Betere bovengrond beschermt onderliggend veenpakket beter: boer, milieu en biodiversiteit zijn er bij gebaat

De eerste resultaten zijn veelbelovend. Investeren op bodemvruchtbaarheid is niet alleen goed voor boer, vee en biodiversiteit maar zorgt ook voor het tegengaan van inklinking van de veenweidegebieden. De provincie heeft deze week subsidie toegekend aan verder onderzoek.

Veenweidegebied in de omgeving van Akmarijp.

Veenweidegebied in de omgeving van Akmarijp. Foto: niels de vries

Gebiedscoöperatie It Lege Midden ontvangt 65.000 euro subsidie voor een bodemvruchtbaarheidsproject in Aldeboarn De Deelen, zo werd deze week bekend. Acht boeren in het veenweidegebied experimenteren onder andere met gewas-, mest-, bodem- en voermaatregelen om de balans bodem-bedrijf te verbeteren. Het is een vervolg van een eerder en driejarig project, zo zegt Nicolette Hartong, een van de leiders van de veenweideprojecten die in Fryslân worden opgezet.

Door er voor te zorgen dat de bovenste grondlaag, die bovenop het veenpakket ligt, gezonder wordt, kan oxidatie van dat veenpakket worden tegengegaan. Hartong legt uit dat een gezondere bovenlaag ervoor zorgt dat planten beter water kunnen opnemen uit diepere lagen en veel regenwater ook beter in de grond opgenomen kan worden. ,,Er ontstaan dan minder snel scheuren en zo komt er minder zuurstof in aanraking met het veenpakket. Veen kan dan minder snel oxideren en inklinken. Het leidt ook tot een verminderde uitstoot van CO2.”

Gespreide bemesting

Een van de maatregelen om de bovenste laag gezonder te krijgen, is het aanpassen van de bemesting. ,,Het gaat dan om wat vaker bemesten en in kleinere hoeveelheden. Niet in een keer met bijvoorbeeld vijftig kubieke meter per hectare. Het bodemleven kan dit dan beter verwerken en profiteert ook. Biodiversiteit onder en boven de grond wordt beter.”

Om boeren te informeren over de resultaten die onderling worden behaald, is er vooral in het groeiseizoen begeleiding van een adviesbureau (Groeibalans). In de winter zijn er cursussen.

Hoger peil

Volgens projectleider Anne Jansma ligt de nadruk bij de aanpak van de veenweideproblematiek nu vooral bij verhoging van het waterpeil. Volgens hem is dat echter maar een van de aspecten die mee kunnen helpen bij het verminderen van de CO2-uitstoot en inklinking van het veenpakket wanneer veen in contact komt met zuurstof.

Verbeteren van de bovenlaag kan ook al veel bijdragen, zo betoogt ook hij. ,,Waterpeil verhogen heeft een gunstige invloed, maar de praktijk is altijd weerbarstiger. Grondwater zakt altijd in de zomer en daarmee pak je de inklinking niet helemaal aan. Op veel landerijen is de bovenlaag verdicht, mede door alle activiteiten van de afgelopen decennia. Water loopt er moeilijker doorheen, de sponswerking is verminderd en in droge zomers is er daardoor eerder kans op scheurvorming en kan het veenpakket eronder eerder oxideren.”

Bij de bemesting wordt niet alleen gewerkt met lagere doseringen en vaker bemesten, maar ook door andere producten te gebruiken. Er wordt in de proeven die tot en met de zomer van 2024 worden uitgevoerd ook meer ruwe mest en bokashi (gefermenteerd plantaardig materiaal) gebruikt. Toevoeging hiervan moet ertoe leiden dat er meer organische stof in bodem komt en de sponsfunctie verbetert. ,,En zeeschelpenkalk en mineralenmengsels worden toegevoegd om de mineralenbalans te herstellen. In de afgelopen decennia is er veel nadruk geweest op voldoende stikstof, fosfaat en kali, maar niet zozeer op andere mineralen. Zo is er veel calcium uit het systeem verdwenen.”

Gezonder voer

De projectleider verwacht dat alle maatregelen ook gezonder voer opleveren. ,,Uit de voorfase en de plantsapanalyses die er zijn uitgevoerd, is dat al bekend. Meetresultaten op het land duiden ook op een verminderde oxidatie en vrijkomen van CO2. Meer aandacht aan de bodem besteden, levert op vele fronten voordelen op. Maar je moet wel aandacht blijven besteden aan de gehele bedrijfskringloop en kijken wat er waar exact nodig is en waar er bijgestuurd moet worden. Vandaar ook de begeleiding bij het project.”