Boer kan biodiversiteit al verbeteren met kleine stapjes, in het weiland en op het erf

Het hoeven niet altijd grote stappen te zijn die een boer moet zetten als hij de biodiversiteit van zijn land wil verbeteren. Op en rond boerenerven zijn er al mogelijkheden om de biodiversiteit te verbeteren, bleek op een bijeenkomst in Húns.

Particulieren konden vorig jaar fruitbomen en streekeigen struiken afhalen in bij het Bloemenparadyske om de biodiversiteit te vergroten. Ook op boerenerven liggen hier nog veel mogelijkheden.

Particulieren konden vorig jaar fruitbomen en streekeigen struiken afhalen in bij het Bloemenparadyske om de biodiversiteit te vergroten. Ook op boerenerven liggen hier nog veel mogelijkheden.

Vele initiatieven zijn er om de biodiversiteit op boerenbedrijven te verbeteren. Voorlichters vanuit de overheid en onderzoeksinstellingen ondersteunen dit. Donderdag kwamen er tientallen bij elkaar in Húns. Grote veranderingen zijn niet altijd nodig om belangrijke stappen te zetten; een schep in de grond steken voor bessendragende struiken is al een goed begin.

Grote stappen zijn er te maken door rigoureus anders te boeren en anders met het land om te gaan. Dat vergt vaak grote investeringen en kan tot (financiële) onzekerheid leiden, onder andere door veranderende regelgeving. Boeren nemen niet zo snel deze stappen, werd ook donderdag duidelijk tijdens een Kenniscarrousel Natuurinclusieve Landbouw in Húns waar tientallen deskundigen en adviseurs aanwezig waren, en ook geïnteresseerde boeren.

Dat betekent echter niet dat boeren zich moeten laten weerhouden om stappen te zetten, betoogde Gerrit Tuinstra van Landschapsbeheer Friesland. ,,Op en rond boerenerven zijn er zeker mogelijkheden om de biodiversiteit te verbeteren.”

Stapstenen

Dat hoeft volgens hem ook relatief niet veel geld te kosten. Soms is het nalaten van bepaalde werkzaamheden al voldoende. ,,Boerenerven zijn onderdeel van een groter leefgebied van vogels, amfibieën en andere dieren. Het zijn stapstenen met ertussen verbindingsbanen naar andere erven en leefgebieden. Via bermen, lucht en sloten.”

De beplanting die er is speelt een belangrijke en niet altijd een bekende rol. ,,Door die te verbeteren wordt niet alleen de plantaardige biodiversiteit beter, maar ook die van dieren die daar weer van profiteren als schuil- en nestgelegenheid en voedselbron.”

Boerderij-eigenaren moeten zich volgens Tuinstra dan wel goed laten voorlichten over maatregelen die ze vaak relatief simpel kunnen doorvoeren. ,,Zo zijn de landschapstypes van belang. Is er sprake van een open ruimte of een gesloten ruimte. Het boerenerf moet daarbij aansluiten. Ook belangrijk is de grondsoort, wil je iets doen met extra beplanting, dan moet die wel geschikt zijn voor die bepaalde grondsoort.”

Hou het simpel

Tuinstra wees erop dat er de komende tijd meerdere subsidietrajecten komen voor boeren en grondeigenaren om de boerenerven en nabije omgeving aan te pakken. Hij geeft enkele tips. ,,Hou het simpel, denk aan de kosten en het onderhoud. Maar ook aan de boerenpraktijk, je moet immers ook rekening houden met alle transport die er van en naar het boerenerf plaatsvindt. Hou in beeld waar bedrijfsmatig je grenzen liggen, wanneer je meer gaat doen aan de biodiversiteit. Maar er liggen zeker mooie mogelijkheden.”

Een heel scala aan mogelijke beplantingen passeerde donderdag de revue. Van solitaire bomen die een andere functie hebben dan leibomen en heggen en hagen tot windsingels. Het dode hout kan volgens Tuinstra ook weer een belangrijke rol spelen in het leven van insecten en vogels die daar op af komen. ,,En wanneer dat bij elkaar wordt gelegd in een takkenril zorgt dit weer voor schuilgelegenheid voor egels.”

Ook met ander waterrandenbeheer langs de boerenerven en nabije omgeving kunnen vogels, amfibieën en dieren die daar weer van leven profiteren. ,,Maar je kunt ook werkzaamheden achterwege laten”, zo hield hij zijn gehoor voor. ,,Door bijvoorbeeld rondom de kuilbulten de planten die er groeien niet te maaien, of in ieder geval te laten staan tot ze zijn uitgebloeid. Ook dat trekt weer leven aan en zorgt voor biodiversiteit.”

Raaigras

Adviseur Jehannes Fopma ging donderdag meer in op het graslandgebruik en de mogelijkheden die daarbij zijn voor verbetering van de biodiversiteit. Ook voor melkveehouders die intensiever boeren met Holstein Friesian-koeien en voornamelijk raaigras voeren, liggen er volgens hem mogelijkheden voor meer biodiversiteit dan ze in eerste instantie denken.

,,Je hoeft niet enkel en alleen in te zetten op hoogwaardige grassen. Meer diversiteit in het grasland is zeker mogelijk. Je kunt ook deze koeien wel meer uitdagen en ze kunnen zeker wennen aan meer diversiteit aan planten in het weiland.”