op te stellen en kijken we naar een evenwichtige wijze van uitbreiding.”

Belangrijk is het betrekken van consumenten hierbij. Die hebben volgens de Grouster de sleutel in handen voor een omslag. Om dit meer vorm te geven is de vereniging de campagne ‘Ik ben bio.’ gestart.

U kunt ons helpen de journalistieke onafhankelijkheid in Fryslân te waarborgen. Klik hier om een bijdrage te leveren.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen over het coronavirus? Meld u aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws

menu