Duurzamer boeren is voor iedere boer weer anders

Voor melkveehouder Harmen van der Bij in Aldeboarn is het duidelijk. Hij is overgeschakeld van een gangbare naar een biologische veehouderij en voorziet dat de landbouw in de toekomst veel meer rekening moet houden met wensen van de maatschappij om meer te doen met de natuur.

De landbouw moet in de toekomst veel meer rekening moet houden met wensen van de maatschappij om meer te doen met de natuur, verwacht Harmen van der Bij.

De landbouw moet in de toekomst veel meer rekening moet houden met wensen van de maatschappij om meer te doen met de natuur, verwacht Harmen van der Bij. Foto: Marchje Andringa

Maar om dat ook financieel mogelijk te maken moet er door diezelfde maatschappij en overheden wel het een en ander worden aangepast voor een toekomst voor zijn (nieuwe) vakgenoten.

,,Wij zitten met onze familie nu honderd jaar op dit bedrijf. Perspectief is er altijd geweest en we hebben er altijd een goede boterham mee kunnen verdienen. Onze opvolger zal het zeker weer anders gaan doen, met onder andere agrarisch natuur- en weidevogelbeheer erbij. Maar wil je als hele sector natuurinclusiever werken, dan zal de overheid daar ook beleidsmatig en financieel aan moeten meewerken”, was gisteren zijn boodschap tijdens een webinar van Living Lab Fryslân en de Friese Milieu Federatie.

Meer mogelijkheden

De Wageningse onderzoeker Krijn Poppe onderstreepte dit en ziet dat er in het nieuwe Europese beleid per 2023 al meer mogelijkheden voor lijken te komen. ,,Er komen meer regelingen voor deze ecosysteemdiensten, zoals weidevogelbeheer en agrarisch natuurbeheer. En dat is ook nodig wanneer je extensiever wilt boeren. Van der Bij heeft door zijn omschakeling al een betere opbrengstprijs en door vergoedingen voor systeemdiensten is er nu een goede economische basis onder zijn bedrijf gelegd.”

Die extra aandacht voor natuur, biodiversiteit en landschap die de maatschappij verlangt, zorgt volgens Poppe door de bijhorende extensivering voor minder inkomsten en wordt nu lang niet altijd betaald. Hij noemde het voorbeeld dat veel toeristen genieten van het agrarisch landschap en dat er veel gebieden in Nederland zijn die hiermee recreatie promoten. ,,Het is nu nog zo dat een boer dit gratis moet onderhouden.”

Boterham verdienen

De onderzoeker schetste gisteren dat er naast schaalvergroting, om met een stijgende kostprijs toch een boterham te kunnen blijven verdienen, er ook andere bedrijfsstrategieën zijn waarmee veel boeren aan de slag gaan. ,,Je moet goed bij jezelf nagaan wat bij jou als ondernemer past”, legde hij uit. ,,Met alleen extensivering ben je er niet. Dat is een lastige variant. Of je moet een regeling treffen met overheden dat die een vergoeding geven voor afwaardering van je grond waarbij er beperkingen in productie zijn voor verbetering van de natuur. In het nieuwe Europese landbouwbeleid lijken daar speciale ecoregelingen voor te komen.”

Andere strategieën zijn je als boer meer richten op speciale producten of diensten. Die zijn echter voor lang niet alle boeren weggelegd, zo erkende de wetenschapper. ,,Je kunt dan denken aan een radicaal andere productiewijze. Dat vergt alternatieve afzetkanalen en is voorbehouden aan een kleine groep met een uniek product.”

Natuurcontracten

Duurzaamheidsdiensten kunnen zijn het faciliteren van waterbergings en -wingebieden, opslag van CO2 zoals in het Valuta voor Veen-project, en het aangaan van natuurcontracten met organisaties die daarvoor betalen. ,,Dat betreft dan ook lokale markten waar je diensten – liefst langlopend – aan levert.”

Een andere mogelijkheid om natuurinclusiever te werken is het inzetten op alternatieve inkomstenbronnen naast het extensievere boerenbedrijf. Voorbeelden zijn mogelijkheden voor toerisme, een eigen boerderijwinkel, zorglandbouw en energieproductie.

Ook zijn er nieuwe perspectieven voor akkerbouwers en veehouders in regio’s met bos, legde adviseur natuurinclusieve landbouw van Staatsbosbeheer Jelle de Boer uit tijdens het webinar, dat werd uitgezonden vanaf het bedrijf van Van der Bij. ,,Wij zijn een van de grootste grondeigenaren in Nederland en er zijn zeker gebieden waarbij we met boeren mooie initiatieven kunnen ontplooien”, stelde hij.

Rode draad

Landelijk zijn er al twaalf samenwerkingsprojecten waarbij boeren grond van deze organisatie gebruiken, vooral via langdurige pachtconstructies. In Fryslân zijn er nog geen samenwerkingen. ,,Wanneer boeren geïnteresseerd zijn kunnen we altijd kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen.”

Welke kant je als boer ook uitgaat om meer natuurinclusief te werken, voor een succesvolle nieuwe bedrijfsstrategie moet je goed in de spiegel kijken zegt Poppe. ,,Dat is de rode draad. Ieder bedrijf is uniek en dat wordt onder andere bepaald door de locatie en vele andere aspecten. Welke richting je uitgaat, hangt daar vanaf. Maar ook van hoe je als ondernemer in elkaar zit. Het moet wel bij je passen, maar voor iedereen liggen er mogelijkheden.”