Minder boeren stappen over op biologisch

Melkveehouders die gangbaar boeren, stellen de beslissing om om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering vaker uit. De animo loopt sterk terug, merkt brancheorganisatie Bionext. Belangrijke oorzaak is volgens woordvoerster Miriam van Bree de continue verandering van beleid. ,,Onder meer de beperkingen in verband met de uitstoot van fosfaat en stikstof.”

Melkveehouders die gangbaar boeren, stellen de beslissing om om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering vaker uit.

Melkveehouders die gangbaar boeren, stellen de beslissing om om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering vaker uit. Foto: ANP

Vooral maatregelen die in zeer korte tijd op de boeren zijn afgekomen, zorgen voor onzekerheid. Boeren - en ook hun banken - willen zekerheid voor de langere termijn. Ook in financieel opzicht.

Daar wringt de schoen, volgens Van Bree. ,,Omschakelen vergt een investering. Die kosten kunnen niet direct worden terugverdiend via de hogere opbrengstprijs. Die ontvangt een boer namelijk pas ná het tweejarige omschakeltraject.”

Sinds 2015, het jaar waarin de melkquotering eindigde, is het totaal aantal boerenbedrijven en melkkoeien in Nederland in de gangbare melkveehouderij afgenomen. Ook in Fryslân is dat het geval, volgens cijfers van het CBS tot aan dit jaar. In de biologische melkveehouderij daarentegen groeiden de aantallen ieder jaar, al vlakt die groei de laatste jaren sterk af. Vorig jaar waren er in deze provincie 97 biologische melkveehouderijbedrijven met in totaal 12.600 dieren. In totaal - gangbaar en biologisch - zijn er 2770 bedrijven met 463.000 dieren.

Intensievere veehouderij krijgt helaas toch vaker de voorkeur van de banken

Het aantal bedrijven dat nu in omschakeling zit, toont de afgenomen animo aan. In Fryslân ging het in 2015 om vijf melkveebedrijven. In de twee jaren daarna waren dat er 19 en 27. Maar in 2018 en 2019 ging het om respectievelijk 15 en 10 omschakelaars. Eind deze maand komt Bionext naar verwachting met nieuwe cijfers.

Volgens voorzitter Sybrand Bouma (Grou) van de landelijke vereniging van biologische melkveehouders De Natuurweide heeft een kwart van de veehouders enorm veel last van de maatregelen. Volgens hem zal 5 procent het in financieel opzicht niet redden. Het betreft vooral boeren die hebben geïnvesteerd in de aanloop naar de beëindiging van de melkquotering. ,,In 2013 kwam de Wet op grondgebonden groei voor alle melkveehouders. Bij een teveel aan dieren ten opzichte van het areaal aan land moet dan het overschot aan mest verplicht verwerkt worden. Veel boeren hebben toen ingezet op extensivering. Er moest eerst vooral voldoende grond zijn. Met daarbij de wens vanuit de politiek heeft dit ervoor gezorgd dat de biologische melkveehouderij groeide. Bioboeren, die volgens de eisen van de biologische landbouw sowieso altijd voldoende grond moeten hebben voor hun vee, hebben ook geïnvesteerd in land en in stallen voordat ze hun veestapel konden uitbreiden.”

Te veel mest

Ondanks de richting die de politiek naar buiten toe heeft gepromoot, zijn er ook veel gangbare boeren geweest die eerst en vooral hebben geïnvesteerd in meer koeien. ,,Dat ging dus in tegen de grondgebonden groei.” Het gevolg was dat er snel na het einde van de melkquotering, op 1 april 2015, in Nederland meer mest werd geproduceerd dan was afgesproken met Brussel.

Vooral voor bioboeren die al hadden geïnvesteerd heeft dit grote gevolgen gehad. Net als gangbare boeren moeten zij terug naar de grootte van de veestapel op 2 juli 2015, de peildatum. Veel boeren hielden daardoor onvoldoende vee over om hun investeringen mee terug te kunnen verdienen.

Nat veen met 4370 ton minder CO2

Bedrijven willen graag aansluiten bij het programma. Voor de 32 hectare grond van Miedema kocht het bedrijf XT Orange uit Etten-Leur certificaten. Het bedrijf maakt folie waarmee pallets duurzamer kunnen worden ingepakt. ,,Hoewel het biologisch is, is het wel plastic", vertelt René van Glabbeel van XT Orange.

Knelgevallenregelingen die in het leven zijn geroepen, bieden maar weinig soelaas, merkt de voorzitter op. Tot faillissementen zal het amper leiden, stelt Bouma. ,,Maar wel tot veel armoede en gedwongen verkopen. En met de kans dat de grond dan weer naar een gangbare boer gaat. Intensieve veehouderij krijgt helaas toch vaker de voorkeur van de banken.”

Ondanks de zorgen zijn er ook positieve signalen, merkt de Grouster op. Wat in ieder geval helpt, is de richting die de Europese Unie voorstaat om duurzamer te produceren. ,,Nederland richt zich tot nu toe meer op een intensievere veehouderij, ondanks alle mooie woorden die er zijn om biologisch te stimuleren. De druk vanuit Brussel om duurzamer te produceren zal uiteindelijk wel meer gevoeld worden en in Nederland doorwerken.”